Solidariteit vraagt niet dat we allemaal hetzelfde woord gebruiken. Wel dat we elkaar niet laten vallen, stelt Ricardo Brouwer.
Tijdens Pride Month verschenen in de Verenigde Staten twee opvallend vergelijkbare opiniestukken. De auteurs schreven dat zij gay zijn, maar niet queer. Gay is volgens hen een seksuele oriëntatie; queer zou steeds meer staan voor een politieke overtuiging. Gay Times reageerde fel: wie gay is, ís queer. Of je dat woord zelf nu gebruikt of niet.
Die discussie bleef niet aan de andere kant van de oceaan. Tijdens Pride in Amsterdam stond ik tussen de muziek, vlaggen en feestende mensen toen een man vlak achter me tegen een ander zei: ‘Maar ik ben homo, helemaal geen queer. Ga weg met dat queer.’ Ik hoorde die woorden die dag vaker. Ook van lesbische vrouwen. Dat zette me aan het denken, juist omdat ik queer zelf wél gebruik.
Over de auteur
Ricardo Brouwer is voorzitter van COC Midden-Gelderland.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ik begrijp de achterdocht tegenover zulke uitspraken. ‘Ik ben gay, niet queer’ is niet altijd alleen een persoonlijke voorkeur. Soms klinkt daarin afstand door tegenover trans personen, non-binaire personen en bi+ mensen. Alsof er keurige homo’s en lesbiennes zijn die gewoon willen trouwen, werken en belasting betalen, en daarnaast een radicale rest die de samenleving provoceert.
Dat is oude wijn in een regenboogfles.
Onze geschiedenis kent genoeg mensen die acceptatie probeerden te verdienen door anderen onder de bus te duwen: wees niet bang voor ons, wij zijn bijna zoals jullie. Maar vrijheid die afhangt van hoe normaal of ongevaarlijk we ons gedragen, is broos.
Toch schuurt ook het omgekeerde: de stelling dat iedereen die gay is automatisch queer zou zijn. We kunnen moeilijk van de samenleving eisen dat mensen zelf mogen bepalen wie ze zijn om vervolgens binnen onze eigen gemeenschap voor te schrijven welk woord daarbij hoort. Zelfbeschikking gaat ook over taal.
Ik noem mezelf homo én queer. Queer drukt voor mij iets uit wat homo niet helemaal vangt: verbondenheid met een bredere gemeenschap en het besef dat onze vrijheden samenhangen. Het biedt ruimte aan mensen voor wie traditionele categorieën te nauw voelen en stelt de vraag wie eigenlijk bepaalt wat normaal of respectabel is.
Maar wat voor mij als ruimte voelt, kan voor een ander beladen zijn. Queer is jarenlang gebruikt om mensen uit te schelden en te vernederen. Sommigen hebben het woord met trots teruggepakt. Anderen horen er nog altijd de pesterijen van vroeger in.
Dat herken ik. Kort geleden werd ik op straat uitgescholden voor ‘vieze homo’. Op zo’n moment is homo geen woord dat ik zelf kies, maar een wapen dat iemand naar mijn hoofd slingert. Toch noem ik mezelf met trots homo. Dat woord is ook van mij. Maar ik kan niet voor een ander bepalen welk woord diegene moet heroveren.
Belangrijker dan het label is wat iemand ermee wil zeggen. Je kunt jezelf uitsluitend homo of lesbisch noemen en pal naast trans personen en non-binaire personen staan. ‘Gay, niet queer’ kan óók betekenen dat bepaalde mensen niet welkom zijn. Dan gaat het niet meer over identiteit, maar over uitsluiting.
Andersom is queer geen keurmerk voor inclusiviteit. Ook in queer omgevingen bestaan racisme, transfobie en andere vormen van uitsluiting. Een woord zegt iets; gedrag zegt meer. Kijk naar wat iemand doet wanneer solidariteit iets begint te kosten. Wie krijgt dan ruimte? Wie wordt verdedigd? En wie wordt als eerste losgelaten?
Wie zichzelf niet queer noemt, hoeft queer identiteit niet weg te zetten als een hype of bedreiging. Wie het woord wel gebruikt, moet ruimte laten voor mensen die zich er niet in herkennen.
Ik gebruik queer graag, omdat het voor mij verbinding uitdrukt, ook met mensen die andere woorden kiezen.
Noem mij homo, gay of queer. Kies de woorden waarin jij jezelf herkent. Onze gemeenschap wordt niet bijeengehouden door één label, maar door de keuze om voor elkaars vrijheid op te komen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant