Kroongetuigedeal De deal met kroongetuige Nabil B. ontwrichtte het leven van zijn familie, stelt de Haage rechtbank vast. Maar de claim dat zij recht hebben op een hogere schadevergoeding dan tot nu toe is uitgekeerd, vindt de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Tegen die conclusie gaat de familie in hoger beroep.
Politie op de plek waar de broer van de kroongetuige Nabil B. is doodgeschoten in Amsterdam-Noord.
Onrechtmatig. Zo kwalificeert de rechtbank in Den Haag het handelen van het Openbaar Ministerie tegenover de familie van Nabil B., kroongetuige in het Marengo-proces tegen de criminele organisatie van Ridouan Taghi. Daarbij gaat het niet om de kroongetuigedeal met Nabil B. zelf, die kon en mocht het OM sluiten.
De onrechtmatigheid gaat over het moment waarop de deal en de bijbehorende verklaringen van Nabil openbaar zijn gemaakt, op 23 maart 2018. Op dat moment was namelijk nog niet voldaan aan de verplichting van de overheid om Nabil B. én zijn familie te beschermen.
Daarmee heeft het OM artikel 2 van Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) geschonden, zo blijkt uit een vonnis dat woensdag is gepubliceerd en eerder al uitlekte via Het Parool. Artikel 2 van dat verdrag verplicht de staat het recht op leven te beschermen.
Het gaat om een uitspraak in een civiele procedure die eind 2024 door familieleden van Nabil B. werd aangespannen tegen de staat. Anderhalf jaar eerder concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een lijvig rapport al dat het OM beveiliging van mensen uit de kring rond Nabil B. „ondergeschikt” vond aan het opsporingsbelang in de strafzaak Marengo tegen Taghi.
Dat OVV-onderzoek kwam er nadat Peter R. de Vries in de zomer van 2021 werd vermoord. Hij was na broer Reduan en advocaat Derk Wiersum het derde dodelijke slachtoffer uit de kring van Nabil B. Net als de OVV concludeert de rechtbank dat al een half jaar voor het sluiten van de deal met Nabil duidelijk was dat dit zou leiden tot „ernstige dreiging” voor zijn familie.
Naast Nabil hebben ook zijn broers vanaf het begin gewaarschuwd voor de risico’s van een kroongetuigendeal. Waarschuwingen die werden onderstreept door een bericht van Taghi uit 2017, dat in januari 2018 werd gevonden. „Hy weet: iedereen gaat slapen als die my naam heeft genoemd.”
De civiele procedure bij de rechtbank in Den Haag gaat over de vraag of de familie van Nabil B. afdoende is gecompenseerd voor het gebrek aan passende veiligheidsmaatregelen. De familie van Nabil stelt dat de staat zowel voor als na de publicatie van de deal niet heeft voldaan aan de plicht om passende maatregelen te nemen.
Nadat Nabils broer Reduan op 29 maart 2018 werd vermoord zijn er veiligheidsmaatregelen genomen waarvan de details niet bekend worden gemaakt, schrijft de rechtbank in het vonnis. Ook zijn familieleden van Nabil „met hoge vergoedingen” gecompenseerd omdat ze ”onevenredig zijn benadeeld”.
De kern van het dispuut, zo stelt de rechtbank vast, is de vraag of de familie van Nabil recht heeft op wat zij het beginsel van „life for life” noemen. „Op grond daarvan claimen zij het recht op een volwaardig (nieuw, vergelijkbaar) leven, in Nederland of het buitenland”, zo staat te lezen in het vonnis. Het OM is het niet eens met die claim.
De Haagse rechtbank stelt voorop dat de kroongetuigendeal voor de familie „levensontwrichtend” is geweest. En daaruit volgt dat de staat op grond van het Europees mensenrechtenverdrag kan worden verplicht om „onevenredig nadeel te compenseren”. Maar dat betekent niet dat alle schade moet worden gecompenseerd. Omdat de rechtbank die claim afwijst, gaat de familie tegen dit oordeel in hoger beroep, zo meldde Het Parool dinsdag.
Terwijl de rechtbank dus vaststelt dat de deal met Nabil B. voor zijn familie levensontwrichtend is, zijn ze nu terechtgekomen in een juridische discussie over de vraag wat „onevenredig nadeel” in hun geval precies betekent. Het is een juridisch loopgravengevecht dat Peter R. de Vries, nu vijf jaar dood, verafschuwde. Hij vond dat de familie van Nabil B. onrecht was aangedaan door het Openbaar Ministerie en de Nederlandse staat. En dat de overheid daarvoor uit eigen beweging ruimhartig moest compenseren. Dat was juist een van de redenen waarom De Vries vertrouwenspersoon werd van Nabil B. en zijn familie.