Home

Met onderzoek en excuses aan de Molukse gemeenschap is Nederland er nog niet

Excuses regering

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

De excuses die premier Rob Jetten zondag namens de regering maakte voor de kille en respectloze behandeling van de Molukse KNIL-militairen en hun familie zijn meer dan terecht, en vallen duidelijk onder het mom ‘beter laat, dan nooit’.

Hoewel zij ogenschijnlijk uit de lucht leken te vallen – tot een week geleden was nog niet bekend dat Jetten bij de onthulling van het Nationaal Monument Ulu Kora in Rotterdam aanwezig zou zijn – ging de afgelopen jaren het momentum deze kant op. In bijvoorbeeld Arnhem sprak de burgemeester dit voorjaar over „gebrek aan empathie, gebrek aan respect, gebrek aan zorg” en werden de kosten van grafrechten voor KNIL-militairen kwijtgescholden.

In 2021, aan de vooravond van de herdenking van het moment dat in 1951 de KNIL-militairen en hun familieleden in Nederland arriveerden, zei oud-premier Dries van Agt al dat „excuses het allerbest” zouden zijn: „Want de vernedering is na 1951 gewoon verdergegaan.”

Toen Nederland op 27 december 1949 de soevereiniteit van Nederlands-Indië overdroeg aan Indonesië, en Jakarta een half jaar later troepen zond om afscheiding van de Republik Maluku Selatan (Republiek der Zuid-Molukken, RMS) te voorkomen, bracht Nederland de 3.578 Molukse militairen van het KNIL en hun gezinnen tijdelijk over naar Nederland. Daar werden zij ontslagen uit het leger, statenloos gemaakt en met hun gezinnen ondergebracht buiten de samenleving – deels in voormalige concentratiekampen.

Tijdelijk bleek permanent. De vernedering en het gevoel van verraad bleef groot. Zo groot dat een aantal kinderen in de jaren zeventig overging tot gijzelingsacties en treinkapingen, waarbij vier passagiers en een machinist omkwamen en tientallen andere passagiers en schoolkinderen onder bedreiging met de dood dagenlang werden vastgehouden.

Maar, zo zei premier Jetten eveneens terecht:  „Laat Nederland niet de fout blijven maken om de geschiedenis van de Molukse gemeenschap te versmallen tot de treinkapingen”. Dat gaat immers voorbij aan de „hardvochtige wijze waarop Nederland is omgegaan met de Molukkers”, zoals Van Agt zei. Hij was als minister van Justitie in 1977 verantwoordelijk voor de bloedige beëindiging van de treinkaping bij De Punt.

Zorgelijk is dat de achterstelling van de eerste generatie doorwerkt. Het CBS concludeerde in 2021 dat onder inwoners met Molukse komaf het aantal voortijdige schoolverlaters hoog is, het lage aantal leerlingen op havo/vwo „lijkt problematisch”. Zij hebben in vergelijking met inwoners met een Nederlandse achtergrond een lager gemiddeld inkomen en zijn vaker uitkeringsafhankelijk.

Het aangekondigde onderzoek in opdracht van de regering naar wat er voorafging aan 1951, maar vooral wat er in de jaren daarna gebeurde, is daarom noodzakelijk. Het was nog beter geweest als dat al in gang was gezet, zodat duidelijk is waarvoor de staat deze excuses precies aanbiedt. Alleen was haast geboden: nu is er tenminste nog een eerste generatie die Jetten kan aankijken.

Met excuses en een onderzoek alleen zijn kabinet en Tweede Kamer – dat hier met uitzondering van FVD om vroeg – er echter niet. Dat is de les van de slavernijexcuses, die toenmalig premier Rutte in 2022 aanbood met de mooi geformuleerde „geen punt, maar een komma”. Daarvoor zijn veel plannen bedacht, maar zijn slechts enkele concreet geworden. En tot teleurstelling van velen onthield Nederland zich dit voorjaar van een VN-resolutie die de trans-Atlantische slavenhandel als de „ernstigste misdaad tegen de menselijkheid” ooit kwalificeerde.

Excuses maken is ingewikkeld, daar gevolg aan geven misschien nog wel meer. Zoals Jetten zei, ze krijgen „pas betekenis door daden die erop volgen”.

Commentaar

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next