Na de Tour de France fietsen wielerprofs overal in Nederland rondjes in steden en dorpen. Ooit waren er vele tientallen van die après-Tour-criteriums, nu zijn er nog twaalf over. Ze kampen met dure toprenners en teruglopende publieke belangstelling. In Roosendaal gooiden ze daarom na 44 edities Draai van de Kaai het roer om.
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
Aan weerszijden van de finishstraat staan wielerprofs, mannen en vrouwen, met hun fiets omhoog eer te betonen aan de wielrenner om wie het deze 45ste editie van de Draai van de Kaai gaat: Bauke Mollema. De 39-jarige renner neemt afscheid van het wielerpeloton. Enigszins opgelaten fietst de Groninger met rugnummer 1 door de haag van draaiende voorwielen naar een man met microfoon op de finishlijn.
Die streep is enkele decennia geleden in het wegdek verwerkt van de Kade, oftewel de Kaai, waaraan de wielerronde in het Brabantse Roosendaal, jaarlijks de tweede maandag na de Tour de France, zijn naam dankt. Het publiek staat hier – ooit een kade, nu een gewone straat – rijen dik, de meeste toeschouwers hebben een pilsje in de hand. ‘Ja, euh, leuk’, zegt Mollema in de microfoon, ‘niet verwacht, nee.’
Dan is het tijd om te doen waarvoor de organisatie Mollema en nog eens bijna dertig mannen heeft betaald: fietsen. Na het startschot van waarnemend burgemeester Erik van Merriënboer – ‘ik wens jullie een hele fijne Draai’ – stoppen de renners hun telefoons in de achterzak en zetten zich in beweging voor het eerste wedstrijdje.
Het is een puntenkoers van vijftig minuten, waarbij, nadat ze volgens de speaker op ‘bedrijfstemperatuur’ zijn gekomen, om de zoveel rondjes van 1.600 meter op de finish punten zijn te verdienen. De vorm komt van het baanwielrennen en niet geheel verwonderlijk wint een oud-wereldkampioen op dat onderdeel, baanrenner Yoeri Havik, deel één van de Draai van de Kaai-nieuwe stijl.
Een schok ging vorig jaar door Roosendaal, toen de organisatie van het vermaarde evenement officieel bekendmaakte dat de 44ste Draai de laatste was geweest. Fors gestegen kosten, vooral voor beveiliging, teruglopende publieke belangstelling zowel voor het wielrennen als voor het grootse feest daarna én veel te dure toprenners waren de voornaamste redenen waarom ze in Roosendaal zeiden: we krijgen het niet meer rond, we stoppen ermee.
Daarin stond dit zogenoemde criterium niet alleen. Na de Tour worden sinds jaar en dag dergelijke ‘rondjes om de kerk’ georganiseerd, in dorpen en steden overal in Nederland, vooral in Noord-Brabant. De Acht van Chaam, altijd op de eerste woensdag na de Tour, is met 86 jaar de oudste en staat sinds 2014 op de lijst Immaterieel Erfgoed van Unesco. Ooit waren er na de Tour naar schatting vijftig criteriums en ook nog eens twintig in België. Dit jaar zijn het er in Nederland nog twaalf en in België drie.
De herkomst van het woord ‘criterium’ in wielerverband is niet helemaal zeker. Het lijkt te verwijzen naar het Franse Critérium des As, een koers die in 1921 voor het eerst werd verreden op een bijna 4 kilometer lang parcours rondom Longchamp. Criterium zou verwijzen naar ‘toets’ en ‘richtsnoer om te oordelen’, omdat teambelang geen rol speelt en alleen de sterkste renner zou winnen. In de curieuze praktijk van het criterium is de naam van de winnaar vooraf een publiek geheim, meestal de blikvanger die de hoogste gage vangt.
‘Elke paar jaar lijkt er wel eentje te verdwijnen’, zegt Mollema een uurtje voor de start over de criteriums. Hij rijdt ze al twintig jaar met plezier. ‘Apart sfeertje altijd: aangeschoten publiek, plastic bierbekers ontwijken, donker waardoor je niet zo goed ziet en vooral: al die bochtjes. Totaal niet te vergelijken met onze gewone koersen.’
Mollema heeft de criteriums ook zien veranderen. ‘Vroeger stonden veel meer toppers uit de Tour aan de start. Ook de gele trui van de Tourwinnaar zag je vaak. Nu niet meer.’ Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar zijn de grootste vissen, tevens onbetaalbaar – naar verluidt 60 duizend euro. ‘Als zo’n publiekstrekker komt, staan er duizenden mensen extra langs de kant’, weet Mollema.
Voorheen kon een renner die een opvallende rol speelde in de Ronde van Frankrijk, in de twee weken erna een jaarsalaris bij elkaar fietsen. Denk aan de Tour van 2013, van ‘Bau en Lau’ – Mollema en ploeggenoot Laurens ten Dam. ‘Dat was lekker bijverdienen’, weet de Bau van het duo nog. ‘De afgelopen jaren zijn de basissalarissen veel hoger geworden, waardoor toppers ook minder snel komen.’
Bovendien zijn profs niet meer de vrijbuiters van voorheen, die in grote vrijheid besloten waar ze nu weer eens een bijdrage voor kinderkamer of auto bij elkaar zouden fietsen. ‘Tegenwoordig moet je toestemming hebben van je ploeg. Ze hebben liever dat je een training doet.’ Per slot wacht de renners nog een najaar met Vuelta, WK en Lombardije.
Al dertig jaar zitten Conny Scheepers (56) en haar man bij de Draai van de Kaai in luie stoelen voor hun huis aan de Frans Halslaan. Deze keer hebben ze vrij zicht op de voorbijflitsende renners, vroeger was dat wel anders. ‘Dan was het hier vier rijen dik feest. Nadeel was wel dat ze het gangetje naast ons huis als urinoir gebruikten.’
Jarenlang was Scheepers’ huis de uitvalsbasis voor steeds meer familie en vrienden die de koers kwamen kijken. ‘Was ik de hele dag aan het sjouwen zonder een renner te zien langskomen.’ Nadat het stel een paar keer bewust tijdens de tweede maandag na de Tour op vakantie was geweest, bleef de visite weg. Nu zitten ze weer met z’n tweeën.
Ze hebben de Draai ongeveer sinds corona achteruit zien gaan. ‘Steeds minder publiek en steeds minder bekende renners’, vatten ze de verandering samen. Om het parcours vrij te houden, moeten de bewoners van de Frans Halslaan hun auto’s elders parkeren. Geen probleem als daar een daverend wielerfestijn tegenover staat met de hele dag toprenners door de straat, zeggen ze. ‘Nu voelt het vooral als overlast.’
‘We zitten in de opbouwfase; we moeten nederig zijn’, legt Gijs de Bot uit. Hij is voorzitter van de organisatie achter de ‘vernieuwde’ Draai van de Kaai. Toen zijn voorganger het einde van het criterium bekendmaakte, peilde hij Roosendaalse ondernemers en concludeerde dat een soberder doorstart kans van slagen had. ‘De Draai was uit zijn jasje gegroeid. Wij gaan terug naar de basis: lokale samenwerking.’
Dus geen peperduur festival laten organiseren waarbij je moet hopen dat er voldoende mensen komen, maar een overzichtelijk en vooral gratis feest tijdens en na de koers. Geen externe cateraar, maar zelf alle horeca organiseren. Geen entree, wel sponsor- en horeca-inkomsten. En geen Mathieu van der Poel, ook al was zijn aanbod om alleen de Draai te zullen doen, nog zo verleidelijk. ‘Zijn komst zou verwachtingen scheppen die we in de toekomst misschien niet kunnen waarmaken.’
Cruciaal volgens De Bot is afscheid nemen van eindeloos veel rondjes rond de kerk. ‘Wij willen wielerspektakel bieden.’ Deze tijd vraagt om kort en hevig. Mollema: ‘De jeugd is moeilijk voor de wielersport te enthousiasmeren.’ De Bot nam een voorbeeld aan het shorttrack. ‘En wat dacht je van de laatste rit van de Tour over Montmartre: dat willen de mensen zien.’
Dus trekken dezelfde dertig mannen die net de puntenkoers hebben afgerond zich een kwartiertje later op gang voor het tweede onderdeel, ook uit het baanwielrennen. Een uur lang vallen om de zoveel rondes de renners af die als laatste over de streep op de Kade fietsen. ‘Daardoor weten we van tevoren niet wie de winnaar is’, claimt De Bot enkele dagen voor de afvalkoers, ‘ook een verschil met andere na-Tour criteriums.’
Die bewering wordt bij het hoogtepunt van de Draai van de Kaai op de Kade gelogenstraft. Met een enorme voorsprong, geheven armen en geflankeerd door vuurwerk rolt de winnaar over de ingemetselde finish. Het is Bauke Mollema.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant