Home

Treinreis van de maand: Boemel met de Ferrovia Circumetnea op Sicilië rond de actiefste vulkaan van Europa

De dienstregeling is slechts een indicatie, comfortabel is de reis niet en van de vulkaan zie je vrij weinig – en toch is het een uitstekend idee om per railbus over Sicilië rond de Etna te boemelen.

is reisjournalist voor de Volkskrant en auteur van het boek 'Tussen de rails' over de 35 mooiste treinreizen van Europa.

‘Kijk, daar is ze!’ Henry, een Brit van middelbare leeftijd met zilveren lokken, wijst naar de rokende berg waaraan deze boemeltrein zijn naam en reputatie te danken heeft. ‘Volgens mijn reisgids verschuilt ze zich de meeste dagen in de wolken’, vervolgt hij. ‘Wij hebben geluk’, reageert echtgenote Olivia. De zon schijnt, en hoewel het wat heiig is, steekt in de verte tegen de blauwe hemel inderdaad een conisch silhouet af. Ik schuif het raampje omlaag en merk dat het wel meevalt met die heiigheid – de treinraampjes zijn gewoon vies. We zijn op het grootste eiland van Italië en rijden per trein een rondje rond de actiefste vulkaan van Europa.

Ferrovia Circumetnea (FCE) is de enig overgebleven regionale spoorwegmaatschappij van Sicilië, met één ongeëlektrificeerde en enkelsporige smalspoorlijn van 111 kilometer lang. Zoals de naam verraadt, loopt de spoorlijn in een cirkel rond de Etna, van de provinciehoofdstad Catania aan de oostkust met de klok mee over de zuid-, west- en noordflanken van de Etna en dan weer terug naar de oostkust, met als eindstation het havenstadje Riposto. Onderweg kan worden uitgestapt bij 33 haltes en stations. En overal is er, als het meezit, dat uitzicht op de Etna – of Mama Etna, zoals de eilanders haar noemen.

De cirkel is niet helemaal rond: langs de oostkust ontbreekt een stuk smalspoor tussen Riposto en Catania, maar daar loopt een reguliere spoorlijn. Met het boemeltje van de Ferrovia Circumetnea duurt de reis van Catania naar Riposto zo’n drie uur, een regiotrein van staatsspoormaatschappij Trenitalia rijdt in een half uur terug naar Catania. Maar zie ’m maar eens te vinden, dat boemeltje rond de Etna. De trein vertrekt niet vanaf station Catania Centrale, zoals je zou verwachten, maar 20 kilometer verderop in het onbeduidende Paternò (zie kader), waar je komt met een metro en een treinvervangende bus.

Rond de rokende Etna

Op het station van Paternò staat een vijftig jaar oude railbus klaar, gebouwd door Fiat en geverfd in de kleuren van de Italiaanse vlag. Het treintje bromt, de bankjes zijn bekleed met versleten blauwe stof, en de raampjes zijn dan wel vies, maar kunnen open voor frisse lucht en onbelemmerd uitzicht. De stationschef zwaait met zijn spiegelei, de dieselmotor begint te brullen en we zijn vertrokken. De reis voert naar bijna 1.000 meter hoogte, door stille dorpen, groene wijngaarden en grillige lavavelden. De cactussen groeien zo dicht langs het spoor dat je vanuit de trein de vruchten zou kunnen plukken.

Vier verbindingen per dag zijn er van Catania naar Randazzo en twee van Randazzo naar Riposto, dus met wat planning kunnen er onderweg één of twee tussenstops gemaakt worden. Bijvoorbeeld in Bronte, waar de Etna een vloek en een zegen is; bij uitbarstingen werd het dorp meermaals volledig verwoest, maar dankzij de vruchtbare vulkaanbodem groeit hier ook het groene goud van Sicilië – de beste pistachenoten ter wereld. Tijdens het oogstseizoen reizen de dorpelingen van de boomgaarden naar de boerderij of naar huis met grote manden vol vers geplukte nootjes.

Ook Randazzo werd eerder bedreigd door vulkaanuitbarstingen, maar steeds kwamen de lavastromen net voor de bebouwde kom tot stilstand. De dienstregeling dicteert dat ik hier drieënhalf uur heb, wat volstaat voor een wandeling door het middeleeuwse stadje met smalle straatjes tussen oude palazzi en beschutte piazzi met terrasjes en palmbomen. Via de Ponte San Giuliano klim ik naar een uitkijkpunt, waar ik zie hoe Randazzo balanceert op een klifrand. Op de voorgrond meandert de rivier Alcantara door een grillige rivierkloof, op de achtergrond is de rokende Etna te zien – heel even maar, want al snel verschuilt ze zich weer in de wolken.

