Home

Roeiers, schaatsers en hardlopers: het vrouwenpeloton barst van de zij-instromers. ‘Ik vond de hectiek meteen leuk’

Tour de France In de Tour de France Femmes rijden verschillende succesvolle rensters rond die eerder carrière maakten in een andere sport. Maar: wie kan fietsen, kan nog niet meteen koersen. „We hebben haar af moeten leren erin te vliegen.”

De Spaanse renster Paula Blasi tijdens de tijdrit in de Tour de France.

Het liefst zou Paula Blasi op de ochtend voor een Touretappe een rondje rennen. Hardlopen is de sport waarin ze opgroeide, waarin ze Spaans juniorenkampioen werd op de 800 meter. Maar nu, op haar 23ste, is ze toch echt professioneel wielrenner bij UAE-L’Imad. Ze moet haar krachten sparen voor de zware ritten. „Ik ga deze week niet hardlopen, dan vermoordt mijn team me”, zegt ze daags voor de Tour in haar hotel in Vevey.

Blasi heeft een spectaculaire transformatie als sporter achter de rug. Haar eerste fiets kocht ze pas als student, nadat haar auto waarmee ze elke dag naar de universiteit reed het had begeven en ze een nieuw vervoermiddel nodig had. Het fietsen combineerde ze met hardlopen en zwemmen. In 2024 won ze de Catalaanse kampioenschappen duatlon en triatlon, voordat een hardloopblessure haar naar het wielrennen dreef. 

Dit voorjaar brak ze door met winst in de Amstel Gold Race en de Vuelta d’Espana, waardoor ze bij haar Tourdebuut meteen tot de favorieten behoort. Al op de eerste dag veroverde ze de witte trui voor beste jongere in het klassement. Woensdag kon ze lang met de besten mee in de heuveletappe door de wijngaarden van de Beaujolais, gewonnen door Vollering. Maar een versnelling van de Nederlandse bleek te machtig. Blasi kwam binnen op 2.27 minuut en verloor het wit.

De Spaanse is lang niet de enige succesvolle zij-instromer in het vrouwenpeloton. Hardlopers en schaatsers, maar ook roeiers, een kanoër, een toerskiër en een hockeyster: er rijden verschillende rensters rond die eerder carrière maakten in een andere sport. Wat komt bij zo’n overstap kijken, en wat zegt het grote aantal overstappers over de ontwikkeling van de sport?

Pelotonskills

„Het feit dat je fietst, betekent nog niet dat je wielrenner bent”, zegt Jacco Verhaeren, sportief manager bij Visma-Lease a Bike. Volgens hem hebben zij-instromers vaak wel al eens op een fiets gezeten, bijvoorbeeld als training voor hun vorige sport. Ze worden gescout op hun fysiek. „Maar pelotonskills, koersinzicht en het rijden als team moeten ze nog leren.”

„Ik wist vooral hoe ik hard moest trappen”, zegt Eline Jansen (24). Sinds 2024 komt ze uit voor de bescheiden Nederlandse ploeg VolkerWessels. Ze is bezig aan haar tweede Tour de France, zondag zat ze nog mee in de ontsnapping. Voor haar overstap stond ze op het ijs, als langebaan- en marathonschaatser, maar het bleek lastig om in de sterke Nederlandse schaatstop door te breken. Bij VolkerWessels werd ze al snel aangewezen als kopvrouw, al had ze geen idee wat ze moest doen in die rol. „Ik wilde steeds veel zelf oplossen. Het was voor mij wennen dat anderen een gaatje voor mij dicht wilden rijden.”

„We hebben haar af moeten leren om erin te vliegen”, zegt haar coach Larissa Havik. Ze ziet vaker dat zij-instromers moeten leren doseren. Bij schaatsen en hardlopen is de wedstrijd vaak korter, waardoor zij-instromers aan een kortere inspanning zijn gewend. Bij wielrennen moeten ze juist na een paar uur nog kunnen versnellen.

Eline Jansen (tweede van voren) in de kopgroep in de tweede etappe van de Tour. En daarnaast: Jansen op de schaatsbaan, tijdens de 3.000 meter bij de NK afstanden in 2023.

Wanneer een renster zich vanuit een andere sport aansluit bij VolkerWessels, grijpt Havik terug naar oefeningen uit het jeugdwielrennen. „Ik laat een renster bijvoorbeeld een voorwerp oppakken vanaf de fiets, om de behendigheid te oefenen. Of ik geef haar een simpele taak mee in een trainingskoers: dat ze zich voorin moet handhaven zonder op kop te komen, of door het peloton moet opschuiven.” Achteraf bespreken ze dan hoe het is gegaan, zegt Havik. „Zo leer je positioneren.”

Amber Kraak (32) kreeg van haar eerste profploeg Visma regelmatig de vraag hoe ze zich in het peloton voelde, of ze bang was. Als voormalig toproeier met een vaste positie in de boot was ze het kronkelen in het peloton niet gewend. Maar bang was ze niet. „Ik vond de hectiek vanaf het begin echt leuk”. Deze week is ze nooit ver weg van Tourfavoriet Demi Vollering. Kraak is bij FDJ United-Suez bodyguard, die moet zorgen dat Vollering ongeschonden etappes doorkomt en voorin blijft zonder veel energie te verspillen.

Haar bredere sportachtergrond helpt haar daarbij. „Tot mijn twintigste heb ik ook veel gehockeyd en getennist, waardoor mijn hand-oog-coördinatie goed is. Dat is nodig om snel de juiste kant op te sturen.”

Ook de Belgische Sandrine Tas (30), afgelopen winter nog in tranen na het op 0,13 honderdsten mislopen van een schaatsmedaille op de Olympische Winterspelen, zegt vaardigheden uit haar vorige sportlevens toe te passen in het wielrennen. „Wringen is niet nieuw voor mij”, zegt ze. Dat deed ze al als skeeleraar, voordat ze schaatser werd. Al moest ze wel leren hoe ze veilig op hoge snelheid een tasje met bidons en gelletjes kan pakken in de bevoorrading. „Dat kan echt chaotisch zijn.” Tas reed dinsdag sterk in de tijdrit, waarin ze zelfs even met de – op dat moment – snelste finishtijd in de hotseat mocht zitten.

Sandrine Tas wint de 1.000 meter bij het EK inlineskaten in 2018. Daarnaast: Tas aan de start van de tijdrit tijdens de Tour de France, afgelopen dinsdag.

Motorrijden

Visma-manager Verhaeren noemt het transferable skills, vaardigheden die van sport tot sport overdraagbaar zijn. „We zien in de breedte steeds meer sporters die een veelzijdige, of allround ontwikkeling hebben gehad in hun jeugd.” Hij noemt fysieke aspecten als kracht, snelheid en coördinatie die goed verplaatsbaar zijn naar andere sporten, maar ook vaardigheden die mentaal kunnen zijn. „Bijvoorbeeld teamspirit, of doorzettingsvermogen, of een bepaalde discipline in het volgen van een trainingsschema.” 

Bij Paula Blasi komt haar doorzettingsvermogen tot uiting in een drang om elke dag veel te willen trainen. „Voor mij is het lastigste om juist rustig aan te doen. Ik weet dat het beter is voor mijn prestaties, maar haal ook plezier uit sporten.”

Een andere vaardigheid die Blasi meenam naar het wielrennen deed ze op tijdens het motorrijden in de bergen, ook al doet ze dat niet als sport. „Daardoor heb ik weinig angst om af te dalen”. Anders was dat voor Eline Jansen, die in haar eerste jaar als prof nog gelost werd als het naar beneden ging. „In 2021 ben ik op trainingskamp gevallen. Het zorgde voor minder vertrouwen in de fiets.” Na veel oefening blijft ze nu niet meer achter: „Maar ik vind het nog steeds niet fijn om te doen”.

Het tactische benul kwam voor Kraak geleidelijk door veel wedstrijden te rijden. „Ik was eerst heel erg bezig met de belangrijke punten in het parcours, waar moet ik vooraan zitten. Maar nu merk ik dat toch aan hoe het peloton beweegt kan voelen dat er een belangrijk punt aankomt.” Jansen had veel aan voor- en nabesprekingen met ploeggenoten en haar coaches. „En van wielrennen op tv kijken leer ik ook veel, ook al wordt in het mannenwielrennen anders gereden. Hoe positioneren ploegen zich, wanneer vallen ze aan. Nu weet ik: je moet gaan als het stilvalt, of wat meer bovenaan een klimmetje.”

Amber Kraak, die vroeger geroeid heeft, tijdens de tijdrit van de Tour de France. „Bij het roeien heb je echt maar één doel: de Spelen. In het wielrennen heb je een superbelangrijk wereldkampioenschap, een Tour, een Giro. Ik vind dit leuker.”

Kraak had naar eigen zeggen „anderhalf jaar” nodig om zich écht wielrenner te voelen. Ze herinnert zich een podiumplek in een wedstrijd in Frankrijk, eind 2022. „Toen wist ik: ‘ik kan wel wat!”. De beleving van de sport is heel anders, zegt ze: „Bij het roeien heb je echt maar één doel: de Spelen. Die zijn eens in de vier jaar. In het wielrennen heb je een superbelangrijk wereldkampioenschap, een Tour, een Giro. Ik vind dit leuker.” Hetzelfde geldt voor Jansen: „Bij schaatsen heb je drie belangrijke wedstrijden in het jaar. Bij wielrennen is iedere wedstrijd een nieuwe kans. Het is ook meer een spelletje, je kan met mindere benen een uitslag rijden.” 

Prof worden

Voor Verhaeren is het aantal overstappers goed te verklaren. „Het is duidelijk dat het vrouwenwielrennen steeds populairder wordt. Met name de laatste vier à vijf jaar is de sport exponentieel gegroeid.” In die periode groeide de Tour de France Femmes uit tot de negendaagse koers die het nu is. Ook kwamen er regels voor onder meer minimumsalarissen in het vrouwenpeloton. „In vergelijking met veel olympische sporten kun je ook echt prof worden en geld verdienen met wielrennen. Dat vergemakkelijkt de overstap.”

Bij de mannen is zo’n carrièreswitch inmiddels haast onmogelijk. Hoewel veel renners in hun jeugd ook andere sporten hebben gedaan, deden ze ook al aan koersen. Een bredere basis in de jeugd eerder regel dan uitzondering is, rijden de meeste profs al sinds hun jeugd wedstrijden. Een van de weinige recente uitzonderingen is de Sloveense oud-schansspringer Primoz Roglic, die jarenlang uitkwam voor Jumbo-Visma en zijn voorlopers. Maar ook die overstap dateert alweer van ruim tien jaar geleden. Bij de mannen zijn de verschillen in prestaties tussen toppers en de onderkant van het peloton kleiner, zegt Verhaeren. „Het zal lastiger zijn om er als zij-instromer tussen te komen. Ook al kan het, denk ik, nog steeds.” 

Toch, zegt Jansen, „zal het lastiger worden om de overstap naar het vrouwenwielrennen te maken”. Het niveau neemt ieder jaar toe – in de top, maar ook in de breedte. Verhaeren: „Er komen steeds meer goede wielrensters. De prestatiedichtheid neemt toe, in een sneller tempo dan bij de mannen is gebeurd.”

Wielrennen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next