Grote delen van het internet bestaan inmiddels uit vaak matige content voortgebracht met kunstmatige intelligentie. Afgelopen week kondigde onder meer LinkedIn maatregelen aan tegen deze AI-tsunami. Die bedreigt niet alleen hun inkomsten, maar ondergraaft ook de betrouwbaarheid van de chatbots zelf.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Amper drie weken geleden wees Amerikaans onderzoek uit dat vier op de tien ‘langere’ bijdragen van gebruikers op LinkedIn uit de koker komen van ‘s werelds productiefste ghostwriter: kunstmatige intelligentie (AI). Nu werpt de carrièresite een nieuw wapen in de strijd tegen deze vloedgolf aan namaak: bezoekers kunnen een alarmknop indrukken als ze denken dat anderen hun wijsheden door chatbots hebben laten optikken.
De gewraakte bijdragen worden niet verwijderd. LinkedIn gaat de meldingen gebruiken om zijn eigen interne opsporingsmiddelen tegen namaak aan te scherpen. Het platform voert al een poosje met filters een gevecht tegen gebruikers die AI gebruiken om hun tijdlijn automatisch met ‘machinebabbel’ vol te laten lopen.
Maar, vertelt productchef Hari Srinivasan van LinkedIn, op den duur zullen gebruikers die zwaar op AI leunen een seintje krijgen met het verzoek beter hun best te doen. Want ‘mensen komen naar LinkedIn om in contact te komen met echte mensen en hun echte inzichten, ideeën en expertise te delen’.
LinkedIn sluit zich daarmee aan bij een trits techbedrijven die recent in het geweer zijn gekomen tegen de rommel gefabriceerd door chatbots die het internet overspoelt. Vrijdag liet de videoberichtendienst Snapchat weten dat het bijdragen die volledig met AI zijn gemaakt niet langer op de lijst met aanbevolen video’s zet. Gebruikers mogen AI nog steeds wel inzetten om filmpjes te verbeteren.
Substack, een blogplatform dat populair is onder journalisten en publicisten, kondigde op 21 juli aan dat het lezers gaat helpen het authentieke koren van het kunstmatige kaf te scheiden. Er is een tooltje dat een inschatting maakt van de hoeveelheid AI in een bijdrage. Helemaal waterdicht is deze dijkbewaking niet. ‘Mediamakers’ kunnen de geautomatiseerde AI-analyse uitzetten, waardoor bezoekers in het duister blijven over de verhouding echt en gejat in een blog.
Jat- en plakwerk is een groot probleem op Substack. Hetzelfde onderzoek dat LinkedIn als hofleverancier van AI-drek ontmaskerde, signaleert dat op de blogsite 10 tot 12 procent van de content niet aan een mensenbrein is ontsproten.
Eerder kondigde YouTube aan dat het beeldmakers die AI slechts gebruiken om hun filmpjes op te fleuren beter gaat belonen dan de gebruikers die helemaal op chatbots varen om generiek beeldmateriaal te produceren, of virtuele personages die bezoekers misleiden. Een vijfde van de video’s die nieuwe bezoekers te zien krijgen, is met AI gemaakt, bleek eind vorig jaar uit onderzoek. YouTube sloot in december twee kanalen die louter dreven op namaaktrailers voor films die domweg niet bestaan.
Deze week mengden ook de platenmaatschappijen, waaronder giganten als Universal Music, Sony Music en Warner Music, zich in het debat. Zij riepen de samenstellers van hitlijsten op een dam op te werpen tegen namaakmuziek. Liedjes waarbij een chatbot betrokken is geweest, mogen volgens de platenbazen alleen de Top 40 in als het auteursrecht netjes is nageleefd en als er genoeg mensenhanden aan een nummer te pas zijn gekomen.
De platenlabels willen ook dat hitlijsten muziek weren die overduidelijk is opgezet om streamingdiensten te bezwendelen. Fraudeurs hebben ontdekt dat ze geld kunnen verdienen door prutssongs te uploaden naar Spotify en daarna softwarerobots zoveel mogelijk die liedjes te laten aanklikken. De streamingdienst Deezer viste vorig jaar 13,4 miljoen nepsongs uit zijn catalogus op. Daarvan was 85 procent geproduceerd om de boel op te lichten.
Het is niet zo dat platenmaatschappijen, Substack, YouTube, Snapchat en LinkedIn zich opeens zorgen maken over het lot van de mensheid, die dreigt ten onder te gaan in een zondvloed van door computers gemaakte rommel. Onderaan de streep gaat het uiteindelijk om aandacht, en het geld dat daarmee valt te verdienen. Een platform als LinkedIn is nu populair bij recruiters die voor bedrijven op zoek zijn naar geschikt personeel en er dan ook graag adverteren. Als wervingsbureaus de profielen op LinkedIn niet meer kunnen vertrouwen, zoeken ze hun soelaas elders.
Dat AI-drek als hardnekkig onkruid voortwoekert op internet is ook nadelig voor de kunstmatige intelligentie zelf. Chatbots formuleren hun pasklare antwoorden op basis van woordstatistieken. Hoe meer hele en halve nonsens online verschijnt, hoe vaker chatbots die als waarheid zullen zien en klakkeloos zullen herhalen. Nu al is meer dan 35 procent van de webpagina’s tot stand gebracht met AI, zo bleek in april uit onderzoek van het Imperial College London, Stanford University (VS) en het Internet Archive.
De strijd tegen AI-meuk is niet eenvoudig. In een bijdrage op – vanzelfsprekend – LinkedIn signaleert de Australische communicatiestrateeg Karen Tisdell dat gebruikers die aan de bel willen trekken over AI-rommel op de carrièresite niet de mogelijkheid hebben om te zeggen welk misbruik zij specifiek vermoeden.
LinkedIn zelf blijkt onder twijfelachtige content bijdragen te verstaan die er gelikt uitzien, maar geen enkele substantie blijkt te hebben: geen nieuw inzicht of idee. De vraag is of gebruikers diezelfde meetlat hanteren. Niet alles waar AI aan te pas is gekomen, is automatisch rommel. ‘Iedere gebruiker zal zijn eigen maatstaven hanteren’, stelt Tisdell. ‘Want dat blijft het hele eiereneten: of iets AI-drek is, is maar een mening.’
Source: Volkskrant