Onwaarschijnlijk eindstation

‘Er staan hier meer kerken dan huizen.’ Op het station van Randazzo kom ik Henry en Olivia weer tegen. ‘En ze zijn allemaal gebouwd van lavasteen’, zegt zij. ‘Want tja’, vult hij aan, ‘dat is hier natuurlijk volop voorradig.’ Na een overnachting in Randazzo reizen zij door naar Giarre, de voorlaatste stop van de Circumetnea, waar overgestapt kan worden op de Trenitalia-trein terug naar Catania. Ik stap uit op de noordflank van de Etna in Linguaglossa, wat ‘grote lavastroom’ betekent. Het blijkt een chaotisch stadje vol vervaalde palazzi, een pronkerig stadhuis en wederom een kloeke collectie kerken. Zelfs het plaveisel is van lavasteen. Anderhalf uur is net genoeg en dan staat de volgende trein klaar voor vertrek.

Riposto is een onwaarschijnlijk eindstation voor een spoorlijn. Van het station wandel ik in vijf minuten naar een minuscuul stadsstrandje en langs de haven over de boulevard vol pizzeria’s die allemaal gesloten zijn; het is net na lunchtijd en het stadje is uitgestorven. Een metropool is het niet, prettig is Riposto wel. De meeuwen krijsen, de zon schijnt en een eenzame visser hengelt zijn avondmaal bij elkaar. Vanaf de Molo Costanzo is het uitzicht op het blauwe water met dobberende vissers- en plezierbootjes en de stad met de koepel van de Basilica San Pietro prachtig. En daarachter, waarachtig, de rokende krater van de Etna – heel even maar.

De reguliere trein van Trenitalia die vertrekt van station Giarre-Riposto stopt wél gewoon op het centraal station van Catania. En zo loop ik luttele minuten later door de Via Etnea. Die prijkt op de helft van alle ansichtkaarten, want aan het einde van die kaarsrechte hoofdstraat is de vulkaan te zien – maar nu even niet, want inmiddels verschuilt zij zich weer in de wolken. Geeft niks; de Siciliaanse avond is zwoel, de passeggiata is in volle gang en in Catania is het leven zoet. Ondanks de hindernissen en zelfs zonder uitzicht op Mama Etna is een reis met de Ferrovia Circumetnea een groot vulkanisch genoegen.

De voor dit artikel gemaakte reis is deels betaald door de Treinreiswinkel. Deze organisatie had geen invloed op de inhoud – de redactie bepaalt de bestemming, de invalshoek en het reisprogramma. Lees hier meer over onze journalistiek.

Heenreis
Per ICE via Mannheim naar Basel en overstappen op de Eurocity naar Milaan. Daar vertrekt ’s avonds de Intercity Notte naar Sicilië – voor de overtocht kun je gewoon aan boord blijven, want de hele trein gaat op de veerboot. Het treindeel met eindbestemming Siracusa stopt ook in Catania.

Ferrovia Circumetnea
Het eerste deel van de spoorlijn in Catania is omgebouwd tot ondergrondse metrolijn; neem op station Giovanni XXIII de metro naar Nesima en stap over op de treinvervangende bus. Momenteel (april 2026) vertrekt de trein in Santa Maria di Licodia Sud. Voor Riposto overstappen in Randazzo, voor de terugreis naar Catania overstappen in Giarre. Een dagticket (Biglietto giornaliero) kost € 15 en is geldig in de trein, metro en bussen van de FCE. Interrail niet geldig. Geen treinen op zon- en feestdagen. Ga in de richting van Catania naar Randazzo en Riposto rechts zitten. Vanwege werkzaamheden kan de situatie veranderd zijn; check de actuele dienstregeling op circumetnea.it.

Georganiseerde reis
De Treinreiswinkel biedt een 11-daagse rondreis over Sicilië, met onder meer Siracusa, Agrigento, Palermo én de Ferrovia Circumetnea, vanaf € 1595 per persoon inclusief heenreis per trein, lokaal vervoer, overnachtingen en terugreis per veerboot; treinreiswinkel.nl/sicilie.

Meer informatie
enit.it, turismo.comune.catania.it, visitsicily.info

Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next