Home

Vakantie vieren op IJburg. ‘Een rat die kots eet, Amsterdamser wordt het niet’

Gerda Blees zit vol goede ideeën. Elke week doet ze verslag van haar pogingen om ze uit te voeren. Deze week: vakantie vieren op IJburg.

Het zou-je-hier-kunnen-wonen-spel is altijd een leuk spel op vakantie, maar niet eerder speelde ik het zo serieus als nu we vakantie vieren op IJburg. Van IJburg had ik een schematisch, niet al te positief beeld: zand, water, baksteen, bouwput.

Maar het is ook de plek waar de gemeente Amsterdam nog weleens een stukje grond beschikbaar stelt voor nieuwe woongemeenschappen en ik had weleens gedacht: als ik toch nog eens in Amsterdam zou moeten willen wonen, om dichter bij familie en verschillende soorten reuring te zijn, dan misschien daar, in een woongemeenschap in een buitenwijk die misschien wel kan beantwoorden aan de behoeften van mijn provinciale hart.

Nu we twee weken op een mooi huis aan het water mogen passen in IJburg – of op IJburg, wat zegt de incrowd, in of op? – vraag ik me elke dag af: zou ik hier kunnen wonen?

IJburg is minder buitenwijkerig, stadser dan ik dacht. Meer vuil op straat, meer duiven, meer verwarde personen, of mensen die zingend over straat lopen met een fles in de hand en een glazige blik in hun ogen. Meer mensen. Als ik per ongeluk iemand groet op straat word ik verstoord aangekeken of verwonderd teruggegroet, alsof ik de verwarde persoon ben, en tot op zekere hoogte ben ik dat ook.

De hele inrichting van IJburg is bedacht. Het is helemaal van tevoren getekend, alle straten, alle waterwegen. Hier hoogbouw, daar laagbouw, hier riante koopwoningen aan het water, aan de zijkant daarvan een socialehuurcomplex. En toen gingen er mensen en dieren en planten wonen en werd het stad, iets nieuwer nog, dat zie je aan de jonge bomen en de modieus hoge raampartijen, maar toch gewoon stad.

Er wonen hier meer mensen zoals wij, had mijn geliefde gezegd toen we het oppashuis van tevoren gingen bekijken. Met kranten op tafel en Oroppa in de kast. En nadat hij de eerste keer boodschappen had gedaan, meldde hij dat er een goede boekwinkel was. ‘Maar echt goed. Met een poëzieafdeling.’

Wandelend langs het IJ zien we een rat tussen de met braamstruiken overgroeide basaltblokken tevoorschijn schieten die van iets onduidelijks op de grond bij een bankje begint te eten. Mijn provinciale hart staat even stil.

‘Ha’, zegt mijn geliefde als we dichterbij komen. ‘Een rat die kots eet. Amsterdamser wordt het niet.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next