Muzikant en schrijver Aafke Romeijn is een bekende links-progressieve stem, maar zit tegenwoordig ook wekelijks in de katholieke kerk. Afgelopen herfst liet ze zich dopen. ‘Uit de kast komen was in mijn omgeving makkelijker geweest.’
Aafke Romeijn (39) was en deed al veel. Als muzikant maakte ze zes electropopalbums, als schrijver drie boeken en een dichtbundel, als journalist twee podcastseries.
Uitgesproken links is ze ook. In de hoogtijdagen van Twitter was ze een van de meest prominente Nederlandse linkse en feministische stemmen op het platform. Ze nam het er op voor vluchtelingen en vrouwenrechten en sprak zich uit tegen ‘oprukkend fascisme’, waarna ze jarenlang werd getreiterd en bedreigd door extreemrechtse trollenlegers.
Bij dit alles voegde zich onlangs een nieuwe identiteit: die van katholiek. Sinds begin 2024 gaat Romeijn, die volkomen agnostisch werd opgevoed, elke zondag naar een kerk in haar woonplaats Utrecht. Ze leest de Bijbel, vraagt zich in haar dagelijks leven af: wat zou een goed christen doen?
De aansporing om naar die kerk te gaan kwam uit onverwachte hoek: van haar toen 8-jarige dochter. Een vriendinnetje ging met haar gezin naar de kerk, konden zij dat niet ook doen? Een verzoek dat ze moeilijk kon negeren. ‘Ik vind het te maf om tegen een kind te zeggen: nee, jij mag niet naar de kerk.’
Bij het eerste bezoek werden moeder en dochter beiden gegrepen. ‘Het voelde daarna volkomen vanzelfsprekend om weer te gaan’, zegt Romeijn. Na pakweg een jaar kerkbezoek liet Romeijn zich afgelopen november dopen.
In je eerste interview met deze krant, in 2017, werd je opgevoerd als ‘verontwaardigd linksmeisje’, nu als katholiek. Ben je zelf verbaasd over die ontwikkeling?
‘Uiteindelijk niet. Ik heb altijd iets met de kerk gehad, dat wist iedereen in mijn omgeving. Maar mensen dachten altijd: je houdt van de Mariabeeldjes, de gebouwen, de randzaken. Dat ik me ook ben gaan conformeren aan het instituut, wekte meer verbazing.
‘Terwijl ik achteraf gezien stiekem al van kinds af aan graag naar de kerk ga. Ik vond de rituelen toen al te gek. Toen ik met mijn dochtertje voor het eerst in die kerk zat, voelde ik me meteen rustig. Dat gevoel had ik als kind ook altijd in kerken. Alsof je een half uur in de sauna hebt gezeten. Maar in je eentje zomaar naar de kerk gaan, dat doe je niet snel, als je daar niet mee bent opgevoed. Ik had een aanleiding nodig.’
Voelde je je veranderd na je doop?
‘Nee, die doop was gewoon een logisch gevolg van de stappen die ik daarvoor had genomen. Zo kijk ik naar de meeste grote gebeurtenissen in mijn leven. De echte verandering kwam eerder, toen ik ervoor koos om elke zondag te gaan en dus tegen mensen te zeggen: we kunnen zondag afspreken, maar ik ga eerst naar de mis. En dan zien wat er op het gezicht van de ander gebeurt.’
In deze serie interviews spreekt de Volkskrant met mensen die de afgelopen periode een grote verandering meemaakten.
Ergens in dat proces van naar de kerk gaan en je daadwerkelijk laten dopen, ben je ook echt gaan geloven, lijkt me. Hoe ging dat bij jou?
‘Ik heb een vrij vrije manier van kijken naar geloven of niet geloven. Ik ben opgevoed met het idee dat je pas naar de kerk kan als je honderd procent zeker weet dat God bestaat, maar dat zie ik nu anders. Een paar jaar terug verbleef ik als artiest op uitnodiging een paar dagen in het Dominicanenklooster in Zwolle. Daar hoorde ik voor het eerst een gelovige zeggen: iedereen hier twijfelt en niemand weet precies wie of wat God is. Toen ontstond er een opening. Dat maakte geloven zo veel laagdrempeliger.
‘Uiteindelijk denk ik dat God gewoon een abstract begrip is waaraan mensen zich vasthouden. Als mens word je constant afgeleid, het vergt moeite om steeds weer terug te keren naar je normen en waarden. God is dan een autoriteit buiten onszelf waar we motivatie uit halen. Ik zeg ook nooit: ‘Ik heb God gevonden.’ Ik ben gewoon wat ik al vond en dacht in termen van geloof gaan gieten.’
Hoe verenig je je linkse standpunten met het doorgaans toch eerder behoudende katholicisme?
‘Mijn kerkgemeenschap, een dominicanenkerk, voldoet aan mijn normen en waarden. Iedereen is er welkom, er is geen discriminatie van lhbti- of gescheiden mensen. Een vrouw kan natuurlijk officieel nog steeds niet priester worden, maar ze kan in mijn kerk wel de mis voorgaan.
‘Het katholicisme kent ook al eeuwenlang een socialistische traditie. Als je kijkt naar wie er heilig zijn verklaard, dan zijn dat bijna altijd mensen die hun bestaan hebben opgeofferd om het voor anderen beter te maken. Alle kerktradities zijn erop geënt om mensen radicaal gelijk te stellen, dan past het niet om in een systeem te leven waarin 1 procent 99 procent bezit. Ik vind het onmogelijk om katholiek te zijn en rechts-conservatief of neoliberaal. Dat bestaat voor mij niet.’
Toch bestaat het in de praktijk wel degelijk. Kijk naar de Amerikaanse vicepresident JD Vance, ook een recente bekeerling, of conservatieve pausen als Benedictus XVI.
‘In mijn logica kan dat nooit de uitkomst zijn. Het is logisch dat mensen conservatisme en materialisme proberen te institutionaliseren via de kerk, het zijn twee enorm sterke krachten in de aard van de mens. Maar volgens mij doe je dan toch iets wat niet bij je officiële normen en waarden past.’
Had je omgeving begrip voor je bekering?
‘Ik vergelijk het met uit de kast komen. In mijn omgeving zou het minder heftig zijn geweest om te zeggen: ik heb een relatie met een vrouw. Dan zouden mensen zeggen: top, gezellig. Hierbij was de reactie eerder: wat heb je nu weer verzonnen? Met sommige vrienden praat ik er ook niet over, omdat ik weet dat ze er niks mee kunnen. En dat is ook oké.
‘Mijn ouders hebben zich in hun jeugd van het geloof afgewend, er veel energie en moeite in gestoken om ons zonder kerk te kunnen opvoeden. Dus die vinden het ook wel wat gek dat ik terugbeweeg. Tegelijk denk ik dat het voor hen minder een totale verrassing was, omdat ze echt dicht bij me staan.’
In de media gaat het de laatste jaren wel meer over een terugkeer van jongere generaties naar het geloof. Voel jij je deel van zo’n trend?
‘Was het maar zo'n feest. Ik zou het gezellig vinden als er meer mensen van onder de zeventig naar een katholieke kerk zouden gaan. De meeste mensen die zich als nieuwe katholiek zien, zijn toch een categorie jonger dan ik, en doen het vanuit een conservatievere inslag. Persoonlijk heb ik daar niets mee.
‘Dat erover wordt geschreven, laat juist zien dat het bijzonder is, denk ik. Over van je geloof vallen zijn duizend-en-een boeken geschreven, het is in de Nederlandse naoorlogse literatuur thema nummer één. Maar van ‘niets’ naar ‘iets’ gaan, dat is op de een of andere manier bijzonder en nieuw.’
Je hebt veel geschreven en gezongen over je depressies, die je al sinds jonge leeftijd hebt. Helpt het geloof je nog om daarmee om te gaan?
‘Mijn depressies zie ik als een lichamelijke ziekte, dus die gaan niet weg door het geloof. Maar een deel van wat terugkerende depressies zwaar maakt, is de angst dat het terugkomt, die je hebt wanneer het goed gaat. Daarbij helpt religie wel. Religie gaat over verantwoordelijkheid nemen voor waar je controle over hebt. De zaken waarover je dat niet hebt, laat je los. Ook bij het omgaan met depressies moet je zelf de voorwaarden scheppen waarin de kans dat ze terugkomen kleiner is. En op het moment dat je ze krijgt, moet je loslaten.’
Voor een ‘kerkvernieuwingsfestival’ in België schreef je afgelopen lente voor het eerst een mis. Wat zette je daarin?
‘Heel platgeslagen staat erin dat mensen samen sterker staan dan alleen, en dat de kerk een niet-oordelend instituut is dat voor iedereen openstaat. Ik wilde dat het toegankelijk zou zijn, ook voor niet-religieuze mensen. Overal waar we het niet over God en de Heer hoefden te hebben, hebben we dat niet gedaan. Eerst wilden we ook het Onzevader herschrijven, maar uiteindelijk hebben we dat maar gelaten zoals het was. Dat is gewoon een heilige tekst, en de waarde ervan is ook juist dat die al eeuwenlang hetzelfde is.’
Ben je door het geloof bepaalde dingen anders gaan doen?
‘Ik ben nog meer gaan geloven in radicale empathie, in gesprek blijven met mensen die lijnrecht tegenover je staan. Bekenden die openlijk voor Netanyahu zijn, bijvoorbeeld. Ik denk soms de waarheid in pacht te hebben en daarin ben ik mezelf extremer gaan uitdagen. Juist ook omdat ik gelovig ben geworden en merk hoe hard daar soms op wordt gereageerd. Ik probeer me zonder moreel oordeel af te vragen: wat wil deze persoon? En dan ontdek je soms de onderliggende pijn van mensen.’
Had je, terugkijkend, eerder gelovig willen zijn?
‘Als kind had ik eigenlijk al best religieuze houvast, denk ik. Ik bad als ik bang was, wilde stiekem dus gewoon naar de kerk. Ik zou hooguit willen dat ik dat had kunnen accepteren als onderdeel van mezelf. Het had me misschien kunnen helpen om de depressies die ik had toen ik echt jong was los te laten. Dat had ik mezelf wel gegund.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant