Home

Veertien extra gemeenten onder toezicht vanwege te weinig opvangplekken voor asielzoekers

De lijst van gemeenten die op het matje moeten komen bij het kabinet omdat ze te weinig asielzoekers opvangen, is meer dan twee keer zo lang geworden. Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink voert daarmee de druk verder op.

is politiek verslaggever van de Volkskrant

Vorige maand zette Van den Brink (CDA) al de eerste tien gemeenten op de lijst. Hij kondigde aan die maandelijks aan te vullen en nu zijn er dus veertien gemeenten bij gekomen. Het gaat om Aalsmeer, Bronckhorst, Brunssum, Bunschoten, De Ronde Venen, Dinkelland, Hardinxveld-Giessendam, Hellendoorn, Lopik, Montfoort, Oldebroek, Oldenzaal, Vlaardingen en Vught.

Het zijn allemaal gemeenten die ‘niet voldoen aan de wettelijke taak’ die voortvloeit uit de Spreidingswet. Die wet verplicht gemeenten om mee te werken aan een betere verdeling van het aantal opvangplekken voor asielzoekers, maar in mei bleek al dat 250 gemeenten geen of te weinig opvang regelen en zich dus niet aan de wet houden.

Dat noopte Van den Brink tot verdere stappen. Hij maakt daarvoor gebruik van de zogenoemde interventieladder in de Spreidingswet. Als gemeenten te weinig plekken realiseren en er ook onvoldoende sprake is van verbetering, komen zij steeds een trede verder.

In juli zette minister Van den Brink al de volgende gemeenten op de lijst: Aalten, Achtkarspelen, Bergen (Limburg), Beverwijk, Gemert-Bakel, Overbetuwe, Sluis, Valkenswaard, Voerendaal en Westland.

Afspraken over opvangplekken

Komt een gemeente op de lijst terecht, dan belandt die op de derde van in totaal zes treden. De gemeente staat daarmee onder ‘actief toezicht’, wat in de praktijk betekent dat wethouders bij het ministerie moeten langskomen voor een gesprek. Daarin moet de gemeente met een concrete afspraak komen over het aantal opvangplekken en de planning.

Het voert de druk wel op. Blijven afspraken uit of houden gemeenten zich er niet aan, dan beslist de minister zelf over het aantal te realiseren plaatsen. In het uiterste geval kan het kabinet gemeenten dwingen. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) krijgt dan toestemming van de minister om er een opvanglocatie te openen.

Zover is het dus nog niet voor de 24 gemeenten die nu onder toezicht staan. Van den Brink zei vorige maand dat hij hoopt dat de gesprekken tussen hem en de wethouders leiden tot goede afspraken. Hij wees daarbij ook op de gedeelde verantwoordelijkheid die uit de wet volgt. ‘Iedereen moet zijn bijdrage leveren.’

Pas één gemeente kwam langs

Heel veel ontwikkeling is er nog niet op dat gebied. Vooralsnog is er nog maar met één gemeente een gesprek geweest: alleen Westland kwam langs. Dat heeft volgens een woordvoerder van het ministerie vooral te maken met de vakantieperiode. De komende tijd worden er naar verwachting met meer gemeenten gesprekken gevoerd.

Voor Van den Brink is het er afgelopen tijd in ieder geval niet makkelijker op geworden. Bij de gemeenteraadsverkiezingen ging een flink aantal raadszetels naar partijen die actief campagne voerden tegen de komst van opvanglocaties. Uit onderzoek van de Volkskrant bleek vorige maand dat zeker twintig gemeenten expliciet in hun coalitieakkoord hebben vastgelegd dat zij de komende jaren geen asielzoekers verwelkomen, waarmee zij ingaan tegen de Spreidingswet.

Lokale politiek heeft volgens het ministerie geen invloed op het besluit om een gemeente al dan niet op de lijst te zetten. ‘Het gaat er enkel om of een gemeente aan de wettelijke taak voldoet, de reden daarachter speelt geen rol’, aldus een woordvoerder. Ook zijn gemeenten die als eerste op de lijst worden geplaatst niet per definitie de slechtst presterende. ‘De volgorde heeft vooral te maken met de voortgang van het proces.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next