In dit eerste deel van de Masterclass Vogelen voor beginners geef ik je wat nuttige tips waarmee je snel van vogels kunt gaan genieten. Maar we beginnen met het antwoord op de vraag waarom vogels kijken nou eigenlijk zo leuk is.
De Masterclass ‘Vogelen voor beginners’ verscheen oorspronkelijk als e-mailcursus, bestaande uit vijf mails verspreid over vijf weken. Het is aan te raden om deze gids niet in één keer, maar in etappes én in de juiste volgorde te lezen.
Wil je terug naar de andere delen, klik hier.
Wie de schoonheid ziet van een algemeen voorkomende vogel zoals een huismus, kauwtje, merel, roodborst of spreeuw kan zijn hart permanent ophalen, al tijdens het wandelingetje naar de bakker. Maar het wordt nog meer genieten wanneer je ineens oog in oog staat met een prachtig en minder vaak gezien exemplaar, zoals een ijsvogel, groene specht of goudvink. Dan maakt je hart een sprongetje: je beseft wat een mazzelaar je bent dat jíj die vogel nu eindelijk eens zag.
Allereerst omdat het je bij vogels kijken niet al te makkelijk wordt gemaakt. Voor zo ongeveer alles in het leven geldt: van iets dat schaars is geniet je het meest. En om goed naar een vogel te kijken moet je in de meeste gevallen (de duiven op de Dam daargelaten) wel een klein beetje moeite doen. En soms heel veel. Wat de beloning, als het dan gelukt is, alleen maar mooier maakt.
Verder zijn vogels gewoon hartstikke leuke en mooie wezentjes. Met die verhoudingsgewijs frêle pootjes onder dat ronde buikje, en dat snaveltje op het kleine koppie geplakt, hebben ze een hoog schattigheidsgehalte. (Roofvogels daargelaten, maar die hebben weer andere kwaliteiten.) Kijk eens goed en aandachtig naar een huismus, een van de ‘gewoonste’ vogeltjes in onze omgeving. Die streepjes bruin en grijs in vele tinten: de huismus is een kunstwerk, waar je misschien wel jarenlang achteloos aan voorbij bent gegaan.
Vogels fascineren ons ook omdat ze eitjes uitbroeden. Omdat ze zo beweeglijk zijn en zó weer uit je blikveld verdwijnen. Omdat ze (meestal) zo mooi kunnen zingen en allemaal een eigen repertoire hebben. En natuurlijk vooral omdat ze iets kunnen waar wij mensen enorm jaloers op zijn: vliegen. Spreeuwenwolken schotelen in de lucht een schitterend luchtballet voor, ganzen trekken in V-vorm naar het zuiden, watervogels strijken met uitgeklapt landingsgestel neer op het water. Een feest om naar te kijken – als je er maar oog voor hebt.
Ook zijn vogels – in Nederland komen bijna vierhonderd soorten voor – ten opzichte van elkaar enorm verschillend qua grootte, vorm, kleur, zang en zeldzaamheid, waardoor het ook niet snel ‘saai’ wordt. Wie op pad gaat ziet elke keer weer andere vogels.
En dan is het ook nog eens letterlijk gezond, dat vogels kijken, zowel fysiek als mentaal. Om met dat laatste te beginnen: het vermindert stress, angst en depressieve gevoelens. Studies laten zien dat het kijken naar vogels je stresslevel vermindert en zelfs je bloeddruk kan verlagen. Het is ook vaak een prettige onderbreking van de drukte van alledag, een geschikte manier om te ‘ontstressen’ – iets waar verblijven in de natuur sowieso al om bekendstaat.
En het is goed voor je fysieke gezondheid: wie vogels kijkt loopt meestal buiten rond en is dus aan het bewegen. Goed voor het aantal stappen per dag, je bewegingsapparaat en je spieren. Daarnaast stimuleert vogels kijken je mobiliteit, balans en flexibiliteit. Als je vaker eropuit gaat en steeds beter wordt in het opmerken van een vogel, zul je merken dat je voortdurend met de verrekijker aan je ogen van links naar rechts en andersom beweegt, in een poging een leuke vogel in het vizier te houden. Sommige vogels vliegen zo snel voorbij dat je met je hele lijf om je as moet draaien om ze bij te houden – een goede training voor je balans dus, zo’n havik of slechtvalk.
Misschien denk je wel: die echte vogelaars zijn zo goed, die achterstand haal ik nooit meer in, het is zinloos om me hier nog op te storten. Fout! Dit dacht ik in het begin ook; als ik een vogelaar soms al na één piepje vanuit een boomtop of bij een overvliegend stipje in de lucht de soortnaam hoorde roepen, werd ik moedeloos. Ik ben dom en ik kan niks – dat gevoel.
Het is helemaal niet erg dat jij dat piepje of stipje niet herkent; ikzelf ben daar ook nog steeds niet goed in. Maar ik heb mezelf in een paar jaar tijd wél behoorlijk bijgespijkerd, gewoon door bij nul te beginnen en het te blijven doen.
Als ik met een niet-vogelkijkende vriendin een rondje door het park loop krijg ik altijd te horen hoeveel ik toch van vogels weet. Ofwel: het is maar net met wie je jezelf vergelijkt. Kijk er eens anders naar: als beginner ga jij de komende jaren veel meer genieten dan al die ervaren vogelaars bij elkaar. Er liggen voor jou immers nog talloze ‘eerste keren’ in het verschiet (dat je een voor jou nieuwe vogel ziet dus; ‘lifers’ noemen doorgewinterde vogelaars dat, maar dat mag je ook meteen weer vergeten). Die eerste goudvink, de eerste ijsvogel, de eerste klapekster, de eerste roerdomp, de eerste waterral, de eerste kluut: allemaal goudomrande momenten, let maar op. Vanaf nu wordt alles alleen maar mooier – wat een prachtig vooruitzicht!
Vergeet al die vogelaarskledingstukken en andere attributen die te koop worden aangeboden voorlopig maar even: allemaal niet nodig. Er is eigenlijk maar één ding waar je echt niet zonder kunt als je wilt gaan vogelen: een verrekijker. Toch gaan we nu naar buiten, nog zonder in te zoomen – in de volgende aflevering (deel 2) van de Masterclass ga ik dieper in op de verrekijker.
Kun je alvast eraan snuffelen, dat vogels kijken, want het is natuurlijk ook weer niet zo dat je helemaal géén vogels ziet zonder kijker. En dat je nooit meer een wandeling zou kunnen maken zonder.
Begin maar eens met wat beter kijken naar vogels die zo talrijk zijn dat je er vast een paar van tegenkomt als je naar buiten gaat. Het hangt er natuurlijk vanaf waar je woont of gaat lopen: in de stad kom je weer andere soorten tegen dan op het platteland; in het stadspark zie je weer meer dan in een druk stadscentrum. Maar zelfs daar geldt: óveral zijn vogels. Nu moet je ze alleen nog eens met aandacht gaan bekijken.
Om het wat makkelijker te maken zie je hier (in kaders) een paar rijtjes van veelvoorkomende vogels: in de stad, op het platteland en in bosgebied. Let op: deze lijstjes zijn zeker niet volledig, en het hangt af van het seizoen plus de exacte locatie (in de polder zie je weer andere soorten dan in Zuid-Limburg), maar je komt ze verhoudingsgewijs wel wat vaker tegen dan de zeldzamere exemplaren.
Wil je alvast onderstaande vogels bekijken en opzoeken, ga dan naar deze fijne vogelgids van de Vogelbescherming.
Veel plezier! PS: Het kan leuk zijn om de eerste weken of maanden in een schriftje bij te houden welke vogels je al hebt gezien, inclusief datum en locatie. Dat lijstje zal de komende tijd snel langer worden (en steeds bijzonderder vogels bevatten). Leuk om in terug te bladeren als je volleerd vogelaar bent!