Home

‘Corpus Britney’: een geniale roman over het onmenselijke, maar o zo aanlokkelijke kapitalisme

Roman Britney Spears is het symbool van hoe een kapitalistische industrie een individu kan vermorzelen. Corpus Britney van Dominique De Groen gaat over de zangeres, en toch ook weer niet. Wat verzonnen is en wat niet loopt dwars door elkaar, in een duizelingwekkend en onophoudelijk fascinerend romandebuut.

In 1999 werd een pop van Britney Spears op de markt gebracht. De outfit is gebaseerd op de kleding die Spears draagt in de clip van haar eerste hitsingle ‘Baby One More Time’.

Britney Spears is geen mens meer. Ze is een verhaal geworden, een symbool, een betekenis, een tijdsbeeld, een variatie op een bekend thema. Ze was al een fenomeen vanaf het moment dat ze, als 17-jarige kindster, haar allereerste muziek uitbracht, binnen een mum van tijd de Amerikaanse hitlijsten domineerde en al even snel met orkaankracht de wereld veroverde. Daaraan gaf ze zich over „zonder iets voor zichzelf te houden, zonder de massa’s iets van zichzelf te ontzeggen”, zoals Dominique De Groen schrijft in de roman Corpus Britney, Britney Spears wérd geleefd. Door producers, contracten, managers, algauw waren er miljoenen met haar gemoeid. En door het publiek en de entertainmentpers, de ogen van de wereld, waaraan ze zich argeloos uitgeleverd had: ze verkocht niet alleen haar muziek, maar ook haar lijf, haar imago, haar gedrag, haar ziel.

Dominique De Groen: Corpus Britney. Het balanseer, 469 blz. € 28,-

De rest is een tragische geschiedenis. Britney Spears verzette zich tegen dat korset van verplichtingen en verwachtingen, ging rebelleren, schoor haar hoofd kaal, probeerde op eigen houtje muziek uit te brengen, zoals de single ‘Mona Lisa’, over het beroemde portret en „how she suddenly fell”: „Now, see, everyone knew her, they knew her, oh, so well. Now I’m taking over to release her from her spell”. Veelzeggend vergeefs. De greep op Britney verstevigde alleen maar. Het systeem werkte niet in haar voordeel: haar losgeslagenheid leidde tot een ondercuratelestelling (door haar vader) die ruim een decennium duurde en haar gevangen hield in de druk om te voldoen aan wat de wereld (of: de boven haar gestelde mannen met geld) van haar wilde. Ondanks grootscheepse, maar onmachtige steun van fans (#FreeBritney).

Je zou bijna vergeten dat dat ooit begon met een mens, een vrouw, een meisje. Britney werd het symbool voor wat een industrie met een individu kan doen: vermorzelen. In haar sterrendom is het meisje tot vrouw gemaakt, ongeveer vrijwillig („I’m a slave for you”, zong Britney in 2001), maar wel op de verregaand geseksualiseerde, onstuitbaar geglobaliseerde manier van de jaren nul. Het was kapitalistische uitbuiting en we genoten ervan.

En daar heeft bekroond dichteres Dominique De Groen (1991) nu een roman over geschreven. Min of meer. En vooral: onder meer. Het is een grote, duizelingwekkende, overweldigende, onvergelijkbare roman, die niet onder een noemer te vangen is, veelkleurig en veellagig en veelvormig en ongrijpbaar als een toverbal. Het lezen is een uitputtingsslag, maar ook een fascinerend plezier waar je geen genoeg van kunt krijgen.

Paranormaal detective

Corpus Britney begint met een nieuwe zaak voor paranormaal detective Malayney Melkzuur. Er is iemand op mysterieuze wijze spoorloos verdwenen, een Amerikaanse vrouw die Bella Goth heet, actrice van vergeetbare rolletjes in horrorfilms van het B-garnituur, én die als twee druppels water lijkt op Britney Spears. Waarmee de roman dus ook over Britney Spears gaat, en toch ook weer niet. Het gaat over haar evenbeeld, een afgeleide. Over het lichaam van Britney dat, zoals ook corpus christi, ‘het lichaam van Christus’, een betekenis heeft die de concrete mens ver ontstijgt.

Maar goed: Malayney Melkzuur, paranormaal detective, horror, dubbelgangers, Britney als Christus – dat klinkt natuurlijk allemaal heel raar. Ja, specifiek, niche, het kwadraat van niche, dat is Corpus Britney. En toch: wat dit is, waar dit over gaat, en waar dit heen gaat – de roman schiet zo vlammend uit de startblokken dat je je nauwelijks met dat soort vragen bezighoudt en je gewillig laat meevoeren. Het is overladen en overspoelend proza, maar het dampt en borrelt van het vertelplezier – en daarmee van de levenslust.

Wat dit is en waar dit over gaat, laat zich ook moeilijk samenvatten: Corpus Britney is een ongebreideld amalgaam van verhalen die samen vele eeuwen omspannen, van de geschiedenis van de industrialisatie in Schotland tot de trans-Atlantische slavenhandel. Lange internetessays duiken op over de vermeende geheime verbanden tussen het nineties-computerspel The Sims en de lotgevallen van, jawel, Britney Spears. De lezer doolt rond in vergane villa’s in Hollywood en verlaten virtuele werelden vol bitrot en glitches. Op vele manieren gaat de roman ondergronds, obscure verledens in, zoals in een mystiek epos over een steen in de maag van een schaap dat kan praten. En meer, meer, meer. En alles tezamen is het een roman over overconsumptie en uitbuiting, die je aan den lezerslijve laat ondervinden hoe overconsumptie en uitbuiting de mens kunnen nekken – en hoe je dat noodlot afwendt, of niet, maar dan toch vredig ten onder gaat.

Voor we hier ook verdrinken: je surft op de golven van De Groens verleidingskunst. Vanaf het begin appelleert haar roman aan een verlangen naar weelde, naar rijkdom die je in vervoering brengt. In luttele pagina’s van haar debuutroman (!) drukt De Groen al op talloze knoppen, die talloze verschillende gevoelens en ervaringen activeren. Je wordt ondergedompeld in een partyroes, in het jongevrouwenleven in de jaren nul van Malayney, waarbij je het troosteloos grauwe Glasgow op je voelt drukken en dat typisch Britse gothic-gevoel van de geschiedenis die onder de oppervlakte ligt, vlak onder het plaveisel. Malayney kan geen weerstand bieden „aan iets heiligs of iets met de schijn daarvan, iets wat over de dingen een gloed legde waarin het haar mogelijk leek zichzelf compleet te transformeren, waarin de wereld meer in zich leek te dragen dan zelfs de meest utopische visioenen konden doen vermoeden”.

Romige vettigheid

Waarbij aangetekend moet worden dat die zin slaat op een jaarlijks pannenkoekenfestijn, want die hoogdravend transformatieve „gloed” kun je vinden in „dampend vet”, in „vernevelde margarine die de lucht deed glinsteren”. Dit is ook karakteristiek voor Corpus Britney: de weg naar heilige vervoering begint gewoon bij romige vettigheid.

Heerlijk, en betekenisvol. Dit maximalisme van De Groen – ze toomt de woekerende veelheid niet in, maar omarmt die – kun je koppelen aan één van de thema’s die Corpus Britney aansnijdt: de opkomst van het internet. Maximalisme is de stijl van deze tijd, dankzij dat eindeloze online doolhof, dat onmetelijke konijnenhol, waar, zeker in de beginjaren, alle informatie op gelijke hoogte stond – zo doseert dit boek de informatie ook (of weigert te doseren, dus). Maar de reden voor het maximalisme gaat nog een niveau dieper: het past bij de kapitalistische motor van groei, consumptie en overvloed waarop de hele wereld draait.

Je kunt, of moet, Corpus Britney misschien daarom ook een marxistische roman noemen: om het alfa en omega dat het kapitalisme is, dat steeds opduikt als aanstichter van de ellende, van het geweld en de uitbuiting in naam van de onverzadigbare markt.

Ga maar na: voordat we aan Malayneys detectivewerk toekomen, zoomt De Groen in op het ontstaan van haar paranormale gave. Als student met repetitief rotwerk (en jonge vrouw met maandstonden) greep ze eens naar experimentele pijnstillers, afkomstig uit een chemische fabriek die verbonden is aan een conglomeraat van industriële grootmachten – en die fabriek stond op een plek waar „oude industriële geesten rondspookten”, geesten die zij dankzij de pillen ook gaat waarnemen.

Te weten: de eeuwen geleden gestorven arbeider John Lovedrop, en Saint Precarious, de beschermheilige van het precariaat, de uitgebuite klasse. Die heilige is een nichefiguur (en geen verzinsel van De Groen maar een ‘bestaande fictie’ van een groep Italiaanse activisten uit 2004), want net als zijn beschermelingen niet opgewassen tegen de boven hem gestelden. Maar, zo zegt hij tegen Malayney: „Met miljoenen kleine acties saboteer ik de krachten die overvloed en geluk buiten het bereik van de massa houden. Minuscule verschuivingen in de raderwerken van de geschiedenis, subtiele manipulaties van causale ketens, die over grote tijdsspannes exponentiële gevolgen hebben.”

