Een gebruinde huid geldt in sommige kringen nog altijd als schoonheidsideaal, ondanks waarschuwingen voor huidkanker. Kun je wel verantwoord bruin worden, of is de zon mijden per definitie gezonder?
schrijft voor de Volkskrant vooral over praktische vragen op het terrein van wetenschap en gezondheid
‘In mijn praktijk zie ik veel mensen met een best gebruinde huid die zeggen: ‘Ik verbrand nooit’’, vertelt hoogleraar dermatologie Marlies Wakkee van het Erasmus MC. Toch blijkt zo’n gebronsde huid allesbehalve zaligmakend. ‘Bij controles op huidkanker richt ik mij vooral op gebieden die in de zon zijn geweest. Het risico is het grootst waar de zon het meest heeft ingestraald, zoals het gezicht en de armen.’ Een stevige bruintint geldt voor Wakkee dus eerder als indicatie voor huidkanker dan als een signaal van goede bescherming. ‘Mensen moeten beseffen dat bruin worden door de zon een teken is van beschadiging van de huid.’
Dat botst met hoe veel mensen met lichte huidtypes nog kijken naar een gebruinde huid. Beschermt die niet juist tegen de zon, als je maar geleidelijk bruin wordt zonder te verbranden? Daar lijkt op het eerste oog wel wat voor te zeggen, vertelt stralingsspecialist Arjan van Dijk van het RIVM. Een gebruinde huid biedt immers extra bescherming tegen gevaarlijke uv-straling in zonlicht, dankzij de aangemaakte pigmentkorrels. Bovendien wordt de huid iets dikker, als extra beschutting voor de lagergelegen stamcellen die de huid een leven lang continu verversen.
Maar juist met bruinen lopen die stamcellen gevaar op DNA-schade, vertelt Van Dijk. ‘Wie van een bleke naar een bruine huid gaat, is in essentie bruinverbrand. Bij een licht huidtype is de tijd die nodig is om rood te worden altijd korter dan de tijd om bruin te worden.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Het bruiningsproces blijkt pas op gang te komen nadat de eerste huidschade al is aangericht. Dat valt wellicht niet op omdat enkel een dieprode huid in de volksmond als verbrand geldt, vertelt Van Dijk. ‘Alles wat afwijkt van de huidskleur waarmee je vanochtend wakker werd, ook licht rosé, verhoogt bewezen het risico op melanoom.’ Op een heldere zomerdag begint een lichte huid in een open omgeving al na tien minuten te verbranden, schetst Van Dijk. Bruin worden kan daarmee alleen door eerst (licht) te verbranden.
Dat lijkt wellicht een acceptabel offer om vervolgens de rest van de zomer beschermd te zijn door een gebruinde tint. Maar die bescherming valt tegen, waarschuwt Van Dijk. Om te beginnen is de extra bruining grotendeels optisch. Uv-straling wordt naargelang de golflengte opgedeeld in uv-A en uv-B, met wisselende effecten op de huid. ‘Van uv-A krijg je alleen een donkerder kleur, maar niet meer bescherming.’ Het zet een oxidatiereactie in gang, waardoor bestaand pigment simpelweg bruiner kleurt. ‘Je weet dan automatisch dat de prijs altijd te hoog zal zijn, er komt niets voor in ruil.’ Zonnebanken stralen vrijwel alleen uv-A uit, waardoor ‘voorbruinen’ in het vroege voorjaar sowieso geen winst biedt.
De aanmaak van extra pigment komt op conto van uv-B. Blootstelling daaraan blijft altijd weinig wenselijk, zegt Van Dijk. ‘Dat is de gemene jongen. De golflengte past heel precies op allerlei biomoleculen. Het zorgt voor bruining, maar sloopt ook de cellen.’ Bij een aangeboren zwarte huid beperkt het pigment die schade grotendeels tot de snel verversende toplaag, waardoor de stamcellen ontzien blijven: dat scheelt een factor 60 ten opzichte van een bleke huid. Een lichte, zongebruinde huid biedt daarentegen hooguit een factor 4 aan bescherming tegen zulke DNA-schade.
Bovendien heeft het pigment in een gebruinde huid een andere structuur dan in een van nature donkere huid, vertelt Van Dijk. ‘Zulk feomelanine absorbeert de energie uit uv wel, maar maakt daarmee vervolgens radicalen aan. Uren nadat je uit de zon gegaan bent, kunnen die radicalen nog schade aan je DNA veroorzaken.’
Moeten mensen met een licht huidtype de zon dan rigoureus mijden? Daarvoor pleit dermatoloog Wakkee niet, wel voor een verstandigere omgang. ‘Ik ben geen kluizenaar en ik houd van de warmte, dus ik vind zomerse dagen heel fijn. Maar als ik bij een hoge zonkracht naar buiten ga, dan herken je mij aan een grote hoed. Ook gebruik ik zonnebrandcrème.’
Stevig verbranden blijft een groter gevaar dan gematigde blootstelling, maar ook die kun je vanuit gezondheidsperspectief dus beter beperken. ‘De schade stapelt zich door de jaren op. De zon mijden is het beste wat je kunt doen om huidkanker te voorkomen en huidveroudering als pigmentvlekken te verminderen.’ Dat laatste vormt voor sommigen wellicht een sterkere drijfveer. ‘Producten om een rimpelloos uiterlijk te houden vliegen over de toonbank, maar daarvoor kun je beter verstandig omgaan met de zon.’
Een kritische blik op het schoonheidsideaal van een zongebruinde huid zou daarbij helpen, zegt Wakkee. ‘Ik hoop echt dat we niet meer streven naar een bruine huid. Het hoeft niet helemaal spierwit, maar mensen mogen tevreden zijn met de huid zoals die is.’ Een gebruinde huid is sowieso vluchtig, benadrukt Wakkee. ‘Wat je opbouwt door de zomer zie je nog één tot twee maanden, daarna is het weer weg. Dat bruine kleurtje verdwijnt, maar de schade blijft.’ Voor wie alsnog naar een gebronsde huid streeft, biedt de drogist een snelle én gezonde uitweg. ‘Als je toch gezond wilt bruinen, kun je zelfbruiner gebruiken.’
De zon verhoogt het risico op huidkanker bij een lichte huid, maar is blootstelling niet simpelweg noodzakelijk voor voldoende vitamine D-aanmaak? Lang werd verondersteld dat een licht huidtype om die reden evolutionair voordelig is in relatief zonarme leefgebieden. Die theorie is achterhaald, vertelt stralingsdeskundige Arjan van Dijk van het RIVM. ‘Mensen met een zwarte huid maken maar 30 procent minder efficiënt vitamine D aan. Een bleke huid is niet nodig voor voldoende vitamine D-synthese.’
In de Nederlandse lente- of zomerzon heeft iemand met een donkere huid slechts vijf minuten langer nodig om voldoende vitamine D aan te maken (twintig om vijftien minuten). Relatief beperkte zonblootstelling is dus voldoende, ongeacht het huidtype. Een lichtere huid lijkt vooral een genetische toevalligheid, zonder uitgesproken voordelen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant