Het verhaal over de geschiedenis en cultuur van de regenbooggemeenschap blijft actueel. En instructief voor nieuwe generaties en nieuwe Nederlanders. Dat vraagt niet alleen om een tijdelijke tentoonstelling, maar om een permanent museum.
Als de tentoonstelling Queer Amsterdam, de roze stad in De Nieuwe Kerk iets duidelijk maakt, dan is het wel de behoefte aan een permanent, liefst nationaal lhbti-museum. Want ook na 4 april 2027, als De Nieuwe Kerk de expositie afsluit, blijft het verhaal over de geschiedenis en cultuur van de regenbooggemeenschap actueel. En instructief voor nieuwe generaties en nieuwe Nederlanders.
Dat Amsterdam nog niet kan bogen op zo’n museum, is geen schande. Zo heeft New York, met negen keer zoveel inwoners, wel een aandoenlijk hondenmuseum aan Park Avenue, maar wordt er al jaren gewacht op het nationale American LGBTQ+ Museum. Inmiddels staat de opening voor 2027 geagendeerd.
Over de auteur
Arendo Joustra was bestuurslid van het Persmuseum in Amsterdam en vicevoorzitter van de raad van toezicht van Beeld en Geluid in Hilversum. Hij werkt aan een queer woordenboek, een vervolg op zijn Homo-Erotisch Woordenboek uit 1988.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Heel verstandig is het Amerikaanse museum ondergebracht in een nieuwe vleugel van het New York Historical Museum – ‘Society’ is twee jaar geleden uit de naam geschrapt – het oudste museum van de stad. Ook voor een Nederlands lhbti-museum zou zo’n shop-in-shop een oplossing zijn. Om drie redenen. Uiteraard vanwege de kosten, maar ook om van elkaars bezoek te profiteren. En de derde reden is het delen van het dure depot.
Maar de kosten zijn doorslaggevend als argument, want wil je het verwende (internationale) museumpubliek waar voor zijn geld geven, dan heb je diepe zakken nodig. Zelfs een Nederlandse versie van de succesvolle Portrait Gallery (Londen en Washington) kwam in Nederland, ondanks creatieve oplossingen, vanwege budgettaire hindernissen niet van de grond.
Profiteren van elkaars bezoek is geen onbelangrijke factor. Voldoende publiek trekken met zo’n specifiek museum en zo’n specifieke doelgroep is lastig, ook al kan een aparte ruimte met telkens wisselende, actuele exposities voor terugkerend bezoek zorgen. Zo’n kangoeroeoplossing kan voor beide musea voordelig zijn, zelfs als elk museum zijn eigen toegang heft.
Samenwerking met het Amsterdam Museum ligt voor de hand. Dat exposeerde als Amsterdams Historisch Museum in 1989-1990 onder de titel Goed Verkeerd de geschiedenis van, zoals ze toen nog werden genoemd, ‘homoseksuele mannen en lesbische vrouwen’. Of samenwerking met het H’ART Museum, dat met de tentoonstelling in De Nieuwe Kerk zijn expertise met dit thema heeft getoond.
Blijkbaar stuurt de gemeente aan op een zelfstandig museum. Want Peter ter Kulve, CEO van The Magnum Ice Cream Company, vertelde eind vorig jaar in een interview dat hij zijn hoofdkantoor in de Reguliersdwarsstraat aan burgemeester Femke Halsema te danken heeft. ‘Ze wilde er een lhbti-museum van maken, maar de gemeente kreeg de financiering niet rond’, aldus Ter Kulve in het FD. Mooi dat de burgemeester haar nek uitsteekt en oog heeft voor de aantrekkelijke locatie, maar mij lijkt zo’n zelfstandig museum nogal kostbaar, zelfs als er financieel een beroep wordt gedaan, wat terecht zou zijn, op de regenbooggemeenschap.
Een deel van de infrastructuur voor een dergelijk museum is in Amsterdam met IHLIA, gevestigd in de Openbare Bibliotheek Amsterdam aan de Oosterdokskade, overigens al aanwezig. Het herbergt niet alleen de grootste lhbti-collectie van boeken, archieven en foto’s van Europa, maar ook veel deskundige medewerkers. Alleen heeft deze erfgoedorganisatie de middelen noch de ruimte om kunstvoorwerpen en bijzondere artefacten te verwerven.
Ik denk bijvoorbeeld aan de (plas)krul: de fraaie openbare urinoirs die worden ‘uitgefaseerd’ – omdat ze stinken, veel onderhoud vergen en alleen mannen bedienen – maar die zo’n belangrijke rol hebben gespeeld als ontmoetingsplaats voor homo’s op zoek naar seks.
De tentoonstelling in De Nieuwe Kerk toont slechts een piepklein modelletje van een krul, terwijl een echte de bezoeker wellicht een ‘experience’ of iets van Johan Huizinga’s ‘historische sensatie’ zou hebben kunnen bieden. Juist driedimensionale artefacten brengen een museum tussen alle foto’s, schilderijen en schermen met ‘filmpjes’ tot leven.
Voordat ze allemaal zijn verdwenen, moet de krul alvast voor het toekomstige museum worden verworven. Na jaren herinner ik me van een soortgelijke expositie in Londen nog altijd de deur van de cel waarin Oscar Wilde van 1895 tot 1897 zat opgesloten en fysiek en mentaal kapot werd gemaakt. Die deur maakte de geschiedenis tastbaar. En dat lijkt me een belangrijke functie van een lhbti-museum.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant