Home

Hand in hand over straat

Het is zomer, alle slimme mensen zijn het land uit en nu heb ik de sleutel van de opiniekast. Verspreid over het schoolgebouw zit hier en daar nog wel een ander kind dat een taak af moet krijgen, maar verder is het stil. Ik wiebel een beetje op mijn stoel.

Enerzijds voel ik de verantwoordelijkheid zwaar op mijn schouders wegen om een volwassen visie te ontwikkelen op het wereldnieuws. Anderzijds zeg ik tegen mezelf, kom op, het is zomer, leef een beetje. Aan de ene kant zou ik willen schrijven over de toekomst van AI en ethische systemen. Aan de andere kant denk ik: wie leest dit nou?

Omdat ik niets beters te doen heb, volg ik wekenlang de berichtgeving over de Pride. „De Pride lijdt aan homonormativiteit!”, concludeer ik in mijn schriftje. Dat vind ik namelijk. En dat mag ik vinden. Sterker nog, het is ook zo. Die Pride draait om mensen die lhbtiq+ zijn, heet het. Maar als je T bent, word je wel geacht tegelijkertijd ook H te zijn, anders ben je een bron van algemene verwarring en ergernis.

In juli sprak de Volkskrant met zes bekende ‘lhbti’ers’. Onder andere over gebrek aan inclusie in de gemeenschap zelf. De oprichter van TransAmsterdam vertelde dat hij ooit een homoseksuele man trof met wie hij weleens iets had georganiseerd. „Ik was inmiddels een meneer, een die op vrouwen valt en dus trans en heteroseksueel. En hij zei, wat doe je nou nog in onze community? Toen had ik zoiets van: jij begrijpt er helemaal niets van.”

En, nee, inderdaad begrijpen veel vrienden van de Pride niet dat met het inlijven van de T ook hetero’s in huis zijn gehaald. Een paar willekeurige voorbeelden die over mijn scherm waaien. Volksvertegenwoordigers van D66 waren aanwezig bij de Pride in Milaan. Waarom? „Hand in hand over straat. Liefhebben wie je wilt. Zonder angst of uitsluiting.” Echt? Is dat alles? Hand in hand over straat?

Radiozender NPO 3FM legt aan critici uit waarom er geen heteropride is. Er is al een heteropride, zou ik zeggen, alleen wordt hij homopride genoemd.

Het is zomer, ik moet voor straf thuisblijven omdat ik mijn werk nog niet af heb, en ik ben het vooral oneens met mezelf. Je zanikt, zeg ik. Je hebt al zo vaak gemopperd op de ongelukkige suggestie dat er duidelijk afgebakende gemeenschappen bestaan, houd erover op. Ten eerste helpt het dus niet. Ten tweede heb je kennelijk ongelijk. En ten derde: wat maakt het uit? De mensen bedoelen het goed. Schrijf liever iets inspirerends, iets sprankelends, iets wat de mensheid uit het slop trekt.

Maar mijn kritische zelf blijft mokken. Het gaat me nu niet eens om de termen en begrippen, mok ik. Het gaat om een gebrek aan ernst. Je kunt met een vlaggetje zwaaien tegen terrorisme en geweld op straat, maar dat is nogal gratuit. Tegen terrorisme en geweld zijn we allemaal wel, althans de redelijken onder ons. Die redelijken zouden een stuk redelijker zijn als ze elkaar ook eens zouden bevragen over toewijding aan de mensenrechten – en op dat vlak blijft het akelig stil.

Ja, straatgeweld is vreselijk en we zijn ertegen. Maar het betwisten van rechten door overheden en medeburgers is minstens zo bedreigend als fysiek geweld.

Hand in hand over straat? Veel trans mensen kunnen in de VS prima over straat. Alleen krijgen ze van overheidswege wel last met hun baan. En hun paspoort. Hun bewegingsvrijheid. Op verzoek van feministen kunnen trans mannen in Engeland niet meer legaal naar een openbare wc. Daar doe je weinig tegen met je vlaggetje en toetertje. Daar moet je een mensenrechtenpositie over innemen en dan wordt het ingewikkeld.

Zie je wel, dit wordt niet het luchtige zomerstukje dat ik me had voorgesteld. En precies daarom moet jij dit niet schrijven, zeg ik tegen mezelf, je bent geïrriteerd. Laat anderen hun mond opendoen. Als sociologe Jolande Withuis in een column schrijft dat haar „feministische hart breekt” bij de gedachte aan een puber die zich eventueel laat beïnvloeden om in transitie te gaan, zou het fijn zijn als anderen eens iets zouden zeggen over feministische harten.

Natuurlijk wil geen redelijk mens dat pubers zich laten beïnvloeden. Om wat dan ook te doen. Maar als de Gezondheidsraad in een rapport concludeert dat de transzorg daar voldoende tegen beschermt en voorzichtig voorwaarts kan, is het breken van je feministische hart een opmerkelijke reactie op dat rapport.

Dat geldt ook voor de reactie van microbioloog Rosanne Hertzberger op datzelfde rapport. Zij wijst in het wilde weg op de gevolgen van een medische transitie voor het „toekomstige gezinsleven” en „seksueel functioneren”. Dit is niet de straat, dit is opiniëring in de serieuze media. Een serieuze reactie hierop van serieuze mensen zou minstens zo welkom zijn als een zomerfeest op straat.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next