Home

Deel 2: Beter kijken én herkennen

In dit tweede deel van de Masterclass Vogelen voor beginners gaan we verder waar we gebleven waren. Hopelijk zag je al wat leuke vogels, en dacht je: ik zou ze wel wat béter willen zien. Best lastig, want als je te dichtbij komt vliegen ze weg. En dus komen we nu bij dat onmisbare attribuut als je vogels wilt leren kijken: de verrekijker.

Masterclass Vogelaarscursus in vijf etappes

De Masterclass ‘Vogelen voor beginners’ verscheen oorspronkelijk als e-mailcursus, bestaande uit vijf mails verspreid over vijf weken. Het is aan te raden om deze gids niet in één keer, maar in etappes én in de juiste volgorde te lezen.

Wil je terug naar de andere delen, klik hier.

Nu heb je verrekijkers in alle soorten en maten en zou ik je zeker niet willen adviseren meteen een Swarovski, Leica, Zeiss of ander topmerk aan te schaffen. Want die jongens zijn behoorlijk prijzig; voor een echte topkijker leg je al gauw tweeduizend euro neer. Daar kun je altijd nog voor gaan sparen als het vogelvirus je eenmaal te pakken heeft. Voor nu volstaat een eenvoudiger kijker. 

Koop geen flutkijker

Maar let op: een echt goedkoop ding van een paar tientjes raad ik je sterk af. Haarscherp een vogel zien zonder vervorming en met een rustig beeld, waardoor je zelfs bij een stadsduif al het ‘wow’-effect ervaart: daarvoor heb je nu eenmaal kwalitatief goede lenzen nodig. Wil je wel iets goeds maar niet de hoofdprijs betalen, ga dan voor een huismerk, bijvoorbeeld dat van de Vogelbescherming – reken ook dan overigens wel op een paar honderd euro. (Als je in deze fase een goede kijker kunt lenen is dat natuurlijk nog mooier – je gaat er vanzelf alsnog een kopen, geef ik je op een briefje.) 

Waar moet je op letten bij aanschaf van een verrekijker? Vaak zie je cijfercombinaties staan als ‘8×32’, ‘8×42’, ’10×32′ of ‘10×42’. Maar dat zegt de leek natuurlijk niets. Heel kort samengevat: die 8 of 10 staat voor de factor waarmee een verrekijker vergroot. Je zou dus zeggen dat je beter een 10 dan een 8 kunt kopen: de vogel wordt met 10 immers groter gepresenteerd dan met 8 maal vergroting. Maar dat is niet het hele verhaal. 

Want bij 10 is het moeilijker om het beeld rustig te houden, vooral bij wind ‘schudt’ het beeld meer, doordat kleine bewegingen meer versterkt worden. Ook geeft een kijker die 8 keer vergroot vaak een wat helderder beeld dan die van 10 én heeft de 8 een iets groter ‘gezichtsveld’ (meer breedbeeld) waardoor het makkelijker is om de snel vliegende vogel te ‘pakken’ in de lucht en te blijven volgen. 

En dan dat tweede getal: die 32 of 42 gaat over de ‘objectiefdiameter’ – hoe groter, hoe meer licht er in je kijker valt. De 32 millimeter-lens is perfect voor overdag; die van 42 is daarnaast ook geschikt bij minder licht, zoals tijdens de schemering. De 32 heeft als bijkomend voordeel dat hij wat kleiner en lichter is, fijn voor wie lang ermee gaat wandelen. 

Wat je zelf fijn vindt is echt heel persoonlijk. Ikzelf had eerst een 8×32, ben nu zeer tevreden met die 10×32 die ik al jaren heb, en mijn vriend heeft een 10×42 om zijn nek. Die van mij is lekker licht dus minder last van mijn nek; in de schemering kan hij de uil beter zien. 

Voor een goede keus raad ik je aan een bezoek te brengen aan een winkel met ruime keus én specialisatie in vogels. Twee zeer goede plekken zijn bijvoorbeeld het Vogelinformatiecentrum op Texel (in De Cocksdorp) en de Vogelbescherming in Zeist: daar heb je vogelkijkers in alle soorten, maten en prijzen – maar evidente flutkijkers verkopen ze niet. Naast de vakkundige uitleg kun je vanaf een terras alle kijkers rustig uitproberen op de speciale voederpaal met vogels in de tuin. 

Ik heb een verrekijker! En nu? 

Heb je een verrekijker, dan ben je eigenlijk al een vogelaar. Want vanaf nu zal je geen vogel meer met dezelfde blik bekijken. Zelfs de meest standaard vogel die je dagelijks ziet op weg naar werk of huis – zeg de huismus, houtduif, kauw, kraai, merel, ekster of koolmees – zal je doen verbazen als je hem eens góéd bekijkt. Door de kijker dus. 

Werkelijk élk veertje op het ranke lijfje openbaart zich. Ook krijg je door de scherpte-dieptewerking een prachtig effect dat de vogel optimaal laat stralen: het vogeltje is haarscherp, de struik erachter wordt vaag. Dan zie je waar je al die tijd gedachteloos aan voorbij liep: hoe mooi al die vogels eigenlijk zijn! 

Heb je dat eenmaal door, dan kan het niet anders of je ervaart een gevoel van ‘meer, meer, meer’: nu wil je ook álle vogels zien, en liefst ook een paar vogels die je nog helemaal niet kende. Dat kan. We gaan zo snel mogelijk weer naar buiten, nu iets verder dan het plantsoentje om de hoek. 

Eropuit: welke vogels zie je?

En nee: hiertoe hoef je echt niet meteen in de auto of trein te springen om naar de Veluwe te rijden, als je in de Randstad of het hoge noorden woont. Het leuke aan vogels kijken is namelijk dat je het overál kunt doen. Vogels zitten overal. Begin dus maar eens in een groengebiedje niet ver van je huis. Dat kan een weiland zijn, een bos, of ook een groot stadspark; vogels vind je óók in bewoond gebied. Goed, de meest zeldzame vaak niet in een stadscentrum, daar moet je echt de natuur voor in, maar veel soorten gedijen prima in een stedelijke omgeving. 

Neem nou dat bekende park in de hoofdstad, het Vondelpark: daar kun je niet alleen genieten van oogverblindend groene halsbandparkieten (en Alexanderparkieten – iets groter), maar je vindt er ook allerhande soorten eenden, ganzen, zangvogels (en met veel geluk misschien wel een ijsvogel). En dit geldt voor de meeste parken. Er is altijd wel iets van water, en sowieso iets met gras – dat trekt al diverse soorten. Hoe groter en gevarieerder het park (idealiter verschillende soorten bomen én struiken), hoe meer soorten vogels je zult zien. En horen! (Kom ik zo op terug.) 

Hoe kom je er snel achter welke vogel je ziet? Allereerst: het is geen schande als je heel veel vogels nog niet herkent. Over een jaar ken je ze bijna allemaal, ik beloof het je. De beste remedie is: blijven oefenen. En gebruikmaken van de kennis van anderen – zoals mensen met een verrekijker bij zich. En: er zijn fantastische boeken en apps die jou daarbij helpen. 

Veel goede vogelapps zijn gratis; begin bij voorkeur met een app die niet alle vogels van Europa omvat, dat maakt het vergelijken een stuk lastiger. Een goede is ‘Vogels van Nederland en België’, gemaakt door het Vogelinformatiecentrum, in de appstores te herkennen aan de blauw-geel-groene tekening met zwart-witte kluut. De vogels zijn ingedeeld in basiscategorieën, zodat op elkaar lijkende soorten naast elkaar staan.  Qua boeken is er enorm veel aanbod. Ook daarbij zou ik zeggen: grijp niet meteen naar de dikke gidsen met ‘alle vogels van Europa’, maar eentje met Nederlandse vogels. Daarmee kun je voorlopig je hart al ophalen. Een handig mee te nemen en niet te duur boekje is Zakgids vogels van Nederland en België. Ook erg goed, maar meer geschikt voor thuis wegens het formaat, is Vogels van Nederland. 

Kijken met je oren

Maar er is nog een manier – en eigenlijk een veel handigere, mits de vogel in kwestie op dat moment ook geluid maakt. Vogelexperts ontwikkelden een paar jaar geleden een app die vogelgeluiden herkent. Nu zijn er meerdere van dat soort apps, vaak ook betaald, maar laat de beste in zijn soort nou gratis zijn! Goed, een enkele keer vergist ie zich; maar hij heeft het toch verbluffend vaak wél bij het goeie eind. En veel vogels, vooral de zeldzamere, hoort hij veel sneller dan ik. De app heet Merlin Bird ID, en is eenvoudig te bedienen, ook voor (vogel)leken. Er is inmiddels geen vogelaar meer die deze app niet gebruikt. 

Vogelgeluidenapp Merlin Bird ID Hoe werkt het?

Het werkt heel simpel: je klikt op het microfoontje bij ‘Geluid’, hij lokaliseert waar je op dat moment bent en vrijwel elk vogelgeluidje wordt door de app opgepikt en herkend. Let op: voor je met de app begint is het belangrijk bij ‘instellingen’ het land aan te vinken (anders krijg je een of andere rare kaketoe uit Australië als mogelijke optie in plaats van een spreeuw). Zet ook de taal op Nederlands, want wie weet hoe een pimpelmeesje heet in het Engels? En: vink onder het kopje ‘Geluid’ de optie ‘Verplaats opnieuw gehoorde treffers naar boven (live)’ aan, zodat een nieuw gehoorde zeldzaamheid direct weer in beeld verschijnt. Zet ook je locatievoorzieningen aan bij de algemene instellingen op je telefoon; als de app weet waar je loopt (bos, polders, aan zee) is hij nauwkeuriger in het herkennen van de vogels die daar voorkomen.  Als de app een geluid detecteert verschijnt direct de vogel klein in beeld, en volgende vogels komen telkens bovenaan te staan. Al snel staat er een hele rij vogels – het lukt de app zelfs om meerdere gelijktijdig door elkaar zingende vogels te onderscheiden. Klik je op het vogeltje, dan verschijnt hij groot in beeld, met leuke weetjes. 

Met deze app zul je zelf ook steeds beter worden in het herkennen van vogelgeluiden. En dat is fijn, want vogels kijken doe je voor een belangrijk deel met je oren. Vaak hoor je een vogel immers eerder dan dat je hem ziet. Het helpt dan wanneer je het geluid direct herkent – als je weet welke vogel daar zit zul je hem ook eerder zien.  Wat erg fijn is: als je de app laat lopen tijdens een wandeling, telefoon in de hand, kan je met een beetje geluk zomaar worden gewezen op een zeldzame vogel die lekker anoniem in de struiken dacht te zitten. Zo heb ik al diverse malen kunnen genieten van fijne soorten die maar één keer kort een geluidje lieten horen en die ik anders nooit gezien zou hebben: appelvinken, goudvinken, kuifmeesjes, de glanskop, matkop, zwarte specht, ijsvogels… Allemaal vogels waar een vogelaar erg blij van wordt. In alle gevallen hoorde de app hem eerder dan ikzelf. Ik leer nog dagelijks bij.  En nu, naar buiten! Mét kijker en mét de app. Veel plezier!

Biologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next