Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van de EK zwemmen, zeven dilemma’s voor olympisch kampioen Femke Heemskerk, tegenwoordig teammanager van de Nederlandse ploeg.
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Bad of boek?
‘Nooit meer zwemmen of nooit meer lezen? Met het bad maak je je hoofd leeg, met een boek stop je er wat in. Dan, denk ik, nooit meer een bad. Of nee, het voelt bijna als verraad om dat te zeggen. Dan nooit meer een boek?
‘Ik hou al sinds mijn jeugd heel erg van lezen. Ik las ook altijd tijdens wedstrijden: op mijn hotelkamer, in de bus naar het zwembad. Ik lees van alles en nog wat, van de biografie over de uil tot Proust tot Lieke Marsman. Een boek brengt een andere wereld. Een boek prikkelt, maar geeft ook ontspanning. Ik mis het als ik even niet kan lezen. Maar het zwemmen heb ik ook nodig.
‘Rond mijn 6de begon ik. Vanaf mijn 13de ging ik fanatieker zwemmen. En eind 2021, op mijn 34ste, stopte ik met topsport. Ik zwom nog persoonlijke records, maar de zin om te trainen nam af – wat ik al die andere jaren nooit had gehad.
‘Ik bleef wel een liefhebber van de sport: een week na de Spelen van Tokio lag ik weer in het Flevoparkbad. Nu zwem ik gemiddeld een paar keer per week. Liefst buiten, dan ben je met twee elementen én in je lichaam. Je kunt over alles nadenken. Er is geen muziek, geen afleiding, het is een soort meditatie. Zwemmen is even tot stilstand komen, terwijl je in beweging bent. Dat is precies goed voor mij.
‘Als ik een seizoenskaart koop voor het Flevoparkbad, hier vlakbij in Amsterdam, is dat voor mij een van de gelukkigste dagen van het jaar. Nee, bij dit dilemma kan ik echt niet kiezen.’
Lastige topsporters of lastige klanten?
‘Als een klant in de boekwinkel onaardig doet, simpelweg omdat ik iets niet versta of niet op voorraad heb, dan voelt dat onrechtvaardig. Wat dat betreft begrijp ik lastige topsporters beter. Ik kan zien waar ze vandaan komen: dat ze in een stressvolle situatie zitten omdat ze bijvoorbeeld een rottraining hadden en zich zorgen maken.
‘In november 2022 ben ik begonnen met de opleiding haptotherapie en inmiddels zit ik in mijn afstudeerfase. Alles is perfect: op freelancebasis ga ik twee keer per jaar met de nationale ploeg mee, ik bouw een therapiepraktijk op waar ik straks zo’n drie dagen in de week in wil werken, en ik werk in de boekhandel.
‘Heel even dacht ik erover om dat laatste straks te laten vallen, maar dat wil ik niet. Ik vind het heerlijk in de winkel. Ik sta in de kroeg, waar ik geen bier verkoop, maar boeken. Ik ben gehecht aan mijn vaste klanten, drie keer per week komen er nieuwe boeken binnen, die allemaal door mijn handen gaan.
‘Ook van haptonomie word ik blij. Ik zou willen dat ik het eerder had ontdekt dan in de laatste periode van mijn topsportcarrière. Het is zo belangrijk om verbinding met je lichaam te hebben en te luisteren naar wat je lichaam vertelt.
‘Sinds augustus vorig jaar ben ik teammanager. Ik zorg voor de sporters en doe een soort productiewerk. Ik ga klagen als de bussen niet op tijd van het hotel naar het zwembad rijden. En ik sta tijdens wedstrijden in de catacomben op plekken waar ik soms nog net even iets kan zeggen om een sporter te helpen. Dat vind ik het allerleukst.’
Kroegkind of zwemkind?
‘Ik ben geboren en getogen boven de kroeg van mijn ouders in Roelofarendsveen. Ik ben een kroegkind, daardoor kan ik flexibel zijn. Interactie met mensen vind ik leuk. Bij lastige klanten denk ik, net als bij een chagrijnige leraar vroeger: kijken of ik hun gemoed om kan turnen.
‘Op zondag om 13.00 uur kwamen er volwassen mannen – allemaal hadden ze bijnamen – voor ‘de vergadering’. Gingen zij het weekend bespreken en stond ik daar als tiener bier te tappen. Heel grappig. Maar een kroegtijger ben ik niet, dan ga ik liever ergens dansen, al doe ik dat ook niet vaak.
‘Het zwemmen was de tegenhanger van de kroeg. Er was vroeger, doordat het druk was, weinig aandacht voor mijn zus, broer en mij. Het zwemmen werd een plek waar ik kon denken: o, ik kan dit. Ik kon mezelf laten zien. Wat spannend was – ik was eigenlijk een heel onzeker kind – maar dit ging in een soort anonimiteit: het ging niet om mij, maar om mijn prestaties.
‘Ik heb de zwemsport gebruikt om me te ontwikkelen. Ik heb er veel aan te danken. Nog steeds is het iets waarop ik kan terugvallen. Of je je nu slecht of goed voelt: als je gaat zwemmen, kom je altijd beter het water uit.’
Olympisch goud, of individueel WK-goud?
‘De medaille die ik uit het vuur zou halen als mijn huis in de fik staat, is het olympisch goud met de estafette van Beijing in 2008. Het was mijn eerste Spelen, ik was onbevangen. Die ervaring werd echt iets magisch. Ik weet nog dat ik bij het startblok stond, met voor me Ranomi Kromowidjojo, en achter me Marleen Veldhuis. En ik voelde, zoals dat vroeger ook met gym kon gaan: wij hebben het beste team.
‘Olympisch goud heeft een bepaald gewicht. Ik krijg er geen baan mee, absoluut niet, maar het telt qua aanzien anders dan een wereldtitel. Al was die wereldtitel op de kortebaan op de 100 meter vrij voor mij een overwinning op mezelf. In aanloop naar dat WK in 2014 had ik zo hard gewerkt op mentaal vlak. Ik moest leren om voor mezelf op te komen, om te voelen: ik mag ook ruimte innemen.
‘Ik vond het altijd veel makkelijker om te geven aan anderen. Daarom was de estafette zo fijn: ik gaf alles. Maar je moet ook aan jezelf kunnen geven als je een prestatie wilt leveren. Nog steeds zou ik een betere estafettezwemmer zijn dan individuele zwemmer. Al lijk ik mezelf met die opmerking tekort te doen, maar het ligt nou eenmaal dichter bij mijn natuur. Als teammanager geldt ook: als het een ander helpt dat ik tien keer voor hem of haar heen en weer loop, vind ik dat alleen maar leuk.’
Ranomi Kromowidjojo of Marleen Veldhuis?
‘Poeh. Ik bewonder ze allebei op hun eigen manier. Met Marleen heb ik nooit strijd gehad, ondanks dat we dezelfde afstanden zwommen, met Ranomi wel. Marleen en ik lijken iets meer op elkaar. We waren roomies. Wij hadden die verbinding vanaf het begin. Met Ranomi moest dat groeien.
‘Maar ik wist ook toen ik stopte: met Ranomi houd ik contact. We zijn met elkaar opgegroeid, ik weet wat ik aan haar heb. Toen haar dochter Livia was geboren en ik haar in mijn armen had, vond ik dat zo’n ontroerend moment.’
Topsport toen of nu?
‘Het kneuterige van de tijd waarin ik begon heeft z’n charme. Een van mijn eerste trainingsstages was in het Franse Font-Romeu. Met de jeugd, waar ik bij zat, deelden we de locatie met de seniorengroep. Wij moesten van 6.00 uur tot 8.00 uur trainen, de senioren de twee uur daarna.
‘Rond 6.00 uur liepen we in het donker de trappen af; de liften deden het nog niet. Het buffet was nog niet open, dus we hadden de avond ervoor tijdens het diner broodjes in een bevochtigd servetje gestopt, zodat het ’s ochtends nog te eten was. Soms kwam je er dan achter dat je je servetje net niet vochtig genoeg had gemaakt, of juist te nat.
‘De jeugd die nu op trainingsstage gaat, stapt gelijk in een perfecte omgeving. Wij konