Begin niet over de impact van datacenters voordat je je eigen digitale troep hebt opgeruimd, is vaak het verwijt van bigtechbedrijven aan burgers. Maar wij hebben toch niet om de cloud gevraagd
Elke week een halfuurtje, elke maand een hele middag en elk jaar een echt grote schoonmaak van je inbox, vakantiefoto’s en apps op je telefoon. Ik kan geen zieldodendere manier bedenken om mijn verantwoordelijkheid als mens en burger te nemen. Toch is dat de tip van de Volkskrant voor een beter (digitaal) leven en een manier om de wildgroei van datacenters te voorkomen.
Begin niet over de impact van datacenters voordat je je eigen digitale troep hebt opgeruimd. Het is een sentiment dat blijkbaar diep zit. Een woordvoerder van datacentrumbouwer Pure DC beschuldigde Amsterdammers die in actie komen tegen de bouw van een nieuw hyperscale-datacentrum van hypocrisie omdat zij zelf ook op Instagram zitten. Het hoofdredactioneel commentaar van NRC vindt je medeplichtig als je urenlang Netflix kijkt en chatbots raadpleegt. En neem een kijkje in de comments van een willekeurige post die vraagtekens plaatst bij de maatschappelijke waarde van datacenters.
Over de auteur
Pieter Sellies is campaigner datacenters bij Fossielvrij.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De verantwoordelijkheid leggen bij individuele burgers, om zo hun eigen verantwoordelijkheid buiten zicht te houden, is een beproefde en effectieve tactiek van multinationals. Gekopieerd uit het draaiboek van de fossiele industrie en daarvoor van de tabaksindustrie probeert Big Tech het nu. Dat is niet gek, aangezien één datacentrum van Microsoft 1 procent van alle stroom in Nederland verbruikt, er honderden miljoenen liters drinkwater nodig zijn om al die computertorens te koelen en steeds meer mensen worden geconfronteerd met grote, lelijke blokkendozen in hun wijk of dorp.
Heeft de exponentiële groei van datacenters überhaupt iets te maken met ons internetgebruik of onze filmpjes in de cloud? Om die vraag te beantwoorden is het belangrijk om het verschil te begrijpen tussen datacenters die data opslaan en datacenters die speciaal zijn ontworpen om AI-modellen te trainen. Voor opslag zijn vooral CPU’s (centrale verwerkingsunits) nodig, chips die complexe taken achter elkaar kunnen uitvoeren zoals het draaien van besturingssystemen of apps. Om AI-modellen te trainen zijn juist heel veel berekeningen tegelijk nodig. Daar zijn GPU’s (videokaarten) geschikter voor, en het zijn precies deze chips en berekeningen die een grote aanslag doen op ons energieverbruik: tien keer zoveel als CPU-servers.
Datacenters voor AI lijken dus eigenlijk meer op supercomputers dan op een harde schijf waar data wordt opgeslagen. Het zijn juist deze supercomputers die overal uit de grond gestampt worden. Een paar techbedrijven zijn verwikkeld in een megalomane race om als eerste AI te ontwikkelen. Die race naar AI, wat dat ook mag zijn, is veranderd in een wedloop om zo veel mogelijk datacenters te bouwen.
Allemaal gokken zij dat het bedrijf met de meeste rekenkracht om AI-modellen te trainen wint. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat Elon Musk binnen 120 dagen een supercomputer met honderdduizenden GPU’s bouwde in Memphis, inclusief 35 vervuilende gascentrales om de nodige energie te leveren.
Zelfs als je alleen kijkt naar dataopslag, is het onzinnig om de schuld bij de Instagram-scroller neer te leggen. In een datacentrum van Microsoft in Middenmeer bewaarde het Israëlische leger tot voor kort miljoenen uren aan afgetapte telefoongesprekken van Palestijnse mensen. Verder is er weinig bekend over het gebruik van datacentercapaciteit, omdat tech- en cloudbedrijven daar niets over prijs willen geven. Maar de marktanalyse en de voorbeelden die er wel zijn, wijzen erop dat zakelijke klanten eerder grootverbruikers van datacenters zijn dan burgers. Als dat niet zo is, kijken wij natuurlijk uit naar de eerste keer dat techbedrijven deze informatie met ons willen delen.
De meeste datacenters worden gebouwd voor AI-modellen en, voor zover digitale troep wordt bewaard, is het waarschijnlijk niet mijn troep. Maar wat betreft de vraag of datacenters mijn schuld of verantwoordelijkheid zijn, wil ik als laatste benadrukken dat ik, en volgens mij niemand om mij heen, echt actief ‘ja’ heeft gezegd tegen de cloud. Als tiener bewaarde ik mijn foto’s gewoon op mijn laptop en als die vol was zette ik ze over op een harde schijf.
Opslag in de cloud was een oplossing waarmee Apple en Google ons een abonnement konden verkopen waar wij nooit meer vanaf zouden willen. Clouddiensten worden ons opgedrongen, niet door ons geliefd. Dat het niet bevalt, zie je ook terug in alle jongeren die weer rondlopen met een oude camera, platen kopen om thuis in hun eigen kast te bewaren, en in mijn huis waar zelfs weer een dvd-speler staat.
Dus maak jij je zorgen over de explosie aan datacenters, maar hoop je net als ik dat onze verantwoordelijkheid nemen plezieriger kan zijn dan wekelijkse cloudcorvee? Ga in gesprek met je buren over de gevolgen van datacenters, richt een groep op die in actie komt en sluit je aan bij de meer dan 15 duizend mensen die afgelopen week een petitie tegen nieuwe datacenters hebben ondertekend.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant