Home

In de brandende bossen rond Venray loert nog een gevaar: onontplofte granaten uit de Tweede Wereldoorlog

In Nederland liggen mogelijk nog tonnen onontplofte oorlogsmunitie, ook rond Venray. Vooral oorlogsresten in natuurgebieden zijn amper in kaart gebracht, en dat kan bluswerkzaamheden hinderen.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Waarom moet de brandweer oppassen voor munitie rond Venray?

In oktober 1944 is er rond Venray, en vooral rond het nabijgelegen kerkdorp Oostrum, zwaar gevochten tussen Britse en Duitse troepen. De Britten wilden een Duitse verdedigingslinie ten westen van de rivier de Maas vernietigen. Daar slaagden ze in na zware artilleriebeschietingen en luchtaanvallen. Veel van de munitie die daarbij werd afgeschoten, ook door de Duitse troepen, kwam niet tot ontploffing.

De brandweer die deze week in actie kwam in de Venrayse bossen was daarvan op de hoogte. Toch werd advies ingewonnen bij de Explosieven Opruimingsdienst (EOD), die brandweerlieden aanraadde op de bospaden te blijven. Er zijn vooralsnog geen explosieven geruimd.

Het is niet de eerste keer dat oorlogsmunitie bluswerkzaamheden bemoeilijkt. Twintig jaar geleden werd er ook alarm geslagen bij een grote natuurbrand bij Uddel. Daar bliezen terugtrekkende Duitsers tegen het einde van de oorlog honderden opslagbunkers met munitie op, om te voorkomen dat die in handen zou vallen van de geallieerde troepen. Dat gebeurde vanwege de grote haast niet erg zorgvuldig. Veel munitie werd daardoor intact over een groot gebied verspreid.

Hoeveel onontplofte munitie uit de Tweede Wereldoorlog ligt er nog in de Nederlandse bodem en kustwateren?

De schattingen lopen uiteen van enkele tienduizenden kilo’s tot 100 ton. Precieze cijfers zijn niet voorhanden. Tot twee jaar na het einde van de oorlog werden blindgangers meteen geruimd, maar sommige projectielen sloegen metersdiep de grond in en werden niet altijd opgegraven, meldt het Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten (KOO).

Aan de hand van aanvalskaarten en luchtopnamen uit Duitse, Britse en Amerikaanse archieven kunnen gespecialiseerde bedrijven in kaart brengen waar veel munitie zou kunnen liggen. Gemeenten die grond bouwrijp laten maken voor nieuwbouw of wegen zijn verplicht daar onderzoek naar te laten doen.

Ook bij Venray zijn de afgelopen jaren zulke ‘bommenkaarten’ opgesteld. Zulke documentatie is er echter minder voor natuurgebieden bij Venray.

Waarom is de munitie bij Venray niet eerder opgespoord en geruimd?

De belangrijkste reden is de schade die zo’n operatie zou veroorzaken. Dat geldt voor de Boschhuizerbergen, maar ook voor tal van andere natuurgebieden in Nederland. Om blindgangers op te sporen en te verwijderen zou de grond volledig moeten worden omgewoeld.

Verder gaat het om tienduizenden hectare bos, hei en duinen waar oorlogsschroot ligt. Voor zo’n grote schoonmaak ontbreken het geld en de mankracht. De Explosieven Opruimingsdienst, een onderdeel van Defensie, is de enige in Nederland die dit specialistische werk verricht. De dienst heeft rond de 250 formatieplaatsen, maar ‘net zoals in veel andere bedrijfstakken hebben we veel vacatures’, stelt luitenant-kolonel Rolf Haan van de EOD op de website van het KOO.

Hoeveel oude oorlogsmunitie wordt er elk jaar in Nederland opgeruimd?

De EOD rukt jaarlijks gemiddeld zo’n 2.500 keer uit om explosieven onschadelijk te maken. Ongeveer 400 keer gaat het om ‘geïmproviseerde explosieven’, zoals vuurwerkbommen die worden gebruikt door criminelen. De rest betreft oude oorlogsmunitie. Die wordt meestal bij toeval gevonden en vaak door aannemers die ergens werkzaamheden verrichten. Soms zijn er ook hobbyisten met metaaldetectors die op munitie stuiten.

Vorig jaar was er een piek te zien in het werk van de EOD. De dienst kreeg zeshonderd meer meldingen te verwerken dan het jaar ervoor en ontmantelde bijna 3.500 projectielen, een kleine 1.000 meer dan in 2024. Daarvan behoorden er 2.900 tot de ‘erfenis’ van de Tweede Wereldoorlog.

De piek in vondsten kwam onder andere doordat de EOD werd ingezet om blindgangers op te sporen rond vliegbasis Deelen bij Arnhem. Dat werd in de oorlog zwaar gebombardeerd door de geallieerden.

Hoe groot is het risico dat oorlogsresten alsnog ontploffen?

Niet-gesprongen explosieven zitten veelal onder de grond en komen zelden spontaan tot ontploffing, blijkt uit onderzoek dat ingenieursbureau Deltares vorig jaar uitvoerde in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Gevaarlijk wordt het pas als bij graafwerkzaamheden een explosief wordt aangeraakt.

Onder grote hitte kan geschutsmunitie die dicht aan het oppervlak ligt wel ontbranden, zegt woordvoerder Jacqueline Spijkerman van het ministerie van Defensie: ‘Ondanks dat het al tachtig jaar onder de grond zit. De granaten zijn al die tijd goed afgesloten geweest en de chemische samenstelling van de springstof is dus bewaard gebleven.’

De Veiligheidsregio Limburg-Noord maakte gisteren melding van een paar kleine ontploffingen in de bossen rond Oostrum, maar daarbij gebeurde niks ernstigs.

Bij de recente bosbranden rond Bordeaux in Frankrijk zijn ook oude granaten geëxplodeerd. Omstanders dachten eerst dat het gasflessen waren die ontploften, maar de brandweer trof later in het getroffen gebied ruim vierhonderd stuks oude oorlogsmunitie aan. Het gros daarvan was intact gebleven, maar enkele projectielen waren door de hitte ontploft.

Hebben we alleen in de bodem last van ontplofbare oorlogsresten?

Nee. Ook in de kustwateren liggen nog veel niet-ontplofte mijnen en andere projectielen. Ook rivieren en andere binnenwateren zijn niet veilig.

Vorige week vrijdag kwamen door het lage waterpeil van de Waal in Doornenburg, bij Nijmegen, twee granaten bloot te liggen. Een daarvan vloog in brand toen vissers, zonder dat te weten, er met een karretje overheen reden; van de ander bleef de springlading intact. Dat had anders kunnen aflopen, zei een woordvoerder van de EOD tegen de NOS.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next