Alle verdragen om de kernbewapening enigszins te beheersen zijn inmiddels in de prullenbak verdwenen. Het lijkt alsof het besef van de ernst van een kernoorlog bij politici in diezelfde prullenbak is verdwenen.
81 jaar na de atoombommen op Hiroshima (6 augustus 1945) en Nagasaki (9 augustus 1945) is van de verschrikkingen daarvan nog niets geleerd. Het non-proliferatieverdrag trad in 1970 in werking. De bedoeling was het beperken van de verspreiding van kernwapens, het bevorderen van nucleaire ontwapening en het vreedzaam regelen van kernenergie.
Helaas heeft dat niet verhinderd dat het aantal kernmogendheden nadien van vijf naar negen is toegenomen. De vrees is reëel dat het daarbij niet zal blijven. Iran is al in staat uranium te verrijken, nodig voor de productie van een atoombom. Zeer recent hebben de VS en Saudi-Arabië een akkoord over nucleaire samenwerking gesloten. Wat zal dit akkoord waard zijn als Iran een kernwapen gaat ontwikkelen? Zal Saudi-Arabië dat onbeantwoord laten? Zullen landen als Egypte en Turkije dan achter willen blijven?
Over de auteur
Wil Verheggen is oud-huisarts en voormalig voorzitter van de NVMP-Artsen voor vrede.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Inmiddels zijn alle verdragen om de kernbewapening enigszins te beheersen in de prullenbak verdwenen. Het lijkt alsof het besef van de ernst van een kernoorlog bij politici eveneens in die prullenbak is verdwenen.
Beseft men bijvoorbeeld dat de hitte in de kern van een kernexplosie de temperatuur van de zon benadert? Je bent daar al verdampt voor je het weet. Beseft men dat bij een kleinschalige kernoorlog, waarbij slechts honderd tot 250 kernwapens worden ingezet, zo veel stof en rook in de atmosfeer terechtkomen dat het zonlicht wordt tegengehouden, met een temperatuurdaling van een paar graden tot gevolg en ingrijpende consequenties voor het leefklimaat en de oogsten op aarde?
Beseft men dat bij een totale, grootschalige kernoorlog miljoenen tonnen stof en rook in de atmosfeer terechtkomen, met temperatuurdalingen van ongeveer tien graden tot gevolg? Dit brengt vele miljarden mensen in levensgevaar omdat de leefbaarheid op aarde op grote schaal wordt aangetast.
Begin jaren tachtig werd wereldwijd gedemonstreerd tegen de atoombewapening. Ruim 500 duizend demonstranten kwamen bijeen in Amsterdam en Den Haag. Het was de tijd van de Koude Oorlog tussen oost en west, een periode waarin de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet-Unie verantwoordelijk waren voor de productie van 60 duizend kernwapens. Voor het eerst in de geschiedenis was de mensheid in staat de gehele wereld met oorlogsgeweld te vernietigen.
Dat besef en die diplomatie hebben ervoor gezorgd dat het aantal kernwapens werd verminderd. Naar schatting zijn er nu ruim 12 duizend kernwapens, maar de situatie is niet veiliger geworden. De kernwapens met hun afleversystemen worden door de kernwapenstaten op grote schaal gemoderniseerd. Ontwikkelingen als mini-nukes, hypersonische intercontinentale raketten en kunstmatige intelligentie maken de wereld niet veiliger. Killer robots schakelen menselijk handelen uit.
Ook de ontwikkeling van drones en nucleair aangedreven kruisraketten maakt het bezit van kernwapens gevaarlijker; sterker nog, doelbewust of onbedoeld gebruik is in de toekomst niet uit te sluiten. Politici lijken dit niet meer te beseffen. Met de huidige geopolitieke spanningen en de oorlogen waarbij kernmachten betrokken zijn, wordt de kans op het gebruik van kernwapens, zowel bedoeld als onbedoeld, groter. Een kernmacht die op conventioneel gebied een oorlog dreigt te verliezen, is gevaarlijker dan ooit.
Waar blijven nu de demonstraties? Waar is het besef bij politici van de mogelijkheid van een kernoorlog met alle menselijke gevolgen van dien? Het is de hoogste tijd voor een creatieve diplomatie van de-escalatie, dwars door alle bestaande geopolitieke spanningen heen. Er is geen andere keuze.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant