In Warschau wordt zeven dagen per week gewerkt aan het blootleggen van een miljoenen jaren oude mastodonsaurus. Mensen uit alle hoeken van de samenleving helpen mee: jong en oud, van scholieren tot boekhouders. ‘Vooral tandartsen zijn erg getalenteerd.’
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Zelfs 240 miljoen jaar nadat deze mastodonsaurus zijn laatste adem heeft uitgeblazen, geeft het krokodilachtige wezen zijn geheimen niet zomaar prijs. Uitgerust met grijze stofjassen, mondkapjes en pneumatische beitels buigen vrijwilligers zich over de tafel waarop het prehistorische gevaarte ligt, in een hoek van het Wetenschapscentrum Kopernik. Onder het gezoem van de beiteltjes bikken ze langzaam het steen weg dat de botten omhult. Stukje bij beetje komt de ruggengraat van de 2,5 meter lange amfibie tevoorschijn.
Het is een monsterklus. Kopernik, een groot natuur- en techniekmuseum, vraagt daarom om hulp. Iedereen ouder dan 15 kan zich aanmelden om twee uurtjes de mastodonsaurus onder handen te nemen. Sinds het project afgelopen najaar begon, hebben tweeduizend vrijwilligers zich gemeld. Het is een ‘win-winsituatie’, zegt woordvoerder Katarzyna Nowicka over het onorthodoxe project. ‘Voor de wetenschappers – anders zou het prepareren jaren duren – en voor het publiek. Dit maakt wetenschap tastbaar.’
Het is een lome namiddag in de Poolse hoofdstad, het glazen vertrek met de mastodonsaurus biedt uitzicht op de boulevard langs de Wisla, waar zomers geklede hoofdstadbewoners flaneren en rolschaatsen. Maar leerkracht Monika Wojciechowska (42) en haar dochter Emili (15) buigen zich over de prehistorische resten. ‘Waarom zouden we het niet eens proberen?’, zegt Wojciechowska. ‘Ik vind het geweldig. Het is ook fijn dat je iets kunt doen voor de wetenschap, al is het een kleine inzet van onze kant. Want laten we eerlijk zijn: een paar uur is niets.’
Toch maken vele handen licht werk, al zijn de vorderingen per sessie soms niet meer dan een vierkante centimeter. Een half jaar geleden lag hier nog een solide rotsblok op tafel. Bij het museum, dat de mastodonsaurus zal tentoonstellen, denken ze eind dit jaar klaar te zijn. ‘Het is alsof je een kind ziet opgroeien: als je even niet kijkt verandert er heel veel. Ik ben net drie weken weggeweest en zie duidelijke vorderingen’, zegt Ala Biedulska (19), eerstejaarsstudent geologie aan de Universiteit van Warschau. Ze werkt voor het project als fossielpreparatietechnicus en begeleidt vrijwilligers.
De vier vrijwilligers van deze middag zijn er voor het eerst, dus Biedulska steekt van wal met een introductie. De mastodonsaurus, wat zoveel betekent als melktandhagedis, is ouder dan de dinosauriërs. Deze reuzenamfibieën konden tot 6 meter lang worden en leefden in de periode die het Midden-Trias heet, 247- tot 237 miljoen jaar geleden. Het zuiden van Polen was destijds een ondiepe zee. Deze mastodonsaurus, de eerste in Polen, werd in 2022 gevonden in een oude steengroeve bij het plaatsje Miedary. Het bleek een prehistorische schatkamer met in totaal duizend botten van uitgestorven dieren.
Volgens de onderzoekers is dit het meest complete exemplaar dat tot nu toe is gevonden. Desondanks ontbreekt het hoofd. ‘Een schedel is charismatisch’, zegt Biedulska, ‘maar hier hebben we voor het eerst een vrijwel volledige ruggengraat. Dat levert veel nieuwe inzichten op. Bovendien: in de regel vind je alleen een paar losse botten.’ Dan volgt een korte oefensessie met de beiteltjes. Biedulska moedigt de vrijwilligers met aanstekelijk enthousiasme aan. ‘Juist, van je af bewegen. Goed zo.’
Is het wel verstandig om een leger amateurs los te laten op een miljoenen jaren oud skelet? ‘Er gaat weleens iets kapot’, zegt Biedulska. ‘Maar we hebben lijm. Het belangrijkste is dat we afgebroken stukjes niet kwijtraken. Dan valt er niets te lijmen.’ Met het blote oog laat bot zich lastig onderscheiden van steen, maar daarvoor krijgt iedereen een uv-lampje dat het verschil toont. Biedulska, vrolijk: ‘Je zou in principe ook bot van steen kunnen onderscheiden door eraan te likken, maar dat raden we af.’
Een deel van de vrijwilligers komt regelmatig terug. Sommigen zijn inmiddels echte veteranen. ‘Zij hebben tussen de zestig en honderd uur ervaring. Dan kun je ze vragen om moeilijkere stukken te doen.’ Biedulska ziet mensen uit alle hoeken van de samenleving, jong en oud, van scholieren tot boekhouders. ‘Vooral tandartsen zijn erg getalenteerd.’
Als begeleider kiest ze de plekken waar vrijwilligers mogen beitelen. Wie onervaren is, zoals de ploeg van vandaag, krijgt een stukje aangewezen waar de kans op brokken klein is. ‘Naarmate het geraamte meer bloot komt te liggen, wordt dit lastiger. Maar de baten wegen op tegen de kosten.’
Het museum wil in de toekomst meer doen met burgerwetenschap, zegt woordvoerder Nowicka. ‘We wilden beginnen met iets groots. Straks hebben wij een prachtige mastodonsaurus en kunnen al die vrijwilligers zeggen: dit hebben we samen gedaan.’ Burgers op deze manier betrekken is goed voor de geloofwaardigheid van wetenschap, denkt Nowicka. ‘Er is zoveel wantrouwen.’ Of ongeloof, blijkt uit de bezoekuren eerder op de dag, als een museumbezoeker Biedulska met verbazing vraagt of het skelet echt is.
Tijd voor pauze: het is ‘echt hard werken’, zegt een van de vrijwilligers. De 15-jarige Emili is enthousiast. ‘Ik hou wel van precieze klusjes en het is heel interessant om op deze manier aan wetenschap te kunnen doen.’ Haar moeder Monika beaamt dat. ‘Ik vind het geweldig. Het is onze eerste keer, maar zeker niet de laatste.’ Er is nog genoeg te doen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant