Brandweermensen in natuurgebied Boschhuizerbergen ten oosten van Venray.
De brand in natuurgebied Boschhuizerbergen bij Venray is van het type kroonbrand, en dat is niet zomaar een brand: het is de gevaarlijkste van de drie typen die branddeskundigen onderscheiden.
Allereerst is er de bodembrand. „Die smeult ondergronds”, legt Max van Gerrevink uit, brandonderzoeker aan de Wageningen University & Research. „Vaak gaat het om veenbodem. Je zag het in 2020 bij de grote brand op de Deurnsche Peel. Nadat het vuur bovengronds geblust was, bleef-ie nog weken ondergronds smeulen en soms opvlammen.”
Bovengronds zijn er twee typen, de oppervlaktebrand en de kroonbrand. Denk aan een ladder, zegt Van Gerrevink. Bij een oppervlaktebrand blijft het vuur beperkt tot de onderste twee treden van de ladder. „Het zijn grassen en struiken die branden. Het kan zijn dat er bomen in het gebied staan en dat hun stam aan de onderkant zwart blakert, maar het vuur kan niet tot aan hun groene, brandbare kronen klimmen. Omdat er in de volgende vier tot vijf treden van de ‘ladder’ onvoldoende brandbaar materiaal is zoals takken, bladeren, naalden.” Bij een kroonbrand is die connectie er wél en kan het vuur opklimmen naar de kroon van de bomen, de bovenste trede van de ladder.
Zo is het in Limburg. De website van Het Limburgs Landschap meldt dat natuurgebied Boschhuizerbergen gekenmerkt wordt door jeneverbesstruweel, omgeven door „een schil van circa 200 hectare overwegend bestaande uit aangeplant naaldbos”. De organisatie is bezig meer loofbomen aan te planten. Van Gerrevink stuurt een foto door van de website: een schaapsherder met schapen tussen kniehoog gras, omgeven door dicht struikgewas en bomen. „Het loopt helemaal in elkaar over.”
Van de drie typen branden is de kroonbrand het gevaarlijkst, want het felst. Van Gerrevink: „In de boomkronen is veel brandbaar materiaal beschikbaar. En op die hoogte is er vaak meer wind en luchtstroming, waardoor het vuur meer zuurstof krijgt en sneller kan branden. Door de wind kan het makkelijk van de ene boomkroon naar de andere overslaan en zich snel door het bos verspreiden. De vuurlijn van een kroonbrand is vaak veel sneller dan die van een vegetatiebrand.”
De exacte snelheid van de vuurverspreiding hangt onder meer af van het soort vegetatie. „Loofbomen hebben de onderste meters vaak meer bladeren en takken dan naaldbomen, maar hun bladeren bevatten meer water dan de naalden van de naaldbomen. Loofbomen branden daardoor trager. Het geeft de brandweer meer tijd om een vuur onder controle te krijgen.”
Verder is de snelheid van vuurverspreiding afhankelijk van onder meer de droogte van de vegetatie, temperatuur, luchtvochtigheid en windsnelheid. „Het is al tijden erg droog. En maandag was het erg warm, boven de 30 graden. Met een erg lage luchtvochtigheid. Ook de nacht van maandag op dinsdag was relatief warm en droog. Dat heeft de verspreiding van deze kroonbrand bevorderd. En vandaag, dinsdag, is het ook weer warm en droog.”