De helft van de Nederlanders heeft overgewicht. Toch krijgen fastfoodzaken van lokale overheden ruim baan. Dus moet de consument zelfbeheersing tonen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Dat de Nederlandse economie zich goed staande houdt, ondanks de oorlog in het Midden-Oosten, is mede te danken aan de bereidheid van consumenten om geld uit te geven in de horeca. Dit positieve bericht kent wel een schaduwkant, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): het aantal fastfoodzaken is in twintig jaar bijna verdubbeld.
Inmiddels telt Nederland meer snacktenten dan restaurants, een trend die lijkt door te zetten. Gemeenten leggen ze kennelijk nauwelijks een strobreed in de weg. Hierbij dienen wel twee kanttekeningen te worden geplaatst. Het aantal ‘gewone’ restaurants stijgt ook gestaag. En het CBS neemt zijn definitie heel ruim. Ook opa die zijn kleinkind op een ijsje trakteert, bezondigt zich volgens de statistici aan fastfood.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De populariteit van fastfood kan niemand verbazen. Iedereen die weleens door een binnenstad of over een boulevard loopt, zal het beeld herkennen: de helft van de mensen gaat etend over straat. Dat is een vrije keuze, maar niettemin is de ontwikkeling zorgelijk. Fastfood is vaak vet, wat leidt tot overgewicht, waaruit allerlei kwalen voortkomen. Gezondheidsschade is tevens maatschappelijke schade.
Opeenvolgende kabinetten hebben geprobeerd om in te grijpen in het eetgedrag van mensen. Volgens de Grondwet dient de overheid immers de volksgezondheid te bevorderen. Vers in het geheugen ligt nog het Nationaal Preventieakkoord, dat in november 2018 onder Rutte III tot stand kwam. Doel van dit polderoverleg was Nederland in 2040 gezonder te laten leven: meer preventie, minder zorg.
Het akkoord koos voor een aanpak op drie terreinen: roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht. Dit uiteenlopende drietal is verreweg de grootste oorzaak van ziektelast in Nederland, met 35 duizend doden en 9 miljard euro aan zorguitgaven per jaar. Daarbij zijn de gezondheidsverschillen tussen rijk en arm groot, benadrukte het akkoord: ‘Mensen met een lage opleiding en laag inkomen roken meer, hebben vaker problemen met overgewicht, bewegen te weinig en eten ongezonder.’
Met het ontmoedigen van roken zijn onmiskenbaar vorderingen gemaakt. Het aantal rokers daalt. Volgens cijfers van het Trimbos Instituut rookte in 2014 nog 25,7 procent van de volwassen bevolking, terwijl dat percentage in 2025 op 17,8 procent lag. De bordjes ‘rookvrije generatie’ hangen op elk sportveld. Helaas is vapen – vaak nog schadelijker dan een sigaret – als nieuw gevaar erbij gekomen.
Bij alcoholgebruik zette het akkoord vooral in op het tegengaan van drinken onder de 18 en het verminderen van het aantal overmatige en zware drinkers. Dat laatste lijkt enigszins te lukken. Bovendien is 0,0-bier populairder geworden dan in de tijd van Buckler nog voor mogelijk werd gehouden.
Overgewicht en obesitas zijn, na roken, de belangrijkste oorzaak van allerlei ziekten, zoals diabetes en hart- en vaataandoeningen. Het preventieakkoord waarschuwde dat het aantal mensen met overgewicht in 2040 zelfs op 62 procent zou kunnen liggen (nu rond de 50 procent). Het woord fastfood kwam in het akkoord niet voor, maar duidelijk is dat verantwoord eten volgens de Schijf van Vijf bijdraagt aan een gezond leven. Op z’n tijd een guilty pleasure moet kunnen, maar maat houden is hier absoluut geboden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant