Home

Seks in de kolonie: die beroemde VOC-mentaliteit was vooral een dirty mind

Koloniale geschiedenis Een dik nieuw boek van Lizzy van Leeuwen laat zien dat wat er in Indië in de slaapkamer gebeurde van minstens zo grote invloed was als de verwikkelingen op het slagveld.

Java, 1860: een gemengde familie van een Europeaan (3de van rechts) met een Indische vrouw (midden).

Lizzy van Leeuwen begint haar boek met een anekdote die maakt dat je meteen op het puntje van je leesstoel zit. De auteur vertelt over haar moeder Mien, kind van twee Indische ouders, die in 1946 met een repatriëringsschip in Nederland arriveert. Haar ouders zijn al voor de oorlog gescheiden, van haar vader mag ze niet bij haar moeder wonen. Na een half jaar overlijdt haar moeder plots aan astma. De avond voor de begrafenis slaapt Mien voor het eerst in het kamertje in het Haagse pension waar haar moeder woonde. Midden in de nacht staat de ‘heer des huizes’, een jonge vader, in zijn onderbroek in de kamer en begint seksuele avances te maken. Als Mien daar niet op ingaat, reageert hij verbaasd: „Ik dacht dat jullie dat altijd wilden”.

Lizzy van Leeuwen: Indehoy! Geschiedenis van seks in Indië 1602-1942. Walburg Pers, 448 blz. € 29,99

Als Mien een paar jaar later als au pair gaat werken in een Rijswijks tandartsengezin wordt ze eerst langs de huisarts gestuurd om te laten controleren of ze wel een ‘net meisje’ is. Het beeld was namelijk: Indische meisjes zijn seksbelust.

Een paar alinea’s verderop schrijft Lizzy van Leeuwen, antropoloog, jurist en ‘tweedegeneratie-Indo’: „Toen mijn moeder met mij over haar Haagse ervaringen sprak, voor de eerste keer, was ze tweeënnegentig jaar. Ik besloot die middag om eindelijk dit boek te schrijven.”

Dat boek is Indehoy! Geschiedenis van seks in Indië 1602-1942. Indehoy is modern Indonesisch en betekent ‘vrijen, liefde bedrijven’. Het komt vermoedelijk uit het Nederlands en verwijst naar „het aloude liefdesspel” in de hooiberg.

Indehoy! past in een trend: nadat er jarenlang vooral boeken verschenen over oorlogsgeweld in Nederlands-Indië is er de laatste tijd meer aandacht voor de maatschappelijke en culturele componenten van het kolonialisme. Al is de geschiedenis van seks in Indië vaak ook een verhaal over geweld. Lizzy van Leeuwen laat overtuigend zien: wat er in de slaapkamer gebeurde was van minstens zo grote invloed als de verwikkelingen op het slagveld. „In geen enkel ander door Europeanen gesticht wingewest zou zo’n grote volksmenging onbedoeld van de grond komen.”

Tot de opkomst van de stoomschepen en de opening van het Suezkanaal in 1869 waren het eeuwenlang vooral mannen die vanuit Europa naar de Oost reisden en zich daar vestigden. En dus ontstonden er relaties tussen Europese mannen en ‘inheemse’ vrouwen. In de beginjaren van de VOC waren die relaties soms verrassend gelijkwaardig, schrijft Lizzy van Leeuwen. Al voor de komst van Europeanen bestond aan de kusten van Zuidoost-Azië de traditie van het ‘tijdelijke huwelijk’. Vrouwen knoopten relaties aan met handelaren, in ruil voor geschenken en toegang tot elkaars netwerken. In heel Zuidoost-Azië namen vrouwen vaak de detailhandel voor hun rekening.

Van Leeuwen citeert zeevaarder Jacob van Neck die in zijn reisjournaal uit 1604 over de tijdelijke huwelijken van Javaanse handelaren met vrouwen op het Molukse eiland Banda tijdens het nootmuskaatseizoen opmerkt „dat echtelijke trouw en goede harmonie in zulke relaties de norm zijn”. „Wanneer hij wil vertrekken geeft hij haar het bedrag dat was afgesproken, en nemen ze afscheid in vriendschap, en zij kan uitkijken naar een andere man als ze dat zelf wil, in alle fatsoen, zonder schandaal.”

Multatuli

Tijdens het gouverneurschap van Jan Pieterszoon Coen, die in 1619 Batavia stichtte, deed de VOC verwoede pogingen vrouwen vanuit de Republiek naar de Oost te sturen. Dat was weinig succesvol. Aziatische vrouwen werden ‘klimaatbestendiger’ geacht. En dus is de rode lijn in het verhaal dat Europese mannen eeuwenlang relaties aangingen met Aziatische vrouwen, als slaafgemaakte of njai (concubine). Later werd ook wel gesproken van nonna’s; soldaten van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger hadden een moentji. De termen varieerden, maar in de basis kwam het steeds op hetzelfde neer: vrouwen waren gebruiksvoorwerpen die dienden voor mannelijk genot en makkelijk afgedankt konden worden of ingeruild voor een jonger exemplaar. In de inleiding van haar boek vat de auteur het bondig samen: „De veelgeroemde VOC-mentaliteit blijkt dus grotendeels op een dirtymind te hebben berust.”

Lizzy van Leeuwen heeft ervoor gekozen zich te onthouden van al te veel morele oordelen – dat zou waarschijnlijk ook eentonig zijn geweest. Dat neemt niet weg dat je als 21ste-eeuwse lezer af en toe toch buikpijn krijgt, bijvoorbeeld bij het lezen van een passage over Multatuli. Die verwierf dankzij de Max Havelaar een reputatie als iemand die zich verzette tegen uitbuiting van de lokale bevolking. Maar hij was volgens Van Leeuwen ook één van de vele gouvernementsambtenaren „die zich gerechtigd voelden seksueel van meisjes en vrouwen uit de binnenlanden te profiteren”. Als civiele gezaghebber van Natal op Noord-Sumatra maakte hij in 1842 tijdens een inspectietocht kennis met de Atjehse vorst Keteh en zijn dertienjarige dochter Si Oepi. „Na afloop van de tocht vroeg Multatuli aan de vorst of hij Si Oepi mee naar zijn huis mocht nemen als zijn njai. Dat mocht. Toen hij een tijd later krap kwam te zitten werd het meisje weer naar haar vader teruggestuurd.”

Lizzy van Leeuwen wil veel vertellen, vandaar dat ze meer dan vierhonderd bladzijden nodig heeft. Het onderwerp verdient dat ook zeker. Maar helaas mist het boek de spanningsboog die een werk van deze omvang wel nodig heeft. Van Leeuwen vertelt haar verhaal chronologisch, aan de hand van egodocumenten, rechtbankverslagen en romans en dat doet ze nogal uitputtend. Daarom is het meer een (nuttig) naslagwerk dan een lekker leesboek. Zo veelbelovend als het verhaal begint, zo abrupt eindigt het ook.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next