Home

Column | Evert Slager: “Pedro Acosta kan Marc Márquez overvleugelen. Ja, dat geloof ik echt”

Terwijl onze vier vaste columnisten Barry Baltus, Collin Veijer, Jeffrey Buis en Loris Veneman genieten van een welverdiende zomerstop, neemt Evert Slager de komende donderdagen de honneurs waar. In een persoonlijke column laat hij zijn licht schijnen op de actuele ontwikkelingen binnen de motorsport. Hieronder deel 3: ‘Pedro Acosta kan Marc Márquez overvleugelen. Ja, dat geloof ik echt.’

Ik ga het maar meteen zeggen: ik kijk nu al uit naar 2027. Als Pedro Acosta inderdaad de teamgenoot wordt van Marc Márquez binnen het Ducati Lenovo Team, dan staat ons misschien wel de meest fascinerende interne strijd van het moderne MotoGP tijdperk te wachten.

Ik weet dat niet iedereen het met me eens zal zijn. Dat mag en dat kan. Toch blijf ik erbij: Pedro Acosta is momenteel de enige coureur die qua puur talent in de buurt komt van Marc Márquez. Dat hij nog geen MotoGP race heeft gewonnen, verandert mijn mening niet. Talent laat zich nu eenmaal niet altijd aflezen aan de statistieken.

Sinds zijn debuut in de MotoGP klasse heeft Acosta laten zien dat hij dingen kan die maar weinig anderen kunnen. Hij stapte in bij KTM op een moment dat de motor allesbehalve de maatstaf was. Toch wist hij vrijwel direct zijn teamgenoten onder druk te zetten en prestaties neer te zetten die eigenlijk boven het niveau van de machine uitstegen. Wat mij betreft verdient dat minstens zoveel waardering als overwinningen op de beste motor van het veld.

Juist daarom begrijp ik Ducati’s keuze volledig. Sommigen vinden het een risico om twee uitgesproken winnaars in één fabrieksteam te zetten. Ik zie dat anders. In 2027 begint de MotoGP aan een nieuw tijdperk. Nieuwe technische reglementen, nieuwe 850cc motoren en een nieuwe bandenleverancier zorgen ervoor dat iedereen weer vanaf nul begint. Juist dan wil je niet één uitzonderlijk talent hebben, maar twee. Coureurs die zich razendsnel aanpassen, de limiet vinden en de ontwikkeling van een compleet nieuwe machine versnellen. In mijn ogen zijn Márquez en Acosta daarvoor de ideale combinatie.

De geschiedenis laat bovendien zien dat superteams in de MotoGP vaker een succes zijn dan een probleem. Natuurlijk ontstaan er spanningen als twee absolute toppers dezelfde pitbox delen, maar uiteindelijk profiteert een fabrikant juist van twee coureurs die elkaar voortdurend naar een hoger niveau tillen. Yamaha bewees dat met Valentino Rossi en Jorge Lorenzo, Honda met Casey Stoner en Dani Pedrosa, om maar twee voorbeelden te noemen. Ducati weet als geen ander dat interne concurrentie geen nadeel hoeft te zijn.

Betekent dat automatisch dat Acosta Márquez gaat verslaan? Nee.

Marc Márquez blijft voor mij de maatstaf. Zijn vermogen om zich aan te passen, races te lezen en onder maximale druk te presteren is ongeëvenaard. Dat heeft hij meer dan tien jaar lang bewezen. Acosta moet dat nog laten zien over meerdere seizoenen.

Maar kan hij Márquez overvleugelen? Absoluut.

Acosta is nog altijd volop in ontwikkeling. Zijn plafond lijkt nog lang niet bereikt. Als hij in 2027 daadwerkelijk op de fabrieks-Ducati stapt en de nieuwe motor hem ligt, zie ik geen enkele reden waarom hij niet direct races zou kunnen winnen en uiteindelijk zelfs de interne strijd met Márquez zou kunnen aangaan.

Sterker nog, ik denk dat Ducati precies doet wat een topfabrikant hoort te doen: de twee grootste talenten van dit moment samenbrengen en de strijd op de baan laten beslissen.

Blijft Márquez de favoriet? Zonder twijfel.

Maar als er één coureur is die hem binnen hetzelfde team écht het vuur aan de schenen kan leggen, dan is het Pedro Acosta. En eerlijk? Ik hoop dat het gebeurt. Niet omdat Márquez moet verliezen, maar omdat de MotoGP zo’n titanenstrijd nodig heeft. Twee uitzonderlijke talenten, dezelfde motor en geen excuses meer.

Als motorsportliefhebber kun je je eigenlijk geen mooier scenario wensen. Laat 2027 maar komen.

Tot de volgende keer,
Evert Slager.

Eerdere columns in 2026
17. Column | Evert Slager: “Misschien is chaos wel precies wat de MotoGP nodig had”
16. Column | Evert Slager: “Waarom Ai Ogura de gevaarlijkste man voor Marc Márquez is”
15. Column | Jeffrey Buis: “Ik ben tevreden, maar de reglementen maken het ons niet makkelijk”
14. Column | Collin Veijer: “Accepteren om de volgende stap te kunnen maken”
13. Column | Loris Veneman: “Hier in Misano weer meedoen voor het podium”
12. Column | Barry Baltus: “Opnieuw bouwen aan vertrouwen”
11Column | Jeffrey Buis: “Assen gaf vertrouwen, nu kijken wat Most ons brengt”
10. Column | Collin Veijer: “We beginnen in Le Mans weer gewoon op nul”
9. Column | Loris Veneman: “De snelheid was er in Assen, alleen in de races zat het een beetje tegen”
8. Column | Barry Baltus: “Terug waar ik hoor te zijn”
7. Column | Jeffrey Buis: “Assen is altijd speciaal, ik kijk uit naar mijn thuisweekend”
6. Column | Collin Veijer: “Soms leer je het meest van momenten waarop het fout gaat. Austin was er zo één”
5. Column | Loris Veneman: “Een nieuwe klasse en meteen prijs”
4. Column | Barry Baltus: “Het gevoel is er, nu het resultaat nog”
3. Column | Jeffrey Buis: “Nieuwe klasse, nieuwe motor, maar hetzelfde doel”
2. Column | Collin Veijer: “Een top vijf is goed… maar ik wil winnen”
1. Column | Loris Veneman: Wennen aan iets nieuws, maar het gevoel is goed



Source: Racesport

Previous

Next