Jane Schoenbrun ‘Teenage Sex and Death at Camp Miasma’ was een groot succes op het filmfestival van Cannes. Een vreemde, academische slachtkomedie, die toch heel doorvoeld is. „Angst rond gender wordt aan de cultuur gevoerd via de vleesmolen van de horrorfilm.”
Gillian Anderson en Hannah Einbinder in ‘Teenage Sex and Death at Camp Miasma’.
Teenage Sex and Death at Camp Miasma. Met die titel begon het maakproces van de derde film van regisseur Jane Schoenbrun. „Ik zat op de bank en die volledige titel schoot gewoon in mijn hoofd: hij kwam me halen!”, zegt hen – Schoenbrun gebruikt voornaamwoorden hen/hun. „Ik dacht: ik moet erachter komen wat dit is, waar dit toe leidt.”
Het leidde naar het filmfestival van Cannes. De ochtend na de première van Teenage Sex – een afkorting die je niet buiten Cannes moet gebruiken; ‘teenage sex is geweldig!’ – praat Schoenbrun euforisch met een groepje journalisten in het luxe Marriott-hotel. Cannes voelde als „een goede elektrische stoel”, zei Schoenbrun erover. De film werd een van de hoogtepunten van het festival, met negen minuten applaus en briljante kritieken. Extra bijzonder voor een film waarin méér dan één hals verandert in een bloedfontein.
De horrorkomedie volgt Kris – een filmregisseur die opviel met haar feministische remake van Psycho, vanuit het perspectief van het douchegordijn. Nu wordt ze de Hollywood-motor ingezogen. Ze moet nieuw (‘woke’) leven blazen in de beroemde horrorreeks Camp Miasma; een ouderwets slachtfeest waarin lustige tieners geperforeerd worden met speren op zomerkamp. Het monster? Een transpersoon met een ventilatierooster als hoofd en de dubbelzinnige naam ‘Kleine Dood’ (ofwel: orgasme).
Kris wil de reeks de 21ste eeuw insleuren, maar moet daarvoor eerst de oorspronkelijke hoofdrolspeelster overtuigen. En Billy (Gillian Anderson) is een geheimzinnige kluizenaar, die nog altijd rondvampt op de plek waar de eerste Camp Miasma werd opgenomen.
Teenage Sex and Death at Camp Miasma is een vreemd mengsel. Academisch, vol filmreferenties, gendertheorie en bloedvergieten. Maar toch ook erg doorvoeld, persoonlijk. Dat heeft een reden.
Regisseur Jane Schoenbrun krijgt in Cannes een kus van Hannah Einbinder (links) en Gillian Anderson (rechts).
Schoenbrun hanteert „een uniek maakproces”. Scènes, liedjes, beelden en ideeën verzint hen eerst, daarna volgt de plot. „Er is een mysterie in mijn eigen leven dat ik aan het ontdekken ben”, verklaart Schoenbrun. „Maar in plaats van het mysterie te ontrafelen en er dán een film over te maken, verwerk ik het in mijn films terwijl het gebeurt.”
‘Het mysterie’ is Schoenbruns gendertransitie, een soort „muze”. Debuutfilm We’re all Going to the World’s Fair en doorbraakfilm I Saw the TV Glow gingen over genderdysforie: een gevoel van diepe onvrede over het biologische geslacht waarin je geboren bent. Met Lynchiaanse nachtmerriescènes maakten de films dat gevoel van lichamelijke opsluiting voelbaar. Teenage Sex is lichter – ondanks een watersnoodramp aan bloed. Het kernmysterie is: nu zit je eindelijk in het juiste lichaam, maar wat doe je daar dan mee? Hoe kom je over al die geïnternaliseerde schaamte heen?
„Je maakt na je transitie een soort ‘tweede puberteit’ mee”, zegt Schoenbrun. Hen lacht: „Omdat de eerste niet echt gewerkt heeft, weet je wel? Maar het klopt: ik ontdekte dingen op mijn 35ste die anderen uitvogelden op hun veertiende. Plotseling begreep ik wat ik om me heen zag: dat mensen een potje maken van hun leven in hun twintiger jaren en dan trouwen als ze dertig zijn. Intellectueel begreep ik het leven wel, maar de vormende ervaringen die daarbij hoorden had ik niet, omdat ik zó vervreemd was van mezelf en mijn lichaam.”
De vraag die Schoenbrun zich stelde voor Teenage Sex was: „Hoe exploreer ik dat mysterie op de juiste manier?” Het antwoord: „Door Buffalo Bill (The Silence of the Lambs) en Norman Bates (Psycho) tot leven te wekken!”
Horrorfilms staan aan de basis van transfobie in de westerse wereld, beweert Schoenbrun. In horrorfilms verkleden filmmoordenaars zich namelijk opvallend vaak als vrouwen. Het idee: ‘Ze zijn zó gek, dat ze niet eens meer weten of ze man of vrouw zijn’. Seriemoordenaar Norman Bates verkleedt zich als zijn dode moeder; Buffalo Bill maakt een ‘vrouwenpak’ van de lijven van zijn slachtoffers. „Angst rond gender werd aan de cultuur gevoerd via de vleesmolen van de horrorfilm”, zegt Schoenbrun.
Dat begon met Psycho. „Regisseur Alfred Hitchcock was een Freudiaan, met het ongelooflijke talent om diepe psychologische angsten zó goed te verbeelden dat ze een permanente afdruk achterlieten op onze cultuur. Dat komt allemaal samen in de beroemde douchemoordscène van Psycho. Die scène druipt van de seksualiteit en angst, dat maakte het zo effectief. En wat is die angst? Een transvrouw in de badkamer! Dat leeft nog steeds.”
Schoenbrun vervolgt: „Mijn argument is dus: dit zit niet per ongeluk in zo’n scène. Het is juist onderdeel van de Freudiaanse dynamiek. Al onze angsten rondom seksualiteit, geweld en niet-normatieve man-vrouwverhoudingen, zitten ín het personage Norman Bates.”
Scène uit ‘Teenage Sex and Death at Camp Miasma’.
Teenage Sex is „in gesprek” met Psycho, Sunset Boulevard, The Burning, zegt Schoenbrun. Er zijn grapjes over Harvey Weinstein, over het gerucht dat horrorlegende Jamie Lee Curtis een hermafrodiet zou zijn. Schoenbrun maakt diens films bewust „een fantasia” van popcultuur en realiteit.
„Feit en fictie zijn niet zo gemakkelijk te onderscheiden als mensen denken”, zegt Schoenbrun. Centraal in diens films staat een constructivistische idee: dat ‘het scherm’ mens en maatschappij hervormt. Een leven in de 21ste eeuw is een leven op, door en met schermen.
Schoenbrun: „Kijk naar de hoeveelheid schermen om ons heen: zeven, acht! Ze muteren, ze vermeerderen, het zijn neukende konijnen! Onze levens worden volledig door ze bepaald en we praten er nooit over. Zelfs in de meeste films zijn ze onzichtbaar, terwijl die zich afspelen op het scherm. Voor mij is het een deel van de ervaring van het menszijn. Ik vind dat een wonderlijke manier om naar identiteit te kijken.”
„Ik herinner me een weekendje weg met mijn partner. Het was mijn eerste, échte, serieuze relatie na mijn transitie; de eerste relatie waarin seks echt goed voelde. We waren aan het wandelen en ik had haar net foto’s laten zien van mezelf voordat ik in transitie ging. „‘Wat zou de jonge jij denken, als ze je nu zou zien?’, vroeg ze. Ik antwoordde: ‘What the fuck?! Ik ben trans?!’ De jonge ik zou denken: ‘Mijn god, ik heb mijn leven verpest.’ Want dát is wat ik geleerd heb. Transheid is: sociale zelfmoord. Transheid is: Buffalo Bill. Dat weerhield me van mijn transitie. Fictie kan de realiteit op ziekelijke manier vormgeven. ”
Teenage Sex gaat, ja, over seks: eindelijk genieten van je lichaam. „Voor mij was het belangrijk dat kijkers het gevoel hebben dat ze consent gegeven hebben. Alleen dan kun je duistere plekken bezoeken. Zijn we allemaal misogyn in onze seksuele werelden? Waarschijnlijk. Dit is een veilige manier om dat soort dingen te verkennen. Als het te echt wordt, kun je het altijd uitzetten.”