Home

Deel 4: Buitenkansjes

Het leuke aan vogelaar zijn is dat je niet meer zo snel gaat piepen dat het te koud/nat/somber is buiten maar dat je vrolijk je jas aantrekt om lekker vogels te gaan kijken. Je ziet altijd wel wat, en vogels fleuren de meest grijze dag nog op. Maar er zijn natuurlijk momenten dat het nog net even leuker en specialer is. In dit vierde deel van de Masterclass geef ik je een aantal handige tips mee.

Masterclass Vogelaarscursus in vijf etappes

De Masterclass ‘Vogelen voor beginners’ verscheen oorspronkelijk als e-mailcursus, bestaande uit vijf mails verspreid over vijf weken. Het is aan te raden om deze gids niet in één keer, maar in etappes én in de juiste volgorde te lezen.

Wil je terug naar de andere delen, klik hier.

Voor een vogelaar is het bijna het hele jaar door ‘perfect’ weer om naar buiten te gaan. Je ziet immers altijd wel een paar vogels. Maar er zijn natuurlijk dagen of periodes dat je een grotere kans maakt iets écht speciaals te zien. Het is handig wat kennis te hebben van de verschillende fasen in het jaar dat je bepaalde soorten of gedragingen kunt waarnemen. Wat zijn nou de tópmomenten in een vogeljaar? En kun je ook in de ‘slappe vogelmaanden’ juli en augustus nog wat leuks zien? Een globaal – en zeker niet volledig – overzicht.

Februari/maartDe eerste liefdespaartjes! 

Wie geen vogelaar is kent ongetwijfeld wél de uitdrukking ‘In mei leggen alle vogels een ei’. Helaas leren alle kinderen het verkeerd: daar klopt niets van. Verreweg de meeste vogels doen dat in maart, soms april, en tegen de tijd dat het mei is zijn veel jongen al uitgevlogen. Een grote aanrader is de website beleefdelente.nl: dit initiatief van de Vogelbescherming volgt diverse vogelsoorten met een webcam, zodat je live mee kunt kijken naar het bouwen van een nest (in het geval van bijvoorbeeld de zeearend, ooievaar en merel; andere trekken simpelweg in een nestkast), het paren, het leggen van eieren, het uitbroeden, het voeren van de jongen én het uitvliegen. Een feest om te volgen, dat privéleven van vogels (die gelukkig geen idee hebben dat ze massaal worden bekeken). Elk jaar op 1 maart gaan de camera’s weer aan. Leuk om te weten: sommige vogels zijn nog wat vroeger met het liefdesspel in de weer. Neem een supersoort als de bosuil: zij legt vaak al in januari eieren. Je kan zijn spookachtige ‘oe-hoe-hoooeeee’ al in november horen, als lokroep voor een vrouwtje.  Dat het liefdesseizoen veel vroeger begint dan wanneer wij eindelijk in de zon op het terras zitten merk je al in februari en maart, als we nog in winterjas lopen: vogels beginnen bij het lengen der dagen al volop te zingen en te flirten. En bijvoorbeeld de prachtige zwarte specht, normaal erg moeilijk te zien want zeldzaam én heel schuw, laat zich in de baltsperiode net even wat vaker zien en horen – zowel bij het hakken van enorme gaten in een keiharde beuk (klank: mitrailleursalvo, niet te vergelijken met het zachte lieve rateltje van de grote bonte specht) als met zijn door het bos galmende lokroep. Kortom: de lente begint voor de vogelaar al in februari! 

April/meiDe toptijd voor elke vogelaar 

Als je wil dat je Merlin Bird ID-app op hol slaat door een overdaad aan vogelzang, dan moet je in april en mei natuurlijk de parken, weilanden en bossen in. Dat zijn de maanden dat de natuur bijkans ontploft. Er wordt gezongen, geflirt, gepaard, territoria worden verdedigd. Jongen die al uit het ei zijn gekropen moeten gevoed waarbij de ouders permanent heen en weer vliegen (met dus grote trefkans voor de vogelaar). Dat alles gecombineerd met de natuur op haar mooist – de bomen zijn frisgroen en de bloemen bloeien – maakt dat een beetje vogelaar niet weet hoe vaak hij naar buiten moet.  Wil je specifiek weidevogels zien: dan is dit dé tijd om te gaan kijken, want in juni zijn ze alweer verdwenen. In Waterland (boven Amsterdam), Amstelland (ten zuiden van Amsterdam), de Eempolders (Eemland) boven Amersfoort, Arkenheem (boven Nijkerk) zijn plas-drasgebieden waar je veel grutto’s, tureluurs, scholeksters, kieviten en misschien wel kemphanen kunt zien. Om van de Waddeneilanden nog maar te zwijgen.

Verder gebeurt er zóveel moois deze maanden, van knalgele geelgorzen in Zuid-Limburg en gele kwikstaarten op akkers tot uitbundig zingende blauwborsten en hoempende roerdompen in het riet, dat een eindeloos lange lijst nodig zou zijn om het alleen maar samen te vatten. Ik verwijs je daarom wederom naar websites als waarneming.nl en vogelskijken.nl om in de gaten houden welke soorten waar te zien zijn. Wel wil ik de gierzwaluw nog even apart noemen: rond Koningsdag verschijnen de eerste gierzwaluwen weer in Nederland – een moment waar elke vogelaar elk jaar weer heel blij van wordt. Naarmate de zomer vordert hoor je vaker en harder ‘gieren’ wanneer ze door de lucht suizen, vaak in groepjes – zowel in natuurgebieden als in oude binnensteden. Geniet van dat typisch zomerse, heerlijke geluid, want eind juli zijn ze alweer verdwenen: terug naar Afrika.

Juni/juli/augustusStiller, maar nog genoeg moois

In de zomermaanden is het wat vogelzang betreft juist aanmerkelijk stiller. Je zou bijna denken dat er nauwelijks nog vogels zijn. Maar niets is minder waar – de meeste vogels zijn met name in het begin van de zomer, zo eind mei begin juni, druk in de weer met het grootbrengen van hun jongen. Ze zingen misschien niet, maar let op beweging in struiken, bomen en de lucht en je ziet nog volop vogels. Zo kan je in alle vroegte een mannetjesmerel bezig zien op het gras, die enkele in zijn kielzog rondhippende lichtbruine jongen voert met door hemzelf uit de grond getrokken wormen. Ook loop je in deze periode natuurlijk een grotere kans om jonge vogeltjes te zien. Nog niet perfect in de veren en dus soms nog in een wat onbestemde kleur, maar ongetwijfeld zit een van de ouders in de buurt – daarna weet je meteen wélk jong vogeltje je zag.

In juli en met name augustus wordt het nog rustiger. De jongen zijn inmiddels uitgevlogen, de ouders krijgen even rust. Maar juist in het staartje van de zomervakantieperiode kan de vogelliefhebber een paar bijzondere waarnemingen doen. Zo heb je in augustus de meeste kans om purperreigers te zien vliegen: ze verlaten weldra hun broedgebied en jagen voor ze naar Afrika vertrekken nog even volop in hun biotoop (riet-/moerasgebieden zoals de Zouweboezem, de Nieuwkoopse Plassen en de Weerribben). Ook kun je in deze tijd van het jaar op bijvoorbeeld de Waddeneilanden grote groepen lepelaars bij elkaar in ondiep water zien staan, waar ze nog even zoveel mogelijk eten in voorbereiding op de grote trek. Ook leuk: de grote groepen huiszwaluwen die zich eind augustus in de buurt van hun – door henzelf aan huizen geplakte – komvormige nesten verzamelen alvorens naar het zuiden te trekken. Ook is augustus de laatste maand dat je nog kunt genieten van het geratel van de nachtzwaluw – pas als het donker wordt laat deze extreem goed gecamoufleerde bijzondere vogel, die met name voorkomt op droge heide- en zandgebieden, zich horen.

Een typisch (en spectaculair) augustusverschijnsel is de boomvalk, een fraaie roofvogel die zich in deze tijd voornamelijk voedt met libellen. Juist in augustus vliegen in de buurt van water veel libellen rond, de een nog mooier gekleurd dan de ander. In open gebieden kan het zomaar gebeuren dat je boven je hoofd ineens ‘krak’ hoort: de boomvalk plukt de libellen zo uit de lucht en eet ze al vliegend meteen op (‘krak krak’). Lullig voor de libel in kwestie, maar voor de vogelaar een genot om naar te kijken – zo vaak zie je een boomvalk niet.

september/Oktober/novemberDe vogeltrek! 

Wie nog nooit bewust de vogeltrek (in dit geval: najaarstrek) heeft gezien zal steil achteroverslaan als hij dat voor de eerste keer meemaakt. Ikzelf was al jaren vogelaar toen ik eindelijk eens ontdekte wat die trek concreet inhield. Ik stond vlak bij een groepje professionele ‘trektellers’, zoals de trekvogeltellers heten, en keek ademloos omhoog naar de vele duizenden vinken, spreeuwen, zanglijsters, koperwieken, veldleeuweriken, graspiepers die gestaag en vaak in groepjes allemaal dezelfde kant op vlogen – zuidwaarts. (Je krijgt er wel pijn van in je nek, want je kijkt récht omhoog.)  Op de site waarneming.nl (zie ook vorige week) kun je in de eerste maanden van de trek naar het zuiden zien wanneer het echt goed op gang komt – in september begint de trek voor een aantal soorten al, maar in oktober en november gaat het pas echt los, met gigantische aantallen. De beste plekken voor het schouwspel zijn aan de kust, want veel vogels volgen simpelweg de vloedlijn. Ze vliegen overigens niet allemaal pal over het strand, maar ook parallel daaraan boven de duinen, dus kijk vooral ook honderd meter landinwaarts eens goed omhoog. Daar zag ikzelf diverse zanglijsters behoorlijk laag over me heen vliegen, ik kon de stippen op hun borstjes tellen – en niemand anders die het zag, ondanks veel wandelaars. Je moet het wéten. 

Woon je niet dichtbij zee, geen nood. Eigenlijk is in héél Nederland de vogeltrek (tientallen miljoenen vogels in totaal) te zien, alleen gaat het landinwaarts om minder grote aantallen. Sommige vogelsoorten vliegen vanuit het oosten eerst schuin naar de kust om vandaar af te dalen, andere blijven gewoon over land vliegen. Ik woon zelf in Amersfoort, midden in het land dus, en op de telpost aldaar zijn het hele jaar door fijne waarnemingen, óók de vogeltrek. Maar mocht je ooit in de gelegenheid zijn af te reizen naar bijvoorbeeld Parnassia bij Bloemendaal, de pier van IJmuiden, de Waddeneilanden of De Vulkaan in Den Haag, dan zou ik dat zeker een keer doen. 

Maar let op: niet elke dag in oktober of november is het raak. Het hangt af van het weer, en met name de windrichting. De beste kansen heb je op een rustige, zonnige dag, bij een zuidwestenwind: dan hebben de vogels tegenwind en vliegen ze wat lager. En: probeer zo vroeg mogelijk op je post te zijn; de meeste vogels vliegen langs bij zonsopkomst en de eerste uurtjes daarna. Wie na tienen arriveert zal nog maar weinig groepen vogels zien.  Er is ook een speciale website die de vogeltrek in Europa nauwlettend volgt: trektellen.nl. Daarop staan alle aantallen (meer dan 30.000 vinken op een dag is heel normaal) die zeer ervaren vogeltellers noteren vanaf hun telpost. Daarbij gebruiken ze klikapparaatjes om de gigantische hoeveelheden die soms in wolken over trekken zo goed mogelijk te kunnen tellen. Op die site kun je ook zien waar zich allemaal telposten bevinden, vaak op een verhoging zoals een duintop: jij hebt daar ook meer kans om het verschijnsel te zien.  Er is natuurlijk ook een voorjaarstrek, van eind februari tot begin mei: vogels die naar het zuiden vliegen, komen ooit ook weer terug. Die voorjaarstrek is alleen sneller, in kleinere groepen en meer verspreid over het land. Om dan grote groepen te zien, moet je meer moeite doen dan in het najaar. Daarom beperk ik me hier even uitsluitend tot de najaarstrek. Maar op waarneming.nl en trektellen.nl vind je zowel de voorjaars- als najaarstrek.  

De vogeltrek is fantastisch met al die verschillende groepen vogels, maar er steekt één categorie bovenuit: de kraanvogel. Een schitterende, sierlijke en zeer zeldzame vogel, die koninklijke klasse uitstraalt. Hij broedt op slechts enkele plekken in Nederland: eerst alleen in het Fochteloërveen (op de grens van Friesland en Drenthe), tegenwoordig zijn er ook enkele broedpaartjes in het Dwingelderveld (Drenthe) en De Peel (op de grens van Noord-Brabant en Limburg). Het is overigens niet mogelijk om vlakbij de broedende vogels te komen en dat is maar goed ook, het zou de vogels te veel verstoren. Maar je kan ze met wat geluk wel over zien vliegen, of horen. Of toch zien, heel in de verte, met je verrekijker. 

Maar er is nog een manier om kraanvogels te zien, en dat is dus tijdens de najaarstrek (en in mindere mate de voorjaarstrek). Voor kraanvogels geldt dat hun voornaamste vliegroute over Duitsland gaat, meer in het oosten dus. Van eind oktober tot half december kun je het geluk hebben een grote V van kraanvogels over te zien vliegen – en te horen, want ze maken een waanzinnig leuk trompettergeluid tijdens hun vlucht. 

Het mooie is dat de techniek je tegenwoordig een handje helpt: er is zelfs een heuse kraanvogelradar, waarmee je live zeer nauwkeurig kan zien waar ze precies over vliegen (zet die vooral als app op je telefoon). Ikzelf had het geluk dat ik, kijkend op die app, vanaf grote afstand al een pijl recht op mijn huis af zag komen, waarna ik op het moment suprême naar het balkon rende en inderdaad een plukje van twaalf kraanvogels recht boven mijn hoofd zag vliegen, richting het zuiden. Mét trompetjes. Geloof me: als ware vogelaar kun je op zo’n moment wel huilen van geluk. 

Screenshot kraanvogelradar voorjaar 2026. Er zijn ook dagen bij dat het één groot strepenfeest is boven Nederland.

WintermaandenDe klapekster

Uitsluitend in de wintermaanden kun je in Nederland een bijzondere en zeldzame vogel aantreffen, mits in de juiste heide- en stuifzandgebieden: de klapekster. Die komt uit het hoge noorden (Scandinavië) en houdt van kou: zodra het hier lente wordt gaat ie weer naar de koudere landen terug. Mocht je in zo’n typisch klapekstergebied lopen en je ziet ergens een muisje dat op een scherpe tak is gespietst, of een vette kever, dan was dit waarschijnlijk niet het werk van een sadistisch rotkind, maar van onze held de klapekster. Die eet zijn prooien niet allemaal meteen op, maar bewaart ze door ze gewoon te spietsen en later te nuttigen.  Het ziet er wat gruwelijk uit misschien, zo’n doorboorde muis, maar de ware vogelaar wordt er erg blij van: misschien dat je straks een klapekster ziet! Hij is prachtig: wit, grijs en zwart, met een ‘Zorro’-achtig boevenmaskertje. De klapekster zit altijd helemaal alleen en vaak bovenop de top van een struik of boom – hij houdt niet alleen van kou, maar ook van rust. Een topvogel. Toen ik hem voor het eerst zag, twee jaar terug in natuurgebied Den Treek op de Utrechtse Heuvelrug, sprong ik letterlijk omhoog van opwinding. Eindelijk! En wat was hij toch mooi. Extra leuk aan deze vogel is dat hij vaak terugkeert naar hetzelfde gebied. Dus afgelopen winter zag ik hem wéér – op hetzelfde heideveld. 

VorstperiodesVogels op het ijs! 

Van ijs wordt niet elke vogel blij. Neem de ijsvogel: die sterft als hij niet elke dag zijn gewicht in visjes kan vangen. Voor hem zijn open water en dus een wak in het ijs essentieel. Als er zo’n wak is, of als ergens nog een beekje wél stroomt waar al het andere water bevroren is, dan heb je grote kans op veel vogels. Waaronder dus die ijsvogel: deze felblauwe ‘edelsteen’ zit vaak op een tak bij het water (of wak) te loeren of er een visje zwemt, die hij dan met een razendsnelle duik eruit vist. Maar ook diverse soorten eenden en andere watervogels, zoals waterhoentjes en meerkoeten, zijn vaak bij open water te vinden. 

Andere vogels die zich normaal goed schuilhouden en die je bijna nooit ziet (hooguit hoort), kruipen nu letterlijk wat meer uit hun schulp. Ze zullen wel moeten, om eten te vinden: de uiterst schuwe roerdomp kan zomaar tussen de rietstengels door over het ijs lopen, evenals de zeldzame waterral. Dus let goed op als je langs bevroren water loopt dat grenst aan een rietveld: wellicht heb je het geluk dat je zo’n vogel daadwerkelijk een keer ziet. 

Eerste keren

Bovenstaand overzicht is natuurlijk maar een kleine dwarsdoorsnede van alles wat er aan moois te zien is in een jaar. Wie echt álles wil weten kan dat vinden in de vele boeken, websites en apps die er over vogels zijn (zie deel 2 en 3 van deze Masterclass). Maar met dit lijstje in de hand maak je in elk geval kans op een paar fantastische waarnemingen. 

Hierna volgt nog het laatste onderdeel (5) van deze Masterclass Vogelen voor beginners: voor wie een doorgewinterde vogelaar wil worden en er ook na deze minicursus geen genoeg van kan krijgen. Maar voordat je dat leest, zou ik eerst weer lekker naar buiten gaan. Juist als beginner is het volop genieten geblazen, met al die heerlijke ‘eerste keren’. Ik ben eigenlijk een beetje jaloers.

Biologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next