Vergeleken met tien jaar geleden kunnen veel meer Europeanen het zich veroorloven om een week of langer op vakantie te gaan. Wel zijn er grote verschillen tussen landen.
is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Iets meer dan een kwart van de inwoners van EU-landen van 16 jaar en ouder zei vorig jaar níét genoeg geld te hebben voor een vakantie buiten de deur. Dat is 8 procentpunt minder dan tien jaar eerder, blijkt uit cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat. De afgelopen vijf jaar bleef het percentage behoorlijk stabiel.
Eurostat verzamelde enquêtegegevens van nationale statistiekbureaus. Het gaat hier om de vraag of mensen zich een vakantie kunnen veroorloven, niet om daadwerkelijke vakanties.
Voor de meeste EU-landen was het afgelopen decennium er een van economische groei en verbeterende arbeidsomstandigheden. Tien jaar geleden kon nog niet de helft van de Portugezen bijvoorbeeld een vakantie betalen, inmiddels kan twee derde dat.
Er zijn grote verschillen tussen landen. Zo heeft ruim 60 procent van de Roemenen niet genoeg geld voor een vakantie van minstens een week, de helft van de Turken en bijna de helft van de Grieken. In Noorwegen kan slechts 9 procent geen vakantie betalen en in Nederland gaat het om 13 procent.
Voor wie niet op reis kan, kan de zomervakantie lang duren. Vergeleken met andere Europese landen heeft Nederland een korte basisschoolvakantie van zes weken. Basisschoolleerlingen in Italië hebben de langste zomervakantie, met bijna veertien weken. Daar staat tegenover dat er in landen met lange vakanties in de zomer vaak geen andere vrije perioden zijn zoals in Nederland, zoals de voorjaarsvakantie en de herfstvakantie.
Over twee weken beginnen de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Noord-Holland en het grootste deel van Flevoland weer aan het basisschooljaar.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant