AI-wedloop Michael McNamara, voormalig advocaat en bekend als AI-man in Brussel, leidde de onderhandelingen over AI-wetgeving in Europa. Over de Europese positionering in de geopolitieke wedloop is hij kort: „Het is zeer complex”.
Europarlementariër Michael McNamara tijdens een Europese top in Lissabon.
Straatsburg, half juni, de week van plenaire vergaderingen. Terwijl de temperatuur in de glazen hoofdzetel van het Europees Parlement aardig oploopt, heeft de Ierse Europarlementariër Michael McNamara het hoofd koel weten te houden. Op een van Europa’s heetste dossiers, kunstmatige intelligentie, heeft hij als rapporteur de wind mee.
Het AI-wetsvoorstel waarover hij onderhandelde met de Europese lidstaten en het Europees Parlement werd vorige week aangenomen. „Verrassend snel”, stelt hij zelf, ruim een half jaar nadat de Europese Commissie wijzigingen in de AI-wetgeving had voorgesteld. Het doel: implementatieproblemen aanpakken en de algehele regeldruk verminderen.
Critici, veelal op links, spreken over ‘verwatering’ van de Europese regelgeving als het gaat om kunstmatige intelligentie. McNamara: „De grens tussen deregulatie en versimpeling is smal, maar hoe kunnen we over deregulatie spreken bij wetgeving die nog niet van kracht is gegaan?”
„Het is absurd om de Europese regelgeving de schuld te geven van de AI-kloof tussen Europa en Noord-Amerika. Er spelen fundamentele problemen. Neem Europese start-ups: als ze investeringen van pensioenfondsen willen aantrekken, gaan ze daarvoor naar de Verenigde Staten. Dat is iets dat moet worden aangepakt. Regulatie is Europa’s minste probleem als het gaat om opschalen.
„De kloof heeft te maken met hoe we omgaan met risico’s, met culturele normen, met onze infrastructuur en energie: kwesties die Europa niet van de ene op de andere dag oplost. Het is het resultaat van een paar decennia van relatieve achteruitgang.
„Energiebeperkingen spelen overal. Van mijn eigen land Ierland tot Duitsland. Sommige landen hebben achteraf gezien een tamelijk rampzalig energiebeleid gevoerd dat niet alleen datacenters beïnvloedt, maar alle grote energieverbruikers treft en hun industriële basis en concurrentievermogen aantast. De vragen zijn talrijk: waar gaat de energie voor enorme datacenters vandaan komen? Wordt dat hernieuwbare energie, wordt het nucleair, gaat dat een hoop kolen kosten? En waar komt het water vandaan om die datacenters te koelen?
„Dat training van AI-modellen niet in Europa plaatsvindt, heeft dus niets met regelgeving te maken. De training van AI is immers het meest energie-intensieve onderdeel. Ook de kostenverschillen tussen Europa en de VS spelen daarin een rol. Het enige struikelblok op het vlak van regels in Europa is het auteursrecht.”
„Niet echt. Hun standpunten waren duidelijk, maar agressief zijn ze nooit geweest. Van sommigen heb ik tijdens het hele proces helemaal niets meer gehoord. Regelgeving is voor kleinere bedrijven een grotere zorg dan voor grotere bedrijven. Natuurlijk is het een last, maar ze zijn er goed op voorbereid.
„Sterker nog, je zou kunnen stellen dat regelgeving een concurrentievoordeel voor de grotere bedrijven oplevert, omdat ze er beter mee om kunnen gaan: ze beschikken over enorm veel kapitaal en hebben grote personeelsbestanden. Als we het over AI hebben, denken de meeste mensen meteen aan de grote taalmodellen, zoals OpenAI, Anthropic en Mistral, de Franse koploper. Maar AI wordt in Europa al heel lang veelvuldig in de industrie gebruikt. En ik denk dat de bedrijven achter die modellen, veelal kleinere Europese start-ups, zich meer zorgen maakten over de impact van de AI Act.”
„Ja, Europa neemt daarmee zeker een risico dat ik liever niet zou lopen. Maar je kunt een bedrijf niet vertellen ‘dit is wat jullie moeten doen’, waarop zo’n bedrijf vraagt ‘aan welke normen moet ik dan voldoen?’ en dat je dan je schouders ophaalt en zegt: ‘ik weet het niet’. Dat is het onmogelijke van bedrijven vragen.”
„Het is aan de Europese Commissie om met een geharmoniseerde norm te komen. Al komen die eigenlijk van CEN-CENELEC, een Europees comité voor standaardisatie, wat weer bestaat uit nationale bevoegde autoriteiten en experts, veelal uit de industrie. Natuurlijk, als een industrie zou besluiten om de ontwikkeling op de een of andere manier te vertragen of te belemmeren… Brussel is een stad vol geruchten.
„Maar de initiële deadline was ambitieus, zeker voor zoiets innovatiefs als AI-standaarden. Het is een relatief nieuw gebied. Je bouwt niet voort op een eerdere standaard. Europa heeft weliswaar een AI-kantoor, maar Brussel heeft problemen met het werven van goede mensen. Vooral op het gebied van geavanceerde wiskunde en engineering. Het is nogal een lucratief gebied.”
„De Commissie heeft er alles aan gedaan om te benadrukken dat ze luisterden naar de Europese techsector, niet naar de Amerikaanse en niet naar Washington. Maar de kwestie rond aansprakelijkheid moet aan beide kanten van de Atlantische Oceaan worden opgelost. Het was opvallend dat het commissievoorstel daaromtrent werd ingetrokken na het optreden van JD Vance op de AI-conferentie in Parijs [waar hij Europa en overmatige regulering bekritiseerde]. Ik denk dat het erg moeilijk is om zoiets fundamenteels volledig aan de rechterlijke macht over te laten zonder enige wettelijke leidraad. Maar het zou best kunnen dat dat gebeurt, in ieder geval in de VS.”
„Ik probeer optimistisch te zijn, maar het is zeer complex. We lopen al zover achter dat het simpelweg verbieden van Amerikaanse bedrijven niet mogelijk is. 70 procent van de gegevens van Europeanen wordt buiten de EU opgeslagen.
„In alle eerlijkheid: ik begrijp de aanpak van de Commissie niet. In een situatie waarin je een wetswijziging introduceert, meer vereenvoudiging en meer zekerheid wilt, zonder enige analyse, kom je een paar maanden later met verdere wetgeving op dezelfde gebieden. Het komt me vreemd voor, gezien de kritiek vanuit de industrie dat er te veel wetgeving is. We hebben nu een AI-omnibuswet, een digitale omnibuswet, en net als die bijna klaar is, komt er alweer een nieuwe omnibuswet. En dan komt er weer een nieuw wetsvoorstel om die opnieuw aan te passen…”
1974: geboren in Limerick, Ierland
2011-2016 / 2020-2024: vertegenwoordiger van het kiesdistrict Clare als lid van het Ierse parlement
2020: benoemd tot voorzitter van de speciale commissie voor de COVID-19-respons
Juni 2024-heden: verkozen tot lid van het Europees Parlement voor het kiesdistrict Ierland Zuid, waar hij deel uitmaakt van de liberale Renew Europe-fractie.
Rapporteur op het dossier inzake AI-wetgeving. Hij is tevens lid van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE), plaatsvervangend lid van de Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) en schaduwrapporteur voor het digitale omnibusrapport. Daarnaast is hij vicevoorzitter van de delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen met de landen van Zuid-Azië (DSAS).
Voorheen was hij werkzaam als advocaat en boer in het familiebedrijf.