De vijfde editie van de Tour de France Femmes gaat zaterdag van start in Lausanne. De wielerkoers, die door de jaren heen verschillende vormen aannam, is inmiddels uitgegroeid tot de belangrijkste meerdaagse ronde van het jaar.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over wielrennen, atletiek en roeien.
Herstarts, doorstarts, faillissementen en sportieve marginalisering: de geschiedenis van de Ronde van Frankrijk voor vrouwen is er een van obstakels en onderbrekingen. Zaterdag gaat voor de vijfde keer de Tour de France Femmes van start, ditmaal in Lausanne. Deze reïncarnatie van de Tour lijkt zich definitief te hebben gevestigd in het hart van het seizoen en als belangrijkste meerdaagse ronde van het jaar.
De eerste voorzichtige poging om de Tour de France ook voor vrouwen te organiseren was al in 1955: een vijfdaagse wedstrijd met slechts 41 deelnemers. Navolging kreeg het niet. Pas in 1984 kregen vrouwelijke wielrenners opnieuw de kans om de Tour de France te betwisten. Toen deden er, anders dan in 1955, ook Nederlandse rensters mee en met verve. Ze wonnen 15 van de 18 etappes, die voor aanvang van de mannenwedstrijd over een deel van het parcours werden georganiseerd.
Mieke Havik was de rapste in de openingsrit en daarmee ook de eerste Nederlandse renster die de gele trui mocht aantrekken. De leiderstrui moest ze uiteindelijk afstaan aan de Franse Marianne Martin, maar ze kreeg op het eindpodium in Parijs wel de groene puntentrui uit handen van de net aangetreden Franse premier Laurent Fabius. In het recent verschenen boek Trots, tranen en triomf schrijft Michel Simons hoe Havik zich op het podium een grapje veroorloofde tegen de kersverse eerste minister: ‘Wij staan hier allebei nu voor het eerst, mooi hè? Hoe vind jij het?’
Het Nederlandse succes zou een rode draad blijken in de geschiedenis van de Tour de France voor vrouwen, die verder weinig consistentie biedt. Het is ook de insteek voor Simons, die in zijn boek orde probeert te brengen in de chaos die de geschiedenis van deze Tour kenmerkt. Hij heeft alle uitslagen en statistieken bij elkaar gebracht, tot de Nederlandse prestaties in tussensprints en op beklimmingen aan toe.
Dat moet monnikenwerk zijn geweest, want de versnippering was groot. Dé Tour de France voor vrouwen bestond niet. Er zijn meerdere organisaties geweest en meerdere wedstrijdvormen. Na zes edities van de Tour de France féminin (1984-1989) werd het grondgebied van de ronde uitgebreid en ging die in 1990 verder als Tour de la Communauté Européenne féminin, de Ronde van de Europese Gemeenschap voor vrouwen.
In 1992 zette een andere koersorganisatie daar weer een op Frankrijk gerichte ronde naast. Omdat Tour de France als merknaam niet beschikbaar was, ging deze wedstrijd aanvankelijk als Tour cycliste féminin door het leven en werd in 1998 omgedoopt tot La Grande Boucle féminine internationale.
Wat Simons’ boek de meeste zeggingskracht geeft zijn de interviews met de Nederlandse rensters die de Tour in al die jaren kleurden en de ruime voorraad beeldmateriaal, die een inzicht biedt in de ontwikkeling van het wielrennen bij de vrouwen. Neem de eerste edities in de jaren tachtig.
‘De Tour was bij de mannen al een professionele aangelegenheid, maar bij de vrouwen veel minder. ‘Bijzonder voor die tijd was dat je naast het wielrennen ook werkte of studeerde. Met wielrennen was geen volledig maandloon bij elkaar te verdienen, tenzij je tot de allergrootsten van het peloton behoorde’, zegt Monique de Bruin, die tussen 1985 en 1989 viermaal de Tour reed.
De financiële kant bleef lang een groot probleem. Het grote geld zat, zowel voor de organisatoren als de renners, bij de mannen en niet bij de vrouwen. Elk decennium nam het aantal etappes steeds verder af, tot slechts vier ritten in de laatste La Grande Boucle in 2009. Daarna verdween de wielerronde helemaal.
In 2014 kwam het op aandringen van rensters als Marianne Vos tot een voorzichtige renaissance, onder de vlag van Tour-organisator ASO, met La Course. Dit was een eendaagse wedstrijd, maar die plaveide in de acht edities die werden georganiseerd wel de weg voor de terugkeer van een echte Ronde van Frankrijk: de huidige negendaagse Tour de France Femmes. Dat is weer een ronde van formaat en heeft zich in de korte tijd dat zij weer op de kalender staat ontwikkeld tot het hoogtepunt van het seizoen, de koers waar de beste rensters hun seizoen op afstemmen.
Vos: ‘De eerste La Course op de Champs-Élysées was natuurlijk heel speciaal. De Tour was eindelijk terug voor vrouwen en wij hadden daar een jaar eerder nog over gesproken met de ASO. Dat het in 2014 al werkelijkheid werd, voelde als een mijlpaal. Toch staat de Tour de France Femmes voor mij nog een trede hoger.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant