Demissionair minister van Sociale Zaken Mariëlle Paul (VVD) wachtte bewust tot na de Kamerverkiezingen met bekendmaking van een omstreden besluit over de positie van arbeidsmigranten. In een debat ontkende ze nog dat de verkiezingen een rol speelden bij de timing.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.
Dat blijkt uit ambtelijke documenten en interne communicatie die het ministerie van Sociale Zaken onder meer aan de Volkskrant heeft verstrekt na een beroep op de Wet open overheid (Woo).
Het besluit van Paul leidde eind vorig jaar al tot grote verbazing in de Tweede Kamer. Een dag na de verkiezingen maakte zij in een brief aan de Tweede Kamer ogenschijnlijk uit het niets bekend een plan terug te draaien van haar voorganger Eddy van Hijum, en dus van haar eigen kabinet.
Van Hijum had besloten om een streep te zetten door de regeling die werkgevers in staat stelt om loon in te houden in ruil voor huisvesting. Het zou arbeidsmigranten afhankelijk maken van hun werkgevers en misbruik in de hand werken. Bovendien zou de regeling als verdienmodel worden gebruikt door werkgevers die te veel geld vroegen voor simpele woonruimte.
In de Tweede Kamer was er een ruime meerderheid voor Van Hijums aanpak, maar toch besloot Paul eigenhandig om die niet door te zetten. De toenmalige demissionaire minister van Sociale Zaken kwam met een ‘eigen politieke weging’, die dus anders uitviel. Paul kon zich in grote lijnen wel vinden in de beweegredenen van haar voorganger, maar vond het tegelijk een groot risico om de regeling af te schaffen. Daardoor zou volgens haar de controle op de kwaliteit van woonruimte verdwijnen.
Niet alleen de plotselinge draai leidde in de Tweede Kamer tot verbazing, maar ook de timing van Pauls besluit. Uit een notitie bleek dat ze het besluit al in september had genomen, ruim voor de bekendmaking ervan op 30 oktober. Een deel van de Kamer wilde daarom weten of Paul bewust een omstreden besluit over de verkiezingen heen wilde tillen om te voorkomen dat het haar eigen partij in de weg zou zitten.
De minister ontkende dat. Volgens haar was het overmacht dat de brief pas na de verkiezingen werd verstuurd. Er moest onder meer nog ambtelijke afstemming plaatsvinden.
Maar uit de interne documenten en communicatie in handen van de Volkskrant blijkt dat Paul haar besluit wel degelijk pas ná de Kamerverkiezingen wilde publiceren. Bovendien blijkt dat ambtenaren al eerder klaar waren om de informatie met de Kamer te delen en er onderling op aandrongen om op tijd over het besluit te communiceren.
Al op 24 september wordt in een ambtelijke mail gevraagd of iemand aan de slag gaat met ‘het briefje naar de Kamer’ over het besluit. ‘Dit moet ook op korte termijn aan de Kamer gemeld worden’, schrijft een ambtenaar ook al op 2 oktober in een interne mail. ‘Maar we kijken of we dit kunnen meenemen in een andere brief.’
In appverkeer op 7 en 9 oktober tussen ambtenaren wordt al druk gesproken over het versturen van de Kamerbrief. Ondanks een gewijzigde passage is de ‘vertraging minimaal’ voor de brief, schrijft een van de ambtenaren. Ook blijkt dat er een tekst over het besluit is voorgelegd aan de minister. Later, op 13 oktober, vraagt een van de ambtenaren of er al nieuws is over de Kamerbrief. Maar op dat moment is er nog altijd ‘geen witte rook’, zo schrijft de collega terug.
Op 20 oktober mailt een ambtenaar dat de minister heeft ‘besloten om de brief pas na de verkiezingen te verzenden. We komen er dan op terug’. Ook een dag later blijkt uit een andere mail dat Paul de bekendmaking van haar besluit bewust over de verkiezingen heen wil tillen. ‘De minister wil wachten tot na de verkiezingen met communiceren’, mailt een ambtenaar.
Ambtenaren zelf zijn wel doordrongen van de noodzaak om de brief snel te versturen. Zo wijst een ambtenaar erop dat de brief nog voor 1 november moet worden verstuurd om te voldoen aan de toezegging aan de Tweede Kamer. Voor werkgevers is het beter dat ze de brief snel versturen. Bedrijven moeten immers weten dat de regeling per 1 januari toch niet verandert. ‘Werkgevers zijn daar op dit moment nog niet op voorbereid’, schrijft een ambtenaar op 27 oktober.
Toch duurt het daarna nog drie dagen voor de brief daadwerkelijk, na verkiezingsdag, wordt verstuurd. In de verkiezingscampagne is het uiteindelijk nooit over de kwestie rond het inhouden van loon van arbeidsmigranten gegaan.
Met medewerking van Thom Canters.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant