Home

In twintig jaar tweemaal zoveel fastfoodzaken in Nederland. Waarom lukt aanpakken niet?

Voeding Nederland moet gezonder eten, willen opeenvolgende kabinetten. Maar intussen is fastfood op elke straathoek verkrijgbaar. Optreden daartegen is voer voor juristen.

Reclame voor fastfoodketens langs de snelweg,

Van de ‘gezonde keuze’ de ‘makkelijke keuze’ maken – dat is het grote streven van de overheid met betrekking tot het nationale eetpatroon. Ze wil een gezonde leefomgeving creëren, en obesitas tegengaan.

En dat wil maar niet lukken, blijkt woensdag opnieuw uit cijfers van statistiekbureau CBS. Het aantal fastfoodzaken blijft toenemen; het is in twintig jaar verdubbeld tot nu ruim negentienduizend zaken. En overal fastfood: dat is niet doorgaat voor een gezonde leefomgeving.

Hoe het tij te keren? Dat is lastig, zo blijkt. Plannen zijn er niet, op z’n best intenties. Neem de maatregelen die het ministerie van Volksgezondheid (VWS) in 2022 aankondigde. Gemeenten zouden een nieuwe, wettelijke bevoegdheid krijgen „waarmee zij de komst van ongezonde voedselaanbieders op bepaalde plekken kunnen weren, zoals in de omgeving van scholen of in wijken waarin het aanbod van fastfood onevenredig groot is”. Ook wilde het toenmalig kabinet reclame en andere promotie voor ongezonde voeding gericht op kinderen wettelijk beperken.

De minister van Volksgezondheid, Sophie Hermans (VVD), heeft net als eerder staatssecretaris Vincent Karremans (Jeugd, Preventie en Sport, VVD) een wetsvoorstel aangekondigd waardoor gemeenten het aanbod en de verleidelijkheid van ongezond voedsel kunnen verminderen. Wanneer dat voorstel klaar is, weet het ministerie niet. Het coalitieakkoord wil ook strengere regels voor marketing gericht op kinderen. Ook op dat punt is er geen nieuws.

Lastige opdracht

In 2025 liet de rijksoverheid bureau Berenschot onderzoeken hoe de opmars van fastfood te keren zou zijn. Dat was een lastige opdracht, luidde de conclusie van de rapporteurs: „Het weren van nieuwe aanbieders van hoofdzakelijk ongezond voedsel op basis van gezondheidsargumenten blijkt niet mogelijk.”

Bestaande wetten voldoen niet, en een snelle, makkelijke oplossing voor dit complexe probleem – een wicked problem noemen ze het – is niet voorhanden. Geadviseerd werd een nieuwe wet op te stellen, een „brede Voedselwet”. Die dient dan „de voedselomgeving in de toekomst op juridisch houdbare en effectieve(re) wijze te reguleren”.

Die nieuwe Voedselwet moet voorzien in een breed pakket maatregelen, dat veel verder reikt dan inperking van een wassende stroom fastfoodzaken. Tot de opties behoren: reclames weren; prijsstrategieën toepassen; openingstijden van ongezondvoedselaanbieders beperken; een leeftijdsgrens invoeren voor bepaalde producten; en aanpassing van de verhouding in het aanbod van ongezond en gezond voedsel in supermarkten.

Vanwege de juridische houdbaarheid wordt het ministerie geadviseerd het doel van de wetgeving positief te formuleren – en niet dus het weren van fastfoodbedrijven tot doel te verheffen. Wat voorop zou moeten staan: ruimte bieden aan horeca die gezonde voeding aanbiedt. Anders botst de wet met de EU-richtlijn die uitgaat van vrijheid van vestiging en dienstverlening.

Wetten voldoen niet

Dat bestaande wetten niet voldoen om Nederland gezonder te laten eten, bleek in 2020 uit onderzoek dat de Universiteit van Amsterdam verrichtte op verzoek van een aantal gemeentes. De huidige wetten bieden hun geen juridisch mogelijkheden om het aanbod van ongezond voedsel te weren uitsluitend vanwege de veronderstelde „schadelijke effecten van consumptie van dat voedsel op de volksgezondheid”, aldus het onderzoek.

Wel is het mogelijk om aanbod van ongezond voedsel „via het instrument van het bestemmingsplan tegen te gaan als daar ruimtelijk relevante argumenten aan ten grondslag liggen”, aldus het onderzoeksrapport. Dan gaat het niet meer over gezondheid, maar over indirecte effecten: verstoring van het leefklimaat, geluidoverlast, afval. De gemeente Amsterdam gebruikte deze weg om te komen tot een verbod op toeristenwinkels. Met succes: de Raad van State concludeerde dat ‘toeristisch’ een legitiem criterium is om winkels te weigeren.

Zo’n criterium is echter niet voorhanden in de strijd tegen ongezonde voeding. De definitiekwestie is een groot struikelblok: wat is gezond en wat is ongezond eten? Termen als fastfood (snelvoer) en junkfood (troepvoer) lijken handig en helder, maar in de praktijk zijn ze dat niet, laat staan om er beleid op te stoelen.

Berenschot stelt dat het „(juridisch) ondenkbaar” is tot een zwart-witonderscheid te komen. „Er zullen veel grijstinten zijn.” De onderzoekers van dit bureau doen wel een voorzet. Het meest ongezonde voedsel is dan: „Voedsel dat niet in de Schijf van Vijf valt, dat direct gereed is voor consumptie en dat ultrabewerkt is.”

Een ander probleem is een relatie te leggen tussen individuele eetgelegenheden en ongezondheid. De motivatie om een ongezonde omgeving te willen aanpakken is helder: het aantal mensen met overgewicht en obesitas is flink gestegen, mede onder invloed van de omgeving. Meer dan de helft van de volwassenen in Nederland heeft overgewicht. Maar die vaststelling is een heel algemene. Elke horecazaak heeft een eigen aanbod – en wat maakt een aanbod overwegend ongezond? Bovendien kan een ongezonde maaltijdkeuze passen in een gezond dieet. Het gaat om wat iemand verder nog eet: om balans en maatvoering. Die nuance moet in een wet: wicked.

Voeding

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next