Duitse defensie-industrie Duitsland investeert miljarden in de defensie-industrie. De aard van die investeringen leidt tot kritiek: het gaat vooral om ‘heavy metal’, oude wapensystemen als tanks en artillerie, en minder om drones en innovatie. De baas van wapenfabrikant Rheinmetall ziet geen probleem: „Als de klant tanks wil, dan krijg hij tanks.”
Werknemers in de kruitfabriek in Aschau am Inn, waarin wapenfabrikant Rheinmetall 350 miljoen euro investeert.
In 2026 geeft Duitsland ongeveer 108 miljard euro uit aan defensie. In 2027 stijgt dat bedrag naar 140 miljard euro en in 2030 naar 180 miljard. Daarmee is het Duitse defensiebudget in 2030 naar verwachting hoger dan dat van Frankrijk en het VK samen. In 2030 beslaan de uitgaven voor de Bundeswehr ongeveer één derde van de hele Duitse begroting. De investeringen in defensie worden door schuldenopnames gefinancierd, maar dat kost wat: in 2030 moet naar verwachting 80 miljard euro aan rente betaald worden. Bespaard wordt in de komende jaren op sociale voorzieningen zoals ouderschapverlof, bijstandsuitkeringen en gezondheidszorg.
Waar gaat al dat geld naartoe? Een fractie ervan zal landen in Aschau am Inn, een Beiers dorpje ten oosten van München, waar wapenfabrikant Rheinmetall sinds deze maand een bestaande kruitfabriek uitbreidt. In de fabriek van Rheinmetall en dochteronderneming Nitrochemie wordt nitrocellulose, ook wel schietkatoen genoemd, in hulzen gestopt voor ballistische artillerie.
Bij een rondleiding door de verschillende productiegebouwen wordt het maakproces aan een groepje journalisten gedemonstreerd. Voor de veiligheid vindt iedere stap in een afzonderlijk gebouwtje plaats, legt Nitrochemie-leidinggevende Oliver Becker uit, zodat een onverhoopte explosie niet te veel schade aanricht. De hulzen met kruit komen uiteindelijk achter het projectiel in een stuk artillerie terecht, en bepalen de druk waarmee bijvoorbeeld een granaat wordt afgeschoten.
Het schietkatoen wordt eerst gemengd, gewalst en vervolgens in verschillende vormpjes geperst, vormen die doen denken aan spaghetti en macaroni. Omdat het oppervlak brandt, bepaalt de vorm hoe snel het kruit verbrandt en hoe groot de druk is die de kruitlading veroorzaakt. Het kruit in de verschillende vormpjes wordt handmatig in de hulzen gestopt; de hulzen worden volgens een geraffineerd procedé uit papier-maché gevormd. Mannen in blauwe stofjassen nemen de hulzen uit de pers, controleren ze op oneffenheden, stoppen er een gebouwtje verderop het kruit in. Het is belangrijk, legt Becker enthousiast uit, dat iedere huls en de inhoud ervan precies hetzelfde is „om de precisie van de artillerie te waarborgen. Het is net farmacie”.
Voor de veiligheid vindt iedere stap van het maakproces in een afzonderlijk productiegebouw plaats
De productie van de kruitladingen oogt inderdaad behoorlijk ambachtelijk. In de fabriek wordt nu 1.500 ton kruit per jaar geproduceerd, dat wordt 4.500 ton. „Zonder kruit werkt geen conventionele munitie. Daarom is dit een essentiële fabriek”, zegt Rheinmetall-ceo Armin Papperger.
Rheinmetall en Papperger profiteren fors van de Duitse defensiemiljarden. Een aandeel van de grootste Duitse wapenfabrikant was op de dag na de Russische inval in Oekraïne in 2022 107 euro waard, deze maand kost het zo’n 1.150 euro. De omzet was vorig jaar ongeveer 10 miljard euro; volgend jaar, zo verzekert Papperger in een gesprek in Aschau am Inn, rekent hij op een omzet van 20 miljard.
Toch hebben Papperger en ook de Bundeswehr een probleem, volgens critici. Er wordt in Duitsland te veel geïnvesteerd in ‘oude’ systemen als artillerie, tanks en schepen, onder vakmensen ook wel ‘heavy metal’ genoemd. „Als je naar de defensiebegroting kijkt, zie je dat de grootste kostenposten de oude systemen zijn. Wij vragen ons af of dat de juiste mix is, en of er niet meer zou moeten worden geïnvesteerd in nieuwe systemen en in onderzoek”, zegt econoom Johannes Binder van het Kiel Instituut voor Wereldeconomie. Volgens een onderzoek dat Binder deed met Guntram Wolff, investeerde Duitsland in vergelijking met het Verenigd Koninkrijk en Polen het minst in nieuwe wapensystemen.
Rheinmetall investeert 350 miljoen euro in de fabriek in Aschau am Inn. Gevraagd of dat geen risico is, in een tijd waarin oorlogsvoering zo snel verandert, zegt Papperger: „Ik luister naar wat mijn klanten willen. De NAVO stemt het portfolio af met de lidstaten en die geven ons de opdrachten. En als ik zoals recentelijk een opdracht krijgt van Roemenië voor driehonderd gevechtstanks, dan zeg ik niet, waarom neem je niet 50.000 drones. Als de klant tanks wil, dan krijg hij tanks. Maar drones kunnen ze natuurlijk ook krijgen, die produceren we ook.”
Het kruit wordt met de hand in de hulzen gestopt. De serienummers worden nu ook nog handmatig aan de binnenkant van de hulzen geschreven. In de witte huls is de spaghettivorm te zien waarin het kruit is geperst.
Papperger raakte dit voorjaar in opspraak omdat hij in het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic had gezegd dat Oekraïense drones door Oekraïense huisvrouwen in hun keukens worden gemaakt, en dat die drones niet innovatief zijn. De verslaggever van The Atlantic merkte op dat ook relatief simpele en goedkope drones erg effectief zijn om dure tanks als die van Rheinmetall in een mum van tijd uit te schakelen.
„Wij hebben binnenkort vijf soorten dronesystemen in de aanbieding”, zegt Papperger in Aschau. „Om een gevechtstank te ontwikkelen, of een luchtafweersysteem, heb je zeven of acht jaar nodig. Voor een drone zijn vier of vijf maanden nodig.”
De staatssecretaris van Defensie, Nils Schmid (SPD), ook aanwezig in Aschau, zegt: „We zien in Oekraïne dat conventionele artillerie nog altijd een grote rol speelt. Er worden een paar duizend artilleriegranaten per dag afgevuurd. En we hebben een achterstand in Europa qua munitie, daarom is het goed dat Rheinmetall en Duitsland de productie nu zo opvoeren. In Europa wordt inmiddels meer munitie geproduceerd dan in de VS.”
Econoom Binder wijst erop dat in Duitsland de nadruk ligt op het vullen van munitiemagazijnen. Voor de afschrikking zou het volgens hem beter zijn als de productiecapaciteiten zo worden ingericht dat de productie snel kan worden opgevoerd in geval van nood; en het productieproces dus wat minder ambachtelijk is. Maar bedrijven als Rheinmetall hebben „niet per se een belang om de productie efficiënter te maken. Want het product is schaars, er zijn maar weinig aanbieders, en de staat koopt hoe dan ook. De staat zou moeten stimuleren dat fabrikanten efficiënter worden.”
Als Duitsland 108 miljard euro per jaar aan defensie spendeert valt te voorzien dat sommige uitgaven en investeringen niet opgaan, dat verkeerde keuzes worden gemaakt, en dat sommige miljarden in lucht opgaan. In juni werd bekend dat het Frans-Duitse plan om een gezamenlijk gevechtsvliegtuig te bouwen, FCAS, wordt gestaakt omdat de Duitse en Franse fabrikanten het niet eens werden over verantwoordelijkheden; een miljardenstrop. In dezelfde maand haalde minister van Defensie Boris Pistorius (SPD) een streep door de bestelling van zes hypermoderne fregatten bij het Nederlandse Damen Naval Shipyards, omdat de levering ervan eindeloos vertraagd was. Zo’n 2,5 miljard euro had Duitsland al betaald.
Econoom Binder wijst op een tweede nadeel van de investeringen in heavy metal, conventionele wapensystemen: „Op de lange termijn komt er geen duurzame economische groei uit voort. Want economische groei zou kunnen ontstaan door innovatie en de ontwikkeling van nieuwe technologieën, die op den duur dan ook civiele toepassingen kunnen krijgen.” De mensen die eerst nieuwe technologieën voor wapensystemen ontwikkelen bij de Bundeswehr, zouden later start-ups kunnen beginnen die voor groei en voor banen zorgen. „Zo lang er geld in de traditionele industrieën wordt gestopt zijn de uitwerkingen op de economie natuurlijk ook positief. Maar als de geldkraan dichtgaat, verdwijnt dat effect meteen.”
Rheinmetall-ceo Armin Papperger toont de nieuwste munitie aan de premier van Beieren Markus Soeder en een Skyranger luchtverdedigingssysteem bij de openingsceremonie voor de nieuwe kruitfabriek in Aschau am Inn.
Volgens Binder gaat in de VS zo’n 10 procent van de defensiebegroting naar onderzoek, in het VK is dat 5 procent, in Duitsland 1 à 2 procent.
Volgens Rheinmetall-topman Papperger zal het aantal werknemers in Aschau groeien van 850 naar 1.400, een trend die in alle Duitse Rheinmetall-fabrieken zichtbaar is. De werkgelegenheid is welkom, aangezien door de crisis in de rest van de Duitse industrie naar schatting zo’n 15.000 banen per maand verloren gaan. Volgens Binder wordt ongeveer 60 procent van het hele defensiebudget binnen Duitsland uitgegeven, maar dat zou dus een duurzamere investering zijn als er meer nadruk komt op onderzoek en ontwikkeling.
Het debat over de defensie-investeringen in Duitsland klinkt hooguit op gedempte toon. Onder politieke middenpartijen CDU/CSU, SPD, Groenen en FDP is er overeenstemming over de noodzaak ervan. Kritiek klinkt op de flanken, bij Die Linke, bij de kwakkelende partij Bündnis Sahra Wagenknecht (BSW) en sterker nog bij de radicaal-rechtse Alternative für Deutschland (AfD). Verder speelt de Duitse herbewapening vaak een rol op pro-Palestina demonstraties, omdat Duitsland wapens exporteert naar Israël. Daarbuiten klinkt weinig kritiek, hoewel dat mogelijk verandert zodra de bezuinigingen op sociale voorzieningen voelbaar worden.
Staatssecretaris Schmid: „In de maatschappij wordt de bedreiging van onze veiligheid steeds beter ingezien. De burgers zijn meer bezig met veiligheid en de positie van de Bundeswehr is veel sterker dan nog tien jaar geleden.”
Rheinmetall is sinds mei 2024 sponsor van de Duitse voetbalclub Borussia Dortmund, steevast de nummer twee in de Bundesliga achter FC Bayern München. In 2024 protesteerden de fans van Dortmund nog tegen de deal, Papperger ging met hen in gesprek. Rheinmetall sponsort de club met een paar miljoen, de fans morren niet meer. Het laat zien hoe de Duitse Zeitenwende, de herbewapening van Duitsland na de Russische inval in Oekraïne, ook in de maatschappij is aangekomen: Duitslands grootste wapenfabrikant heeft anno 2026 een prima imago.