Home

In Kamp Miasma de heteroziekte overwinnen en een hilarische animatiefilm

Queerfilms Het waren twee hoogtepunten op het afgelopen filmfestival van Cannes, ‘Teenage Sex and Death in Camp Miasma’ en ‘Jim Queen’. Deze maand zijn ze in de bioscoop te zien: is het ook iets voor heterosis-patiënten?

Hannah Einbinder (links) en Gillian Anderson in ‘Teenage Sex and Death in Camp Miasma’.

Horrorkomedie

Teenage Sex and Death in Camp Miasma. Regie: Jane Schoenbrun. Met: Hannah Einbinder, Gillian Anderson. Lengte: 112 min.

Te zien in de bioscoop vanaf 20 augustus.

Animatie

Jim Queen. Regie: Marco Nguyen, Nicolas Athané. Lengte: 85 min.

Te zien in de bioscoop vanaf 13 augustus.

In Jane Schoenbruns Teenage Sex and Death at Camp Miasma – Kamp Onrein, zeg maar – rijst het kwaad uit een troebel meertje. Daar woont ‘Little Death’, een chique term voor het orgasme, maar ook een seriemoordenaar die altijd hongert naar méér – in de jaren tachtig-slasher-reeks ‘Camp Miasma’, waar hij film na film zondige tieners aan zijn speer spietst.

Een Hollywood-studio heeft superfan en queer filmmaker Kris ingehuurd om nieuwe leven in die oude horrorserie te blazen. Camp Miasma staat in een kwade reuk als transfoob: ‘slasher’ Little Death was namelijk een verknipte transseksueel. Kris moet een woke reboot verzinnen – maar wel bloedig! – om ‘Camp Miasma’ weer respectabel te maken.

Ze gaat op bezoek bij Billy Preston, die ooit ‘final girl’ – het meisje dat overleeft – speelde in Camp Miasma en als kluizenaar op de oude filmset woont. Zij wordt gespeeld door Gillian Anderson: een leuk accent van Schoenbrun, ooit zelf een verstokt fan van Andersons hitserie The X-Files. Realiteit, film en fantasie vloeien al snel in elkaar over als Kris bij Billy haar seksuele blokkades onder ogen ziet. Het mondt uit in een hyperbolisch bloedballet vol campy genreclichés.

Teenage Sex and Death in Camp Miasma is manna voor cinefielen. Kris blijkt eerder een essayfilm over Hitchcocks Psycho te hebben gemaakt vanuit het perspectief van het half-transparante douchegordijn dat seriemoordenaar in travestie Norman Bates van zijn slachtoffers scheidt. Een sluwe metafoor: horror draait om transgressie, om het vervagen van grenzen tussen voyeur en exhibitionist, dader en slachtoffer, seks en dood. In de bioscoop kan je dat allemaal tegelijk zijn en ervaren.

Mentaal in film verdwijnen deelt Teenage Sex met Schoenbruns doorbraakfilm I Saw the TV Glow (2024), waar twee adolescente buitenbeentjes, Owen en Maddy, superfans zijn van de creepy tv-serie ‘The Pink Opaque’. Als Maddy letterlijk in die serie verdwijnt – een metafoor voor transitie – durft Owen haar niet te volgen en ploetert hij miserabel voort in het alledaagse. Teenage Sex draait om een soortgelijke verdwijntruc en doet dat gelikt en grappig, maar zonder de magische prikkeling van I Saw the TV Glow. Geen wonder, want Schoenbrun is nu gearriveerd en verrast dus minder. Maar al voelt deze film meer bedacht, het is wel erg goed bedacht. Je wil hem nog eens zien om alle allegorieën, dubbele bodems en citaten te ontcijferen.

Powerboyz

Intellectueel minder ambitieus, maar nog iets vermakelijker is de Franse animatiefilm Jim Queen. Held is een narcistische, dubbelgespierde ‘gym queen’: de alfa in een sportschoolwereld van powerboyz, injectiespuiten en proteïne. Jim is superster op sociale media en in gay nachtclubs, maar wordt plots een outcast als hij ‘heterosis’ oploopt, een gruwelijk virale ziekte gekenmerkt door monogamie, een bierbuik en een fascinatie met vrouwenborsten en voetbal.

Met hulp van de idolate en iele ‘twink’ Lucien gaat Jim op zoek naar een kuur. Lucien zit als zoon van de berucht homofobe minister Christine – gemodelleerd naar politica Christine Boutin– nog in de kast, maar heeft meer met heterosis te maken dan hij beseft. Dat ontdekt het duo in een vossenjacht door de gay subculturen van Parijs: een cruisezone waar bipsen uit heggen groeien, een berenhol voor grote harige mannen, een chemseks-flat vol kwijlende vampiers en fetisjkelders van de ‘Gaystapo’.

Jim Queen is soms melig, soms hilarisch, altijd in een lach-of-ik-schiet-tempo en met een juichende finale in utopische regenboogkleuren. Kan het op de hak nemen van de lichaamsfixaties en hokjesgeest in de gaywereld ook heterosis-patiënten boeien? Wie weet.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next