Het aantal verstuurde brieven neemt de laatste jaren razendsnel af. Maar er zijn nog altijd mensen voor wie brieven een onderdeel van hun leven zijn. ‘Voor mij is een brief het tastbare bewijs dat iemand moeite heeft gedaan.’
In het depot van het voormalige Postmuseum in Den Haag stond bijna een eeuw lang een houten kistje met brieven. Bijna niemand had er onderzoek naar gedaan en maar weinig mensen wisten überhaupt van het bestaan af, tot Rebekah Ahrendt, hoofddocent muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht, in 2012 bij toeval over het kistje las in een oud tijdschriftartikel.
De kist, bewaard door de Haagse postmeester Simon de Brienne (ca. 1650-1707), bevatte 2.600 niet-afgeleverde brieven, vaak met het zegel nog intact. ‘Uit die tijd zijn talloze andere brieven bewaard gebleven’, zegt Ahrendt, ‘maar we hadden vrijwel alleen brieven van de mannelijke elite. In de kist vonden we brieven van gewone mensen. Opeens konden we lezen wat muzikanten, koopmannen en vrouwen te melden hadden.’
Wat voor bijzondere boodschappen en romantische liefdesbrieven lazen de onderzoekers? ‘Het bleken vooral ditjes en datjes’, zegt David van der Linden, hoofddocent moderne geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was samen met Ahrendt betrokken bij het onderzoek naar het kistje. ‘In de brieven staan veel boodschappen over het weer, de graanprijzen, maar ook boodschappen aan familieleden. Mensen gebruikten de brief tot de uitvinding van de telefoon echt voor álles. Nu we steeds minder brieven sturen, vergeten mensen hoe belangrijk ze ooit waren.’
Tot ver in de vorige eeuw schreven mensen nog regelmatig brieven naar elkaar. Het was dé manier om in contact te blijven met een familielid, pen- of vakantievriend. Bellen naar het buitenland was vaak te duur.
Maar nu e-mail, bellen en WhatsApp toegankelijk zijn voor bijna iedereen ter wereld, is de brief in onze communicatie overbodig geworden, constateerde de Engelse journalist Simon Garfield in zijn boek Ode aan de brief uit 2014. ‘We mogen dan de formaliteit en het spektakel van de posterijen missen’, schrijft hij, ‘maar we krijgen er de ongedwongenheid en het gemak van e-mail voor terug en maar weinigen zouden met zo’n ruil niet akkoord gaan.’
De laatste jaren neemt het aantal brieven razendsnel af. Tien jaar geleden bezorgde PostNL bijna 200 miljoen persoonlijke brieven en kaarten, in 2025 waren dat er nog maar zo’n 70 miljoen.
Maar toch moet iemand de post nog rondbrengen. PostNL is uitvoerder van de Universele Postdienst (UPD), wat betekent dat het bedrijf verplicht is de post in Nederland te bezorgen. Tot voor kort was bij wet vastgelegd dat 95 procent van de brieven en kaarten binnen één dag op de mat moest liggen, maar in de praktijk komt daar al jaren niets van terecht: PostNL haalde die termijn voor het laatst in 2018.
De briefpost is een hoofdpijndossier voor PostNL. De overheid houdt het bedrijf aan de verplichting om te bezorgen, maar sinds deze maand heeft PostNL wel een concessie gekregen: de post hoeft voortaan niet binnen één, maar twee dagen in de bus te liggen. Vanaf 2027 wordt dat zelfs drie dagen.
Ondanks de afnemende populariteit zijn er nog altijd mensen voor wie brieven een onderdeel van hun leven zijn. Ahrendt schrijft zelf nog veel brieven, naar haar zus in Californië bijvoorbeeld, en voelt zich door de brieven verbonden met vrienden die in het buitenland wonen. ‘Mensen zoeken altijd contact met anderen en de fysieke wereld is daarbij een stuk persoonlijker dan een online bericht. Ik vind het belangrijk niet alleen iets van me te laten horen, maar ook te laten voelen.’
Voor veel mensen in de 17de eeuw moet het bijzonder geweest zijn om een boodschap van honderden kilometers verderop te ontvangen. Ahrendt: ‘In bewaarde dagboeken uit die tijd staat regelmatig hoe blij mensen zijn als ze een brief van iemand ontvangen. En in toneelstukken speelt de brief vaak een rol: na het ontvangen van een brief is opeens alles anders.’
Omdat de brief voor zoveel mensen een belangrijke rol speelde, werd er veel geïnvesteerd in het postsysteem. ‘De postroutes waren de snelwegen van de 17de eeuw’, zegt Ahrendt. ‘Een brief kon binnen vier dagen in Parijs zijn. Ongeveer net zo lang als nu.’
En nadat de Nederlandse staat het postsysteem in 1799 hadden genationaliseerd werd het systeem nog verder uitgebreid. Op sommige drukke trajecten werden brieven verplaatst met snelheden die inmiddels ondenkbaar zijn. Van der Linden: ‘Wie ’s ochtends een brief verstuurde uit Den Haag met een adres in Amsterdam op de envelop, kon met een beetje geluk ’s avonds al antwoord hebben.’
Zeker vanaf de 19de eeuw werd de brief niet alleen sneller bezorgd, ook de inhoud veranderde. ‘Nu hebben we het idee dat brieven altijd persoonlijk of zelfs romantisch zijn, maar vroeger waren de berichten meestal nog formeel’, zegt Van der Linden. In de 19de eeuw kwam de romantiek tot bloei, de literaire stroming die emoties belangrijker vond dan het verstand. ‘En die nadruk op gevoelens was steeds vaker terug te lezen in de brief.’
Bovendien konden meer mensen schrijven en lezen. Voor die tijd moesten mensen naar een brievenschrijver, iemand die tegen betaling brieven schreef. Van der Linden: ‘In de 19de eeuw ontstond daarom het idee dat de brief, behalve voor praktische communicatie, ook iets was waarin mensen hun hart konden blootleggen.’
De zakelijke en praktische communicatie is vervangen door e-mail en telefoon, maar overleeft dan op zijn minst nog dat idee? Blijven mensen dierbare, persoonlijke berichten aan het papier toevertrouwen? Garfield gelooft er niet in. Aan het einde van zijn Ode aan de brief schrijft hij: ‘De laatste brief, wij gaan het nog meemaken.’
Garfield heeft gelijk als hij zegt dat de brief een steeds minder belangrijke rol speelt in ons leven. Het kistje van postmeester De Brienne werd na opheffing van museum Comm (het voormalige Postmuseum) verplaatst naar het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum, waar het weer diep in een depot is weggestopt. De tijd dat de meeste mensen hun eigen kistje met brieven op zolder bewaarden, is inderdaad voorbij.
Dat is jammer, want behalve dat het romantische idee van een kistje brieven verloren gaat, is het schrijven van een brief volgens Nederlands onderzoek ook goed voor het brein. Wie met de hand schrijft maakt gebruik van fijne motoriek en van de zintuigen, waardoor ons brein complexe verbindingen maakt. De boodschap die we in een brief schrijven onthouden we dus beter.
Voor iedereen is het schrijven van een brief een goed idee. Maar vooral voor jongeren – bij wie de schrijfvaardigheid er de laatste jaren slecht voorstaat – zou de terugkeer van de brief goed zijn.
Toch heeft Ahrendt niet het idee dat de laatste brief binnenkort geschreven wordt. Ze richt haar hoop juist op de jongere generaties: ‘Ik zie steeds meer dat mijn studenten ook interesse tonen in brieven. Sommigen schrijven brieven naar vrienden en familie om het eens uit te proberen. Juist de mensen die online zijn opgegroeid, zoeken naar nieuwe – of oude – manieren om contact te zoeken in de fysieke wereld.’
Dus Ahrendt houdt de moed erin. ‘Misschien zullen de geschiedkundigen van de toekomst zeggen dat in onze tijd, met al deze technologie, juist de renaissance van de brief begon.’
‘Afgelopen jaar deed ik mee aan de Miss Dutch Caribbean-verkiezing. Ik wilde via dat platform bewustzijn creëren voor endometriose, een chronische ziekte waarbij weefsel dat lijkt op baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder groeit. Om kans te maken op de winst moest ik online campagne voeren. Het was dus voor een goed doel, maar mijn schermtijd liep al snel uit de hand.
‘Op een avond scrolde ik door mijn TikTokfeed, zoals bijna elke avond, toen ik voor de zoveelste keer mijn blokkeerapp wegdrukte en me vervolgens afvroeg waar ik nu precies mee bezig was. Ik voelde al langer een diepe afkeer tegen alle snelle, korte berichten online. Als ik niet meteen reageerde, hadden mensen er een mening over.
‘Ik kocht een dumbphone, een telefoon waar ik alleen mee kan bellen en whatsappen, maar al snel miste ik een feed. Blijkbaar wilde mijn brein nog steeds weten wat er gaande was in het leven van mensen. Soms bleef ik langer in de supermarkt om het prikbord met persoonlijke oproepjes te lezen. Dat kwam nog het dichtst in de buurt.
‘Op aanraden van een vriendin ging ik via Facebook op zoek naar iemand om mee te schrijven. Inmiddels heb ik twee vaste penvriendinnen naar wie ik een of twee keer per maand een brief stuur. Over hoe het met mij gaat, mijn gezondheid, werk, de mensen om me heen. Ik gebruik het als een dagboek dat terugpraat.
‘Mijn penvriendinnen en ik leren elkaar nog kennen, maar ik voel me nu al met hen verbonden. Ik denk dat veel mensen van mijn generatie behoefte hebben aan dat soort diepere connecties, we zijn alleen niet gewend om er ook naar op zoek te gaan. Online moet je laten zien dat je veel vrienden en plezier hebt, want wie druk is, doet het goed. Toegeven dat je eigenlijk liever brieven schrijft is niet cool.
‘De tijd van gedachteloos reageren op memes van vriendinnen die ik rustig een jaar niet heb gezien, is voorbij. Voortaan is het: een écht gesprek of niets. En als je niet wil schrijven, bel me dan gewoon.’
‘Het sturen van brieven voor Amnesty International kreeg ik van jongs af aan mee van mijn moeder. Elke maand schreef ze met de hand brieven om mensenrechtenschendingen aan de kaak te stellen. Ze ging er een hele middag voor zitten, met op tafel een kop thee en een stapel luchtpostpapier, van dat dunne, bijbelboekachtige papier dat mensen gebruikten voor internationale brieven.
‘Mijn moeder was er vroeg bij. Sinds de oprichting van Amnesty International in 1961 kiest de organisatie elke maand drie gevallen van mensenrechtenschendingen ergens ter wereld. Die brieven gaan naar de ambassades en regeringsleiders van het land waar de misstanden plaatsvinden. Over de hele wereld schrijven Amnesty-leden naar dezelfde adressen, dus er komen talloze brieven binnen. Alleen al in Gemert-Bakel versturen we per jaar zo’n drieduizend enveloppen.
‘Toen ik begon schreven we nog een avond per maand samen in het dorpshuis en met de hand. Nu krijgen we maandelijks mappen met printjes thuisgestuurd. Op 10 december, internationale mensenrechtendag, schrijven we een stapeltje persoonlijke kaarten. Niet naar presidenten, maar naar slachtoffers en hun familie. We hopen ze een hart onder de riem te steken. December is sowieso een maand waarin ik veel kaarten verstuur. Wij zijn thuis echte kerstkaartschrijvers. Elk jaar schrijven we traditiegetrouw een jaarverslag voor onze vrienden en familie.
‘Voor Amnesty heb ik naar alle grote wereldleiders geschreven: van Xi Jinping tot Vladimir Poetin. Natuurlijk kunnen we ook de voorbeeldbrieven mailen, maar een fysieke brief komt harder binnen. Een e-mail klik je weg en vergeet je. Een brief – of een stapel brieven – moet je vastpakken, je moet er echt iets mee doen.
‘In die dertig jaar heb ik een aantal keer gehoord dat mensen zijn vrijgelaten na een brievenactie, maar vaak hoor je niets meer. Ik weet dat het maar kleine druppels zijn, maar als we blijven druppelen, raakt de emmer een keer vol.’
‘Toen ik 8 was, mocht elk kind in mijn klas een heliumballon oplaten. Op een klein kaartje schreven we onze naam en adres, wie het verst kwam kreeg een kleine prijs. Ik was de ballon al lang weer vergeten toen ik een brief uit Duitsland kreeg. We woonden in Twente, dus zo ver weg was de ballon niet gevlogen, maar toch vond ik dat heel bijzonder.
‘Een vrouw vond mijn kaartje in een weiland en schreef samen met haar dochter een briefje terug. In mijn hoofd ging dat er niet in: dat die ene ballon er nu voor zorgde dat ik post had van iemand die ik niet kende uit een ander land. Het was magisch.
‘Met het meisje uit Duitsland heb ik een tijd gecorrespondeerd. In mijn tienerjaren reageerde ik op oproepjes in tijdschriften en zo vond ik nog meer penvrienden. Ik ben het altijd blijven doen. Australië, Denemarken, Amerika: de brieven kwamen van over de hele wereld. In mijn meest actieve periode schreef ik vijftien mensen tegelijk.
‘Nu zijn er nog vijf over. We schrijven over verschillende dingen. Eigenlijk maakt het me niet zo uit, zolang het maar érgens over gaat. Als mensen me steeds maar vertellen over hun kinderen, haak ik snel af.
‘Ik schrijf soms ook naar vriendinnen, maar niemand van hen is zo gek op schrijven als ik. Na een tijdje bloedt het dood. Nu schrijf ik ze alleen nog als er iets bijzonders gebeurt. Laatst overleed bijvoorbeeld de partner van een kennis. Ik heb haar een lange brief geschreven. Er kwam een mail terug.
‘Natuurlijk kan ik ook gaan mailen naar mensen, maar het papier is me nog altijd erg dierbaar. Ik ben een papierfreak. De kleur moet bij de boodschap passen of op zijn minst bij het seizoen, dat draagt allemaal bij aan de beleving.
‘Voor mij is een brief het tastbare bewijs dat iemand moeite heeft gedaan. De moeite om een pen te pakken, papier uit te zoeken en gedachten te vinden. En dan krijg je een boodschap die alleen tegen jou wordt uitgesproken. Dat is me heel dierbaar.’
‘Theatermaker is geen beroep waar je rijk van wordt, dus ik ben altijd op zoek naar bijbanen. Vijf jaar geleden werd ik fietskoerier, in Maastricht bracht ik medicijnen en boeken rond. Ik fietste toch al veel in mijn vrije tijd, dus dit was de ideale bijbaan.
‘Zo kwam ik op het idee om ook brieven op de fiets te gaan bezorgen. Tijdens een theatervoorstelling vroeg ik mensen om naar bekenden te schrijven. Die brieven bezorgde ik en over de ontmoetingen maakte ik een volgende voorstelling.
‘Het idee was dat ik de brief zou afleveren en weer om zou keren. Maar ik was er toch, dus ik vroeg de ontvanger van de brief om een nieuwe brief te schrijven. Dat idee van een keten van brieven fascineerde me. Ik vroeg me af hoe lang een keten kon zijn en waar die toe kon leiden.
‘Tien maanden geleden vertrok ik met zes brieven op zak en zonder eindbestemming. De ketens hebben me via Duitsland, Italië, Rusland en Kirgizië tot Caoziping geleid, een dorp midden in China, waar ik nu ben. Ik moet nog brieven afleveren in Hongkong, Kuala Lumpur en Singapore, daarna vlieg ik naar huis.
‘Inmiddels heb ik negentig brieven bezorgd en negentig ontmoetingen gehad. Bijna iedereen die ik ontmoet is ontzettend blij en dankbaar dat ze een brief krijgen en hoewel ze het vaak al lang niet gedaan hebben, schrijven ze altijd zelf een nieuwe brief.
‘Wat me wel verbaasde: veel oudere mensen snappen niet dat ik zoveel moeite doe voor een boodschap die ook over de mail had gekund, maar juist jonge mensen tonen interesse. Het is voor hen iets onbekends, waardoor de brief iets magisch krijgt. Het zou me niet verbazen als mensen die met technologie zijn opgegroeid de brief een tweede leven geven.
‘Tijdens de reis ben ik zelf ook begonnen met schrijven. Zes bevriende kunstenaars hebben speciale brievenbussen gemaakt in Limburg, Aachen en Duitstalig België. Daar stuur ik de brieven naartoe, zodat iedereen die geïnteresseerd is, ze kan lezen. Die brieven vertellen het verhaal van mijn reis. Het is daarom het mooist als de brieven geleefd hebben, als de kreukels en scheuren zelf ook een deel van het verhaal vertellen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant