Home

Slechts af en toe ontsnapt een queerfilm uit de niche. Lukt het ‘Jim Queen’?

Queerfilms De geestige queeranimatie ‘Jim Queen’ trok in België en Frankrijk verrassend veel publiek. Cannes programmeerde dit jaar 21 queerfilms, toch blijken ze vaak lastig te verkopen – zeker met expliciete gay seks.

In Frankrijk groeide Jim Queen uit tot een commercieel succes.

Een film voor een niche binnen een niche binnen een niche. Zo omschrijft Katrien Remijn van filmdistributeur O’Brother de campy animatiefilm Jim Queen, die volgende week in Nederland in première gaat.

„Het is een queerfilm, animatie voor volwassenen én in het Frans.” Wie afgaat op vergelijkbare releases in Nederland, zou volgens Remijn verwachten dat de film hooguit vijfduizend bioscoopbezoekers trekt. Toch besloot O’Brother hem aan te kopen: omdat de distributeur de film zelf zo leuk vond, én omdat ze hopen op meer.

Die hoop is niet ongegrond. Na een enthousiast onthaalde première op het filmfestival van Cannes groeide Jim Queen in Frankrijk uit tot een commercieel succes. Meer dan 337.000 Fransen zagen inmiddels de kleurige animatiefilm waarin de homoseksuele sportschool-ijdeltuit Jim en zijn iele aanbidder Lucien, een ‘twink’, de homogemeenschap redden van het virus ‘heterosis’, dat iedereen heteroseksueel maakt. Ook in België kwamen al drie keer zoveel bezoekers opdagen als verwacht. Breekt Jim Queen ook in Nederland uit zijn niche? Queercinema, de parapluterm voor films waarin queer identiteiten, relaties en ervaringen centraal staan, lijkt dit jaar tegelijkertijd hoogte- en dieptepunten te beleven. Zo maakte tijdens het afgelopen filmfestival van Cannes een recordaantal van 21 films kans op de Queer Palm. Afgaande op dat cijfer zou je denken dat de prijs die de zichtbaarheid van queerfilms wil vergroten inmiddels bijna overbodig is.

Tegelijkertijd blijkt uit de jaarlijkse studie van belangenorganisatie GLAAD dat het aantal LHBTI+-personages in grote Amerikaanse studiofilms afneemt. Queer personages duiken vooral op in arthouse en opvallend vaak in horror. Ze worden bepaald niet mainstream.

Eén queerhit per jaar

Janneke de Jong van distributeur Cinéart, die veel prestigieuze queerfilms in Nederland uitbracht, vermoedt dat de recente golf queerfilms in Cannes deels het resultaat is van het engagement in de filmwereld als het gaat om gender- en identiteitsvraagstukken. Maar volgens haar is het ook een directe reactie op dat wereldwijd „de ruimte om queer te zijn steeds meer wordt ingeperkt”.

In de Nederlandse bezoekcijfers ziet ze de afgelopen jaren geen veranderingen. Gemiddeld haalt een keer per jaar een queerfilm die Cinéart in Nederland uitbrengt meer dan vijftigduizend bezoekers, constateert De Jong, en dat is in de afgelopen jaren constant gebleven. Ze wijst op La Vie d’Adèle (2014, 68.000 bezoekers), Portrait de la jeune fille en feu (2019, 88.000 bezoekers) en The Blue Caftan (2023, 64.000 bezoekers). „De concurrentie is al jaren groot in de filmtheaters, dat geldt voor alle films. Maar bijzondere en mooie arthouse films vinden nog altijd hun plek, ook die met queer verhaallijnen.”

Marc Putman, CEO van OUTtv, ziet wel een negatieve trend in Nederland: het zou steeds moeilijker worden om queerfilms succesvol in de bioscoop uit te brengen. Zijn bedrijf nam in 2020 distributeur Cinemien over, die in het verleden bijvoorbeeld de moderne lesbische klassieker Carol naar Nederland bracht. In Nederlandse bioscopen geldt momenteel het principe van ‘the winner takes it all’: er is meestal één film die vrijwel alle bezoek naar zich toe trekt via dure publiciteit, lovende recensies en sociale media. De rest verdwijnt snel uit de roulatie. Putman: „Queerfilms waren altijd al een niche, en nu staan ze nog meer onder druk.”

Bepaalde zaken liggen volgens Putman nog steeds gevoelig. „Hoe explicieter gay een film, hoe kleiner de interesse van bioscopen, merk ik. Dat schrikt een deel van het publiek af. En de groep die dat juist aantrekkelijk of artistiek interessant vindt, is te klein om dat verlies te compenseren.” Wat ook niet helpt, is de grote ernst van veel queerfilms. Dat hangt volgens Putman vaak samen met de manier waarop subsidies worden toegekend. „Soms moeten films aan zoveel maatschappelijke en inclusieve doelstellingen voldoen dat het ten koste kan gaan van het publieksbereik.”

Putman, die beseft dat de kans klein is dat ‘zijn films’ de winnaar van de week worden, kiest er tegenwoordig voor ze uit te brengen als evenement voor de queer-gemeenschap. „We organiseren samen met bioscoopketens ‘pride nights’. Dat trekt veel mensen, omdat we het dan combineren met gay-horeca, waar mensen een drankje kunnen drinken.” Ook Jim Queen heeft op dat vlak potentieel. Er staan inmiddels zo’n veertig vertoningen rond pride-evenementen gepland, regelmatig met ludieke extra’s als „Jim Tonics” of een dresscode: ‘slutty & sporty’.

Overdrijving, zelfspot en satire

Maar Jim Queen wordt ook regulier uitgebracht: scoort deze uitgesproken en expliciete queerfilm in Nederland ook buiten zijn niche, net als in België en Frankrijk? Eén voordeel heeft Jim Queen alvast: hij is heel grappig. Humor is belangrijker dan het uitdragen van een boodschap, vertelt scenarist Simon Balteaux over de telefoon. Al werd de film tijdens het maken steeds politieker doordat de buitenwereld veranderde, vijandiger werd. „Maar onze prioriteit bleef mensen een blik op onze wereld te gunnen en aan het lachen te brengen. Dat onze film toegankelijk was voor een breed publiek.”

Scène uit ‘Jim Queen’.

Simon Balteaux en regisseur Marco Nguyen begonnen acht jaar geleden aan het animatieproject omdat ze hun eigen leven als homoseksuele mannen in Parijs nauwelijks herkenden in films of op televisie. Volgens Balteaux waren queer personages meestal of voorbeeldig en heteronormatief – „het getrouwde gaykoppel van hiernaast” – of tragische figuren in drama’s. „Vrijgezelle homomannen die de tijd van hun leven hebben, elke nacht uitgaan, drugs gebruiken en met verschillende mannen naar bed gaan: dat zag ik bijna nooit.” Misschien uit angst voor nog meer stigmatisering, denkt Balteaux.

Met veel overdrijving, zelfspot en satire wilden Balteaux en Nguyen een liefdevol beeld schetsen van de homogemeenschap in Parijs. Niet kritiekloos: in Jim Queen komen zaken als hyperseksualisering, de obsessie met het perfecte lichaam, sociale media en chemseks aan bod.

In de ‘writer’s room’ van Jim Queen ging het ook over representatie, vertelt Balteaux. Om eerlijk te kunnen zijn, besloten ze expliciet niet te proberen representatief te zijn voor iedereen. Als Lucien aan het begin van de film in een homoclub belandt en denkt dat hij nu behoort tot de „lhbti-gemeenschap” helpt een medebezoeker hem snel uit die droom: ‘Hier tref je alleen de H’. Volgens Balteaux is dat realistisch voor Parijse homoclubs. Verder werd afgesproken dat grappen nooit kwetsend of veroordelend mochten zijn. „Want wij zijn niet beter dan wie dan ook. Dat moet de houding zijn.”

Of humor volstaat? Gezien de buzz die tot nu toe ook in Nederland rond Jim Queen ontstond, hoopt Katrien Remijn van distributeur O’Brother dat hij uit de niche breekt met zo’n 15.000 bezoekers. „Al is mijn persoonlijke doel 20.000.” Misschien lukt dat, de hilarische gay BDSM-romkom Pillion met filmster Alexander Skarsgård als dominante biker trok dit jaar 26.000 bezoekers; niet slecht, maar ‘winnaar van de week’ was de film niet – ondanks juichende recensies en de aandacht die een ster als Skarsgård trekt. Al bevatte die film uitermate expliciete seks tussen mannen en is Jim Queen als animatiefilm op dat punt een stuk minder confronterend. Het kijkt nauw als je uit de niche wil ontsnappen.

Film

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next