Home

Omar wil gestolen ketting verkopen, terwijl slachtoffer toevallig naast hem staat bij juwelier - Omroep West

DEN HAAG - 'Soms zien we extreem veel toeval en voor meneer is dat nu toevallig vette pech.' De officier van justitie schetst dat toeval. Omar komt een gouden ketting verkopen bij een juwelier, maar de man van wie hij die ketting heeft gestolen heeft net bij het andere loket van de juwelier over de diefstal en zijn ketting verteld.

Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter.

Het verhaal begint bij Ravi, die telefonisch vapes bestelt en die laat thuis bezorgen. De man die de vapes komt afleveren kent hij niet, maar het is Omar.

Die blijkt meer geïnteresseerd in Ravi's gouden armband en ketting. En in plaats van de vapes te leveren trekt hij de ketting van Ravi's nek en neemt de benen.

Het slachtoffer gaat de dag erna naar de juwelier om een nieuwe ketting te kopen en hij omschrijft aan de verkoper hoe zijn gestolen exemplaar eruit zag. Hij wil het liefst iets wat er precies op lijkt.

Tegelijkertijd komt bij de inkoopbalie van de winkel, één deur verder, een man binnen die een ketting wil verkopen. Op de camerabeelden van de winkel is te zien dat het Omar is.

De juwelier ziet dat het sieraad precies voldoet aan de omschrijving die Ravi hem net aan de andere balie heeft gegeven en dat het slotje kapot is. Hij confronteert Omar daarmee. Die rent snel de zaak uit en gaat er in een auto vandoor.

De verdachte vertelt nu tegen de politierechter dat hij de ketting niet gestolen heeft. Dat moet Ashraf zijn geweest. Die heeft hem die ketting de avond ervoor gegeven in het café, met het verzoek om het ding te verkopen.

De rechter zegt: 'Dat is wel een makkelijk verhaal hè? Iemand die je uit het café kent geeft je een ketting en vraagt ga jij die verkopen voor mij. Dan zeg je toch doe het lekker zelf?' Omar beaamt dat hij dat beter had kunnen doen.

De rechter wil weten of hij Ashraf nog heeft aangesproken later. Hij moet hem toch weer gezien hebben, als ze allebei regelmatig in dat café komen? Dat blijkt niet het geval.

'Maar als iemand je zoiets flikt ga je hem toch opzoeken?', dringt de rechter aan. 'Misschien dat het uit de hand loopt en dan zit ik weer binnen', overweegt de verdachte, met de onverschilligheid van iemand die hier al vaker in het beklaagdenbankje heeft gezeten.

'Het slachtoffer zegt dat hij u herkent bij de juwelier.' Het is geen vraag van de rechter, maar een vaststelling. 'Hij kan wel zoveel zeggen', werpt Omar tegen. 'Hij kan mij helemaal niet gezien hebben, want ik was in de andere helft van de winkel.'

De verdachte heeft vraagtekens bij alle verklaringen die er in het dossier zitten. Hij staat ook nog terecht voor het besturen van een scooter onder invloed van drugs. Daar is hij wel vaker voor gepakt.

Omar beweert dat hij deze keer achterop zat en dat de agenten die hem aanhielden zomaar wat hebben opgeschreven. 'Ze kennen mij uit de buurt, zien mij achterop en willen mijn speeksel controleren. Waarom? Wat was hun taak die dag? Mij irriteren?'

Er lagen ook nog drugs en een ploertendoder in het opbergvak van de scooter, maar die waren uiteraard niet van de verdachte. 'Misschien dat iemand die daar even heeft neergelegd.'

'Nou het was voor bijna 200 euro aan drugs', zegt de rechter. 'Waarom zou iemand dat doen?' Omar weet het ook niet, maar het spul was echt niet van hem.

De rechter merkt op dat de scooter inmiddels is verkocht door het Openbaar Ministerie. Voor het eerst valt Omar uit zijn onverschillige rol. 'Verkocht?', roept hij verontwaardigd uit. 'Dus ik krijg hem niet meer terug?'

De officier van justitie knikt. 'U kan daar nog wel bezwaar tegen maken. Dan kunt u het geld wat we ervoor hebben gehad misschien terugkrijgen. Dat is 528 euro.' De jongeman: 'Ik ga zeker bezwaar maken.'

De officier maakt zich zorgen over Omar. De verdachte is pas twintig en heeft al een lijvig strafblad met onder andere rijden onder invloed van drugs, bezit van traangas en belediging van agenten erop. Hij loopt daarom nu met een enkelband.

'Eigenlijk is diefstal met geweld al zes maanden cel', zegt de officier. 'Hij heeft al 39 dagen gezeten en ik geloof niet dat het goed is als hij terug naar de gevangenis gaat.'

De officier eist een celstraf van 180 dagen, waarvan 141 voorwaardelijk. Daarnaast een taakstraf van 80 uur en een hele reeks voorwaarden, waaronder voortzetting van de enkelband. Ook zou de jongeman de opbrengst van de scooter niet moeten terugkrijgen.

De advocaat van Omar vindt dat er voor alle feiten te weinig bewijs is en vraagt om vrijspraak. De rechter heeft goed naar de verhalen van de verdachte geluisterd en is er maar meteen duidelijk over: hij vindt het onzin.

'Dat iemand een ketting aan een ander zou geven om te verkopen geloof ik gewoon niet. Je staat een dag later al bij de juwelier, dan moet je dat kunnen uitleggen, anders zeg ik: de diefstal is bewezen.'

'Je bent ook niet betrouwbaar over de drugs en de ploertendoder, omdat je ook al liegt over het besturen van die scooter. Dat andere mensen dingen in jouw scooter stoppen geloof ik ook niet.'

De rechter halveert de eis van de officier. Het worden negentig dagen cel, waarvan 51 voorwaardelijk, plus de taakstraf, de voorwaarden en de enkelband.

Daarnaast moet Omar een schadevergoeding van 100 euro betalen aan Ravi voor de schade aan de gouden ketting. Wel krijgt de verdachte de opbrengst van zijn verkochte scooter terug.

'Duidelijk. Dank u wel', zegt de verdachte terwijl hij opstaat. 'Zorg dat je hier niet terugkomt', geeft de rechter hem als advies mee. 'Precies. Werk ze man.' Met die woorden verdwijnt Omar door de deur.

De namen van Omar en Ravi zijn gefingeerd.

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next