Home

‘Bad Boys’: hoe Don Quichot ironisch naar de manosfeer galoppeerde

Bad Boys Drie nieuwe films laten zien dat opgekropt testosteron in onze gereguleerde, feminiene samenleving altijd een uitweg zoekt. Al hebben ‘foute jongens’ van vroeger niet dezelfde ambitie als de huidige manosfeer.

Anson Boon en Stephen Graham in ‘Good Boy’.

Thriller

Good Boy. Regie: Jan Komasa. Met: Stephen Graham, Anson Boon, Andrea Riseborough. Lengte: 110 min.

Te zien in de bioscoop.

Komedie

Jackass: Best and Last. Regie: Jeff Tremaine. Met: Johnny Knoxville, Jason ‘Wee Man’ Acuña, Lance Bangs. Geen ballen vanwege embargo.

Te zien in de bioscoop.

Is jeugdig hooliganisme een teken van nationaal moreel verval? Panikeren over ontsporende jeugd is een Britse hobby. De pers stort zich op een gruwelijk incident dat als gevolg van armoede en repressieve instituties wordt geïnterpreteerd, dan wel als na-apen van ‘satanische’ hardrock, ‘video nasties’, gangsta rap of de manosfeer. Verbieden dus, dan komt alles goed. En op naar de volgende ronde morele paniek, want boys will be boys.

De thriller Good Boy herinnert vaag aan Stanley Kubricks schandaalsucces A Clockwork Orange uit 1971, waar de overheid de agressieve inborst van een jeugdcrimineel hoopt te hervormen via een wreed gedragsexperiment. Links ziet daar van oudsher niets in: gedrag verandert niet door straf of dwang, maar door vrije wil en introspectie.

In Good Boy blijkt het gedragsexperiment geprivatiseerd en knap amateuristisch. Hooligan Tommy ontwaakt na een doorsnee-nacht van zuipen, hossen, snuiven en vechten tot zijn verbazing met een halsband en ketting in een onbekende kelder. Hij blijkt ontvoerd door het koppel Chris en Kathryn, dat hem wil hervormen middels drooglegging, educatieve video’s, vogelgeluiden, opbouwende boeken en klassieke films. Indien nodig, schrikt Chris ook niet terug van bruut geweld met taser, pepperspray of knuppel.

Documentaire

Azart Come Make Art. Regie: Annike Kaljouw, Masha Novikova. Lengte: 83 min.

Te zien in de bioscoop.

Tommy’s gevangenis is een afgelegen landhuis met een zero waste policy, vertelt Chris trots. Welgestelde elite dus, maar hun motivatie en politiek blijft net zo diffuus als Tommy’s achtergrond. Wel is duidelijk dat het stel een zoon verloor: moeder Kathryn spookt grauw en depri door huis, jongste zoon Jonathan probeert het gezin radeloos te lijmen. Een extra complicatie is de Moldavische huishoudster Rina, die wordt gezocht door vrouwenhandelaars.

Good Boy kan leunen op een script en acteurs die slim met verwachtingen spelen. Tommy kalmeert, slaat aan het lezen en krijgt iets meer vrijheid– ‘vader’ Chris legt een kettingrails door het halve landhuis en schenkt soms zelfs een biertje in. Tommy vult een emotionele leemte – die van de zoon en de oudste broer – en weet dat. Dus hoe echt is zijn inkeer onder dwang? Sadistische tiktok-filmpjes waarvan Tommy genoot –‘pretty sick!’ – staan hem later ogenschijnlijk tegen. Of veinst hij dat? Anson Boon speelt Tommy charismatisch en ambivalent: misschien worstelen twee zielen in zijn borst, misschien zint hij op revanche. Alle opties blijven open, wat Good Boy spannend houdt tot de finale, die verfrissend breekt met vrije wil versus dwang. Napraten mag.

Jackass met prostaatproblemen

Misschien moet je jongens als Tommy gewoon even laten uitrazen, zoals het Jackass-team al ruim een kwart eeuw doet sinds hun debuut in 2000. Jackass begon met zelfpromotor Johnny Knoxville, die in 1996 zelfverdedigingswapens als stungun, taser en pepperspray op zichzelf uitprobeerde. Samen met skate-bro’s Spike Jonze en Jeff Tremaine vormde hij een team jongemannen die elkaar giebelend onderwierpen aan de meest pijnlijke en smerige experimenten: in een winkelwagentje de heuvel af, wasabi snuiven, door kids in de ballen getrapt worden, vuurpijlen afschieten vanuit de anus. 

De reality-serie werd een fenomeen op MTV. Veel millennial-jongens ‘jackassten’ op het schoolplein, een neefje van mij raakte gewond toen hij zich ruggelings in een doornstruik wierp waarin zich een verkeerspaaltje verschool. Jackass staat in een oude traditie van jongemannen die de stam en de meisjes met halsbrekende toeren van hun lef en kracht willen overtuigen. En dat opgekropt testosteron in onze overgereguleerde, feminiene samenleving een explosieve uitweg zoekt, was rond 2000 een thema: denk aan de speelfilm Fight Club. Dat maakt Jackass overigens niet tot wegbereider van de manosfeer. Hun geldingsdrang is niet bitter en krampachtig, maar ironisch, infantiel en onsexy. 

Jackass past wel in de bromance-trend van de jaren nul, toen Judd Apatow in zijn komedies slonzige kerels, liefst vertolkt door Seth Rogen, koppelde aan vacuüm getrokken carrièrevrouwen. Kindmannen mochten erop los fröbelen, vrouwen werd de rol van hoofdschuddende mama opgedrongen. Tot in de jaren tien ook de dames zich gênant mochten misdragen in komedies als Bridesmaids, en de serie Girls het neurotisch onvolwassen slonsmeisje lanceerde.

Jackass’ hoogtepunt was in 2010 Jackass 3D (recette 172 miljoen dollar). Met hun nieuwe film Jackass: Best and Last hengelen ze op basis van millennial-nostalgie nog hooguit de helft binnen. Knoxville – over de vijftig – en zijn kameraden lenen zich in deel zes aan prostaatonderzoek door een hardhandig vingerende robot: anale penetratie is een evergreen. Meer mag ik niet verklappen wegens een embargo.

Fitzcarraldo op zee

Na jeugdig hooliganisme van Gen Z en ironisch knipogend machismo van Gen Xontmoeten we in Azart Come Make Art boomer-mannelijkheid. Het is een ode aan kapitein August Dirks, die 33 jaar met zijn doorgeroeste haringboot Azart uit 1916 havensteden aandeed om daar met musici, acteurs en andere ‘creatieven’ voorstellingen te verzorgen. Als een nieuwe VOC wilde Dirks „spelen in plaats van kelen, en delen in plaats van stelen”. Dat hij nooit verging, is meer geluk dan wijsheid, erkent hij.

Veel komen we niet over hem te weten in deze charmante documentaire. Dirks, na longkanker tot een Amsterdamse scootmobiel veroordeeld, vindt een laatste rustplaats voor zijn schip in Ecuador, waar de Azart in Fitzcarraldo-stijl het strand wordt opgesjord om daar voortaan dienst te doen als cultureel centrum. Dirks inspiratie was altijd al Werner Herzogs Fitzcarraldo, over een operaliefhebber die een rivierboot over een berg laat sjorren. Een obsessieve, zinloze missie, en juist daarom waardevol.

Voor gewezen provo’s en hippies waren Don Quichot en Peter Pan de helden: ontregelaars, zotten, eeuwige jongens. August Dirks behoort tot de eerste generatie mannen die zich niet langer als kostwinnaar wenste te identificeren, terwijl vrouwen die ambitie juist wel kregen. Trekt u van daaruit zelf maar lijntjes naar Jackass, Seth Rogen en toch ook de huidige manosfeer, die krampachtig hoopt verloren terrein te heroveren.

Film

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next