Antikapitalistische tegenkracht

Dat is een cruciale passage in Corpus Britney (waarvan dan net 50 bladzijden over je heen ge-tsunami’d zijn, van de meer dan 470 stuks, die ook nog eens mudvol staan), om uit te leggen wat de roman vervolgens doet. Dit is een roman van miljoenen kleine acties, die je (met ook weer een vleug marxisme) protestacties vanuit de grass roots kunt noemen, handelingen die minuscule, maar misschien toch ook exponentieel groeiende, zeer langdurige gevolgen kunnen hebben. De verdwijning van Bella Goth heeft misschien uiteindelijk wel iets te maken met een magische steen in een schapenmaag, waarin de antikapitalistische tegenkracht van eeuwen aan verzet tegen uitbuiting samengebald zit.

Dat klinkt dan weer heel spiritueel en magisch, terwijl het tegelijk zo economisch is? Inderdaad, want het is hier nu eenmaal niet het één of het ander. Al die domeinen hebben invloed op elkaar en maken deel uit van onze wereld, dus ook de wereld van de verbeelding, of van het mystieke en occulte en bovennatuurlijke, het virtuele, wat De Groen allemaal net zo serieus neemt als de ‘reële’ wereld (zozeer dat je ‘reële’ dus tussen aanhalingstekens gaat zetten). En ook in het reële is De Groen diepgaand geïnteresseerd, getuige haar literatuurlijst achterin, waarop je het werk van cultuurfilosoof Mark Fisher, verhandelingen over zoutmijnen en Mexicaanse heksen aantreft. Wat verzonnen is en wat niet, loopt onontwarbaar door elkaar.

Het raarste, en knapste, aan Corpus Britney is dat De Groen met dit alles wonderwel weet te overtuigen. Ze laat haar vertelling in het wilde weg stromen. Dit is niet zozeer een verhaal met een lijn als wel een netwerk van verhalen, een rizoom (denk, een klein beetje, aan Safae el Khannoussi’s daverende Oroppa). Ze laat vele personages elkaar afwisselen, soms abrupt verdwijnen en in elkaar overvloeien, introduceert telkens weer nieuwe figuren. Ze neemt de tijd om dromen te beschrijven of zet je op het verkeerde been (was dit nou een hallucinatie?) en laat al die verhalen even werkelijk en betekenisvol zijn. Ze legt de uitzinnigste dwarsverbanden, creëert knetterende spiegeleffecten, schept een sprekend schaap dat Ehhhhhhhhhhhhhh heet, laat ons meeleven met een distel.

Ze lapt, kortom, de ene romanwet na de andere aan haar laars, ze ondermijnt romanconventies, waarmee ze die meteen ontmaskert als beknellende structuren, die misschien wel verwant zijn aan dat vermorzelende kapitalisme. De kracht in je die zegt ‘zo hóórt dat toch niet in een roman’, gaat aanvoelen als dezelfde die een rebel wil inperken. Want mág ze, verdorie? Nota bene: het kapitalisme is in de roman niet alleen een knarsende molensteen – het is ook de aantrekkelijke aanjager, de motor, die ons gulzig maakt naar meer, meer, meer.

Het werkt dus, de gigantische onderneming die deze roman is. Hoe? Doordat De Groen zo goed schrijft dat wat van de pot gerukt lijkt je toch verleidt om erin mee te gaan – ook daarvoor heeft ze goed gekeken naar hoe het internet werkt, en het kapitalisme. En ja, het ís veel, maar past dat niet bij waar ze over schrijft, in deze tijd? Muzikanten als Rosalía en Raye schieten op hun laatste albums alle kanten op én overtuigen, met hun ambachtelijke brille en een consistent onderliggend idee. Zo heeft De Groen ook een briljante eenheid geschapen, paradoxaal genoeg dankzij de verscheidenheid. Dit boek is een geniale chaos.

Corpus Britney nodigt je uit om die chaos te omarmen en er je eigen gang mee te gaan. Door bijvoorbeeld erom te lachen, zoals wanneer Malayneys huisgenootje doeken door haar huis drapeert: „Het complexe patroon van vouwen en rimpels heeft Emma noodgedwongen zelf ontworpen, aangezien het boek The Art of Draping van Jordan Bateye, dat ze speciaal op Amazon had besteld, niet bleek te gaan over de finesses van textielarrangementen, maar over de grotschilderingen nabij het Oostenrijkse gerucht Draping.” Het is een los eindje in de roman, gewoon grappig en verder nutteloos – en toch kun je hierin ook een echo ontwaren van het grote verhaal. Waaraan kennelijk niet te ontkomen valt. Het verleidelijke kapitalisme scheept je met ellende op, maar je kúnt je ertegen verzetten.

Boekrecensies fictie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next