De zomer dichtbij NRC vroeg fotografen om de zomer dicht bij huis vast te leggen. Wat gebeurt er als je het bekende als vertrekpunt neemt? Frank Ruiter nam voor één keer zijn camera mee naar de camping in Bakkum waar hij met zijn gezin al jaren komt.
Marie Ruiter (11), dochter van de fotograaf, met ‘bestie’ Orla de Wit (10) op de camping in Bakkum.
Wat zie je als je diep in de nacht over de camping loopt? Een „spookachtige” omgeving, weet fotograaf Frank Ruiter, „creepy” zelfs. Jaren geleden, na een festival, een gemist station omdat hij in de trein in slaap viel, na een peperduur taxiritje ook, kwam hij tegen twee uur ’s nachts aan op de camping in Bakkum. In de wandeling naar zijn caravan viel hem op hoe een plek die overdag zo open en vrolijk is, in het donker kan veranderen in iets engs. Weinig licht, geritsel in de bosjes, wat schoot daar nou voorbij? „We hebben een tuinkabouter, dat is dan geen prettig gezicht.”
Stacaravan bij het vallen van de avond.
Ruiter en zijn gezin komen er al jaren, ieder weekend zodra het warmer wordt. Ze wonen in het centrum van Amsterdam, een huis zonder tuin. Dan is het groen van de camping een welkome uitvlucht. De fotocamera blijft altijd thuis, zegt Ruiter. „Ik kom daar om uit te puffen van het leven als zzp-fotograaf.” Voor deze serie maakte hij een uitzondering. Drie keer haalde hij zijn camera tevoorschijn, altijd pas als de zon al een beetje wegzakte, rond een uur of acht in de avond. Want: „Als de zon hoog staat krijg je van die harde schaduwen rond de oogkassen.” En hij fotografeerde dus ook in het donker, als de zon allang gezakt was.
Het resultaat: foto’s die doen denken aan lange zomerdagen die niet lang genoeg kunnen duren. Struinen, lezen, rondhangen, spelen. En ja, ook even turen op de telefoon.
Telefoonmoment van Olaf en Marie aan het eind van de dag.
Marie Ruiter (links) en Orla de Wit.
Marie Ruiter.
De foto’s zijn anders dan zijn normale werk voor NRC, Ruiter maakt portretten. Dat deed hij op de camping amper, zijn vriendin en oudste dochter Renée vinden het maar niks om op de foto te gaan. Hij moest ze beloven dat ze niet hoefden te poseren. Hij vond het „heel rustgevend”, zegt Ruiter, om dit keer eens géén portretten te maken, dat had hij al heel lang niet gedaan. „Ik was alleen maar bezig met observeren. Portretten zijn leuk, maar het is ook heel veel in korte tijd: je moet aardig gevonden worden, er is vaak tijdsdruk.”
Marie, Olaf en Orla spelen jeu de boules. (Fotograaf ligt op de grond met een telelens, waardoor het lijkt alsof de kinderen over hem heen kijken.)
Frédérique Arts, vriendin van de fotograaf, met het rugschild van een zeekat.
Renée Ruiter (15) wilde niet poseren. Een foto tijdens het maken van een knotje mocht wel.
Ruiter gebruikt het liefst natuurlijk licht, of al aanwezig licht: de zon, een lantaarnpaal die er al staat, geen lamp die hij zelf meesjouwt. En dan net zolang zoeken, bukken, kruipen, liggen tot het licht precies goed valt. De foto van het spinnenweb in het donker wordt verlicht door een lantaarnpaal, die zelf niet in beeld is. Ruiter gebruikte er een „enorme telelens” voor, ging „stiekem” in een tuintje staan van buren en maakte zo het beeld dat een beetje sciencefiction lijkt.
Dat geldt ook voor de foto van een fiets, waarvan voor- en achterlicht maar een stukje van de weg verlichten. Wat gebeurt er in het duister? Ruiter weet het antwoord: daar staan de eigenaren van de fiets, een groepje minderjarigen. De foto’s waar zij op staan kunnen alleen gepubliceerd worden als de ouders toestemming geven. Hij hoorde nooit iets van ze terug.
Fiets in het duister.