Home

Deel 3: Nóg beter vogels leren kijken

Indien je inmiddels een verrekijker hebt, kan ik je nu vast wel een vogelaar noemen. Ik hoop dat je al bewuster naar vogels bent gaan kijken, en vooral dat je daarvan genoot. En hopelijk heb je dankzij de vogelgeluidenapp Merlin Bird ID ook al vogels gezien die je anders gemist zou hebben. In dit derde deel van de Masterclass geef ik je wat nieuwe handvaten om een nog betere vogelaar te worden. Ervaring (uiteraard) én enige basiskennis is daarbij onontbeerlijk.

Masterclass Vogelaarscursus in vijf etappes

De Masterclass ‘Vogelen voor beginners’ verscheen oorspronkelijk als e-mailcursus, bestaande uit vijf mails verspreid over vijf weken. Het is aan te raden om deze gids niet in één keer, maar in etappes én in de juiste volgorde te lezen.

Wil je terug naar de andere delen, klik hier.

Ook bij vogels kijken geldt: al doende leert men. Hoe vaker je naar buiten gaat met je verrekijker, al dan niet extra bewapend met de vogelgeluidenapp, hoe meer vogels je zult zien en hoe beter je wordt. En hoe meer je weet, hoe groter de kans dat je ook de moeilijker te treffen soorten een keer ziet, waarna – ik geef het je op een briefje – de lol van vogels kijken alleen nog maar groter wordt. Want elke bijzondere vogel smaakt naar meer. Die wil je nóg een keer zien, en dan beter en langer. Ik heb mannen van in de zestig zien stuiteren van geluk bij hun eerste wielewaal, roerdomp, baardmannetje of waterral. Jarenlang jezelf kunnen verliezen in een bezigheid die niet alleen fysiek gezond is maar die je ook voortdurend bij laat leren is een zegen – jezelf blijven ontwikkelen heeft bewezen positieve gevolgen voor gezondheid en welzijn. 

Een land vol leefgebieden

Om steeds nieuwe vogels te blijven vinden, is het handig je te verdiepen in hun voorkomen in bepaalde gebieden. Nederland is wat vogels betreft bijzonder: de verscheidenheid in soorten landschap is bij ons op een klein oppervlak enorm groot. Ga maar na: wij hebben zee, een rivierenlandschap, veengebieden en polders, stuifzandgebieden, hoge zandgronden met diepe bossen, mergelgrotten en heuvels in het zuiden en het unieke werelderfgoed de Waddenzee. En dat alles binnen hooguit een paar uur rijden. In andere landen zit je daar een volle dag voor in de auto, en dan nog steeds met minder afwisseling. 

Dan is Nederland ook een land met zeer veel water: sloten in de polder, de Biesbosch, brede en smalle rivieren, beken, kanalen, overloopgebieden die soms nat en dan weer droog zijn, vennen, meren, plus die twee zeeën. En laten veel vogels nou dol zijn op water. Daarom komen zoveel Belgische en Duitse vogelaars relatief vaak naar Nederland om vogels te kijken: de soortenrijkdom bij ons is behoorlijk uniek. 

Voor een vogelaar loont het om enige kennis te ontwikkelen van welke vogels zich in een specifiek type natuurgebied ophouden – dat maakt de trefkans bij bijzondere soorten een stuk groter.

Aan het water

Op tal van plekken met water zie je heel veel soorten vogels. Ook nattige weidegronden (‘plas-dras’ geheten) vallen daaronder: daar voelen weidevogels als de grutto, tureluur, wulp, kievit en scholekster zich gegarandeerd thuis – moet je alleen wel in het juiste seizoen gaan kijken (kom ik in het volgende deel op terug).  Of neem de kluut, die prachtige wit-zwarte vogel met zijn sierlijk gevormde omhoog buigende snavel: in Nederlandse watergebieden komt hij veelvuldig voor. Net als die elegante lepelaar die met zijn aandoenlijke lepelsnavel voorovergebogen met zijn kop links-rechts-links-rechts door het water ‘lepelt’ op zoek naar voedsel. En ook ‘gewonere’ soorten, als de grote zilverreiger (die wit is) en de blauwe reiger (die grijs is): deze vogels houden van water en vinden op vele plekken in ons land iets van hun gading. En vergeet de ijsvogel niet! Waar water is kun je hem in principe vinden, mits er kleine visjes rondzwemmen en er geschikte landingsplekken zoals overhangende takken of de reling van een boot of brug in de buurt zijn. 

In het groen (park, bos) 

Andere vogels vind je juist op weer heel andere plekken. Voor een goudvink moet je niet in het water, maar naar het groen kijken; meestal vind je hem in een bos, soms in het park. Deze schoonheid verschuilt zich vaak veilig uit het zicht, en zit ook nog eens doodstil op een tak; de Merlin Bird-app wijst je erop als je het geluk hebt dat hij net even een geluidje maakt als jij langsloopt. De bosuil, met zijn kenmerkende spookachtige, vaak in griezelfilms terugkerende roep („hoe… hoe-hoe-hoe-hoeeee…”): daarvoor moet je het park of bos in (overdag zit hij vaak te slapen in een gat in een boom; wel met perfecte schutkleuren, dus hem zien is wel een kwestie van veel geluk). 

Spechten dan, die uiterst grappige vogels met hun vrolijke roffels: die houden van bomen en zitten dus vaak in het bos, al kan je ze ook in het park of een (groene) woonwijk zien (ikzelf krijg ze zelfs in mijn tuin – de pindakaaspotjes speciaal voor vogels weten ze goed te vinden). Naast de bekendste, de grote bonte (wit-zwart-rood), heb je ook de (veel zeldzamere) middelste bonte en de kleine bonte specht: zelfde kleuren, iets andere tekening, en vooral een beetje, respectievelijk véél kleiner (formaatje huismus). De zwarte specht, een van mijn favorieten, is dan weer fors groter en tref ik uitsluitend in een echt bos aan. Meestal bij een beukenboom, met keihard hout waar hij met zijn hakbijl (zijn roffel klinkt als een mitrailleur) wel raad mee weet. De groene specht komt wat vaker in de mensenwereld, zoals het stadspark of de boomgaard in het buitengebied, en is eenvoudig te herkennen aan zijn doordringende lach. Als enige van alle spechten kan je deze – mits er geen mensen in de buurt zijn – regelmatig op de grond aantreffen zoals het grasveldje in het park, waar hij scharrelt naar voedsel. 

Zee, riet en elders

Er zijn ook typische zeevogels, die je in het binnenland niet snel zult aantreffen: alken, bepaalde meeuwsoorten (er zijn er veel! Ik kan ze nog steeds niet uit elkaar houden zonder app of boek), de uiterst vertederende en grappige drieteenstrandlopertjes of een zeldzame soort als het stormvogeltje. 

Rietvogels dan: die vind je, je raadt het nooit, enkel in gebieden met veel riet. De rietzanger en de kleine karekiet (verdomd moeilijk uit elkaar te houden als ze vrolijk ratelen op een rietstengel – Merlin Bird ID is er beter in dan ik), de rietgors, baardmannetjes, de snor(rrrrrrrrrrr): geen riet, geen vogels. Ook de zeldzame roerdomp leeft vrijwel altijd tussen riet. Deze kromlopende reigerachtige kan zich verdomd goed onzichtbaar maken, door als ‘paal’ tussen de rietstengels te staan. (Hem zien is dan ook een uitdaging – de meeste kans maak je als hij toevallig net overvliegt. Vaker hoor je hem alleen: zijn kilometers ver dragende scheepstoeter (een roerdomp zingt niet maar ‘hoempt’) klinkt vooral in het voorjaar, als hij een partner zoekt.) 

Sommige soorten zijn minder kieskeurig: neem de schitterende blauwborst, die je meestal in riet aantreft, maar ook wel in laag struikgewas zoals duingebieden of langs een fietspad in de polder. Ransuilen: kunnen ook zomaar met een hele groep in een boom midden op een druk schoolplein of naast een voetbalveld zitten, zoals ik in mijn vorige dorp Broek in Waterland tot mijn vreugde constateerde. 

Ja maar, zul je nu misschien tegenwerpen, allemaal leuk en aardig die weetjes, maar dat wéét – laat staan onthoud – ik toch allemaal niet? Klopt: dat duurt even. Maar zoek dingen op, lees erover, en vooral: kijk voortaan wat aandachtiger om je heen. Neem eens goed in je op wáár je welke vogel zoal aantreft. 

Nog meer weetjes

Want ook bínnen een gebied vind je vogels op specifieke plekken. Gescharrel tussen de blaadjes op de grond: vaak een merel of roodborst, soms een zanglijster. Zenuwachtig heen en weer vliegende minimeesjes, altijd in een groepje: staartmeesjes! Een klein vogeltje dat zich verticaal over de boomstam beweegt: een boomklever of boomkruipertje. De eerste kruipt omhoog én omlaag, de tweede enkel omhoog, om dan weer naar beneden te vliegen en opnieuw omhoog te klimmen – ja, dit is een grappig vogeltje. 

Woest geflapper van vleugels: geheid een houtduif die wegvliegt of juist op een tak neerdaalt – geen vogel is slechter in geruisloos bewegen. Een vogel die in de schemer vlak over je heen zeilt zonder dat je ook maar iets hoort: een uil (met dank aan zijn speciaal daartoe ontworpen veren). Grote groepen vogels die vrolijk kwetteren en formaat merel hebben: bijna altijd spreeuwen. Grote groepen vogels die ‘Ka! Ka!’ roepen en wat groter zijn: bijna altijd kauwen. (Voor beide soorten geldt dat ze zich ‘verzamelen’ als de avond invalt en uiteindelijk neerstrijken in een paar grote bomen om daar – in stilte – de nacht door te brengen. En van spreeuwen wist je hopelijk al dat die in de avond het meest schitterende luchtballet kunnen laten zien – daarvan vind je volop prachtige filmpjes.) 

Wandel je langs een beek, sloot of kanaal: speur ondertussen de oevers en vooral de takken of andere uitsteeksels af – wellicht tref je de felblauwe ijsvogel. Kom je in bossen in het midden, oosten of zuiden van het land en hoor je een diep ‘wroa, wroa’: gefeliciteerd, een raaf! (En ja, die lijkt op de kraai, maar is vele malen groter. Een kraai los zien kan je overigens ook doen denken dat daar een raaf zit, zo groot zijn kraaien soms. Maar zou je ze naast elkaar zien, dan valt het verschil in grootte meteen op. Ik vergis me soms nog steeds.) 

Ik wil maar zeggen: neem de omgeving in je op, zie wat voor begroeiing er staat, houd rekening met de plek in Nederland waar je bent (een oehoe zie je met name in het uiterste zuiden en in Zuid-Limburg zul je dan weer geen grutto’s aantreffen), en luister, kijk, geniet. Hoe vaker je in riet-watergebieden, beukenbossen en duingebieden (nachtegalen!) komt, hoe bedrevener je wordt in beseffen wat je daar ziet en kúnt zien. Dat gaat eigenlijk vanzelf. 

Wie het lot een handje wil helpen en sneller weet wil hebben van de verschillende gebieden en landschappen in Nederland én welke vogels je daar grofweg kunt aantreffen, kan thuis natuurlijk vast aan zelfstudie doen. 

Digitaal leren Aanraders zijn websites en/of apps als: 

Met deze apps en websites kan elke vogelaar voor jaren vooruit. Veel plezier met alle vogelgebieden én vogels die je vanaf nu een stuk sneller gaat ontdekken! 

Biologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next