Twee dronken tieners op een fatbike kunnen zonder één vraag van een psycholoog samen een kind verwekken, terwijl een homo die bewust en zorgvuldig kiest voor een kind zich uitgebreid moet verantwoorden.
Tijdens Pride Amsterdam kleuren straten, bedrijven en overheidsgebouwen in de kleuren van de regenboog. Nederland presenteert zich graag als een progressief land waarin iedere vorm van liefde gelijkwaardig is. Maar wie als homo een kind wil, ontdekt achter de deuren van de fertiliteitskliniek dat aan die gelijkheid voorwaarden zijn verbonden. Eerst moet ‘De Homo’ worden uitgelegd wat het ouderschap inhoudt. Vervolgens moet de homoseksueel verantwoorden waarom hij/zij ouder wil worden en aantonen daar geschikt voor te zijn. Voor hetero’s is ouderschap een uitgangspunt, voor homo’s een toelatingsexamen.
Een heterostel dat ivf nodig heeft, hoeft doorgaans niet eerst tegenover een psycholoog aannemelijk te maken dat het verantwoordelijke ouders zal zijn. ‘De Hetero’ kan dit namelijk gewoon. Zijn seksuele oriëntatie en relatievorm zijn geen aanleiding voor een psychologische beoordeling. Zodra de homo bij de voortplanting betrokken raakt, kantelt dat uitgangspunt. Formeel wordt niet zijn homoseksualiteit beoordeeld, maar in de praktijk moet hij zich kwalificeren voor iets wat hetero’s bij voorbaat wordt toevertrouwd. Waar de hetero mag beginnen, moet de homo eerst door de selectie.
Over de auteur
Sam Schoenmakers is gynaecoloog - perinatoloog.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Twee mannen met een kinderwens hebben verschillende routes naar ouderschap: eiceldonatie en draagmoederschap, co-ouderschap, of via initiatieven als Stichting Meer dan Gewenst iemand vinden met dezelfde wens. Iedere route begint met hetzelfde uitgangspunt: een kinderwens. Deze wens is universeel, ongeacht gender of oriëntatie. Voor twee mannen is deze weg ingewikkelder, simpelweg omdat een baarmoeder niet tot de mannelijke standaarduitrusting behoort.
Problematisch wordt het wanneer die complexiteit standaard omslaat in wantrouwen, en mannen niet alleen praktische en juridische afspraken moeten maken, maar ook hun motieven, relatie en geschiktheid uitgebreid moeten verdedigen. De biologie maakt de route ingewikkelder, maar het systeem maakt van die route een beoordeling. Waar voor de hetero een kinderwens volstaat, moet de homo een complete gezinsconstructie bedenken, verantwoorden en ter goedkeuring voorleggen.
Laat ik duidelijk zijn: zorgvuldige begeleiding bij een kinderwens is belangrijk en zou voor iedereen vanzelfsprekend moeten zijn. Donorconceptie, draagmoederschap en andere gezinsvormen roepen terechte vragen op over verantwoordelijkheid, afstamming en grenzen. Een goede voorbereiding beschermt wensouders én kind. Maar ondersteuning is iets anders dan een keuring.
En daar wringt het: bij homo’s en lesbische stellen wordt standaard een psycholoog aan tafel geschoven, bij heterostellen doorgaans niet. Hoe dit precies wordt ingericht, is niet landelijk geregeld: ieder fertiliteitscentrum hanteert zijn eigen, vaak niet-openbare protocollen. Daardoor is voor wensouders nauwelijks transparant wie aan welke voorwaarden moet voldoen, en waarom. Waarom voelt het alsof homo’s moeten bewijzen wat bij hetero’s zonder meer wordt aangenomen: dat zij goede ouders kunnen zijn?
Het vermogen om zonder medische hulp een kind te verwekken zegt niets over het vermogen het liefdevol en veilig op te voeden. Biologie vraagt niet naar emotionele beschikbaarheid, relationele stabiliteit, inkomen of opvoedvaardigheden. Twee dronken tieners op een fatbike kunnen zonder één vraag van een psycholoog samen een kind verwekken, terwijl een homoseksueel paar dat bewust en zorgvuldig kiest voor een kind zich uitgebreid moet verantwoorden.
Dat is de paradox: hoe bewuster homoseksuelen hun ouderschap organiseren, hoe meer zij moeten bewijzen dat zij deugen.
Als gynaecoloog heb ik veel stellen geholpen hun kinderwens te vervullen, ook wanneer ik zelf twijfelde of een relatie stabiel genoeg was, of iemand wel klaar was voor het ouderschap. Maar die twijfel geeft mij geen mandaat om scheidsrechter te spelen over andermans kinderwens. Zolang er geen concrete medische risico’s zijn, of aantoonbare aanwijzingen dat een toekomstig kind schade zal ondervinden, doen afkomst, opleidingsniveau, sociaaleconomische positie, gezinsvorm of seksuele oriëntatie er niet toe.
Zorg hoort te berusten op medische criteria en bewezen risico’s, niet op het ideaalplaatje van een gezin dat een individuele zorgverlener toevallig zelf aanhangt. Natuurlijk moet een kliniek kunnen ingrijpen wanneer er concrete aanwijzingen zijn dat een kind ernstig gevaar loopt. Maar dat criterium moet voor iedereen gelijk zijn. Niet de gezinsvorm, oriëntatie of noodzaak van een donor mag aanleiding zijn voor extra wantrouwen, alleen aantoonbaar risico.
Nederland mag trots zijn op de vooruitgang die is geboekt; Pride is daarvan een zichtbaar symbool. Maar echte gelijkheid vraagt meer dan regenboogvlaggen of regenboogkeycords. Zij vraagt dat we systemen blijven bijstellen wanneer goedbedoelde regels bepaalde gezinnen onevenredig raken.
Psychologische ondersteuning aanbieden? Graag. Zorgvuldige voorbereiding? Absoluut. Maar homoseksuelen standaard een extra ouderschapsexamen laten afleggen, alleen omdat hun gezin anders ontstaat? Dat past niet bij het progressieve land dat Nederland wil zijn.
Gelijke wensen en gelijke liefde verdienen gelijk vertrouwen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant