Home

Directeur TivoliVredenburg brengt rode lijn Gaza voor het eerst in praktijk: ‘Enorm dilemma’

In TivoliVredenburg botsten vorige week twee principes: het belang van een open debat en de rode lijn die het poppodium heeft getrokken vanwege het genocidale geweld in Gaza. Directeur Jeroen Bartelse licht de keuze toe om een debat met Israëlische deelnemers te annuleren.

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.

De culturele boycot van Israël is sinds tien maanden van kracht en werd vorige week door TivoliVredenburg voor het eerst in de praktijk gebracht. ‘Het besluit viel ons zwaar’, vertelt directeur Jeroen Bartelse. ‘Maar als je een ondergrens stelt, moet je je daar ook aan houden.’

De Utrechtse concertzaal zou vrijdag de finale hosten van de European Universities Debating Championship (EUDC), een internationaal debattoernooi voor studenten dat dit jaar in Utrecht werd gehouden. Maar op donderdag trok TivoliVredenburg zich terug: het evenement bleek niet te verenigen met de boycot.

Geen podium

TivoliVredenburg is een van de 762 Belgische en Nederlandse culturele instellingen die sinds afgelopen najaar de culturele boycot hebben ondertekend vanwege het genocidale geweld op het Palestijnse volk. Dat betekent dat ze geen podium geven aan artiesten of sprekers die de Israëlische staat vertegenwoordigen of instellingen die aan die staat verbonden zijn. De boycot is gericht op instituten, niet op individuele artiesten of sprekers.

De finale werd vrijdag uiteindelijk online gehouden, tot verdriet van de organisatie en deelnemers. Het voorval toont aan hoe ingewikkeld het is om een boycot in de praktijk te brengen. Want hoe bepaal je of een artiest of spreker de Israëlische staat of instelling vertegenwoordigt? En hoever moet je als instelling gaan om dit uit te zoeken?

‘Het was een enorm dilemma’, aldus Bartelse telefonisch. ‘Hier botsten twee wezenlijke principes. Enerzijds vinden we open debat ontzettend belangrijk. Ook als het schuurt, willen we de deur openhouden voor ontmoeting en dialoog. Anderzijds trekken we een duidelijke rode lijn vanwege de oorlogsmisdaden.’

De organisatie van de EUDC stelt nog altijd dat de Israëlische studenten niet deelnemen namens de universiteiten. Ze zegt dat de debatclubs autonoom opereren. Waarom ziet TivoliVredenburg dat anders?

‘Deelnemende teams dragen de naam van Israëlische universiteiten en krijgen ondersteuning en financiering van die instituten. Daarnaast gebruiken de universiteiten de prestaties van de debatclubs om zich als instituut te profileren.’

Uit de naam van de EUDC blijkt dat het een universitair toernooi is, winnaars van eerdere edities worden op hun website genoemd met vermelding van de universiteit waartoe ze behoren. Jullie hadden dit toch al veel eerder kunnen weten?

‘In gesprekken met de organisatie hebben wij het in een eerder stadium wel gehad over de boycot. Zij lieten ons weten dat alle studenten op persoonlijke titel deelnemen en geen universiteiten vertegenwoordigen. Wij besloten op basis daarvan dat het kon doorgaan. De boycot is immers niet gericht tegen Israëliërs an sich, iedereen is welkom bij ons.’

Dat liet TivoliVredenburg bij aanvang van het toernooi ook weten aan pro-Palestijnse actiegroepen die aan de bel hadden getrokken. ‘Zij hebben ons vervolgens van nieuwe, aanvullende informatie voorzien, waarna we zelf verder onderzoek hebben gedaan’, aldus Bartelse. ‘We concludeerden dat er wel degelijk sprake was van sterke institutionele banden en zagen ons genoodzaakt de finale alsnog af te blazen.’

Zo blijkt uit de regels van de EUDC dat deelname alleen is toegestaan als studenten lid zijn van een debatclub die de universiteit vertegenwoordigt waar ze zelf studeren. Op de Hebreeuwse Universiteit krijgen studenten studiepunten als ze via de debatclub de universiteit vertegenwoordigen. En de Ben-Gurion-universiteit benadrukte na het behalen van de tweede plaats op het WK debatteren dat de debaters zowel hun universiteit als Israël hadden gepromoot.

De Hind Rajab Foundation (HRF), een organisatie die onderzoek doet naar oorlogsmisdaden van Israëlische militairen, deed op 26 juli aangifte bij de Nederlandse politie tegen een van de Israëlische juryleden van het debattoernooi. De man, verbonden aan de Ben-Gurion-universiteit, zou op zijn sociale media beelden hebben geplaatst van de vernietiging van een school, waarbij hij als militair aanwezig was.

Heeft dit ook een rol gespeeld bij jullie besluit?

‘Nee, die zaak hebben wij niet meegenomen. We hebben verschillende berichten ontvangen van mensen die zeiden dat er Israëlische militairen of oud-militairen deelnamen aan het toernooi. Maar we zijn geen tribunaal en we doen geen onderzoek naar eventuele oorlogsmisdaden van individuen.’

Ook de Universiteit Utrecht (UU) trok op basis van de nieuwe informatie de conclusie dat het evenement in strijd was met de academische boycot en zegde donderdag de steun aan het debattoernooi op. Bestuursvoorzitter Hans Brug kondigde dinsdag op LinkedIn aan dat de UU het proces gaat evalueren om er lessen uit te trekken voor de toekomst.

Wat heeft TivoliVredenburg geleerd van dit voorval?

‘Wij hebben 2.300 evenementen per jaar, we kunnen niet elk verhuurverzoek helemaal napluizen. Maar als actiegroepen aan de bel trekken, luisteren we daarnaar. Wat niet wil zeggen dat we er altijd in meegaan. Tegen de komst van de Israëlische historicus Yuval Harari was ook protest, dat evenement hebben we wel laten doorgaan.

‘In dit geval trok de organisatie een andere conclusie over de mate van verbondenheid tussen de deelnemers en de universiteiten dan wij. Terugkijkend hadden we zelf eerder onderzoek moeten doen.

‘Dit is iets waar alle ondertekenaars van de boycot van kunnen leren. We hebben vanuit onze waarden een ondergrens gedefinieerd, dat betekent dat we actief moeten toetsen of organisaties waarmee we in zee gaan die delen. Maar het is lastig. Want we zijn geen mensenrechtenorganisatie en hebben maar een beperkte capaciteit. Het blijft dus zoeken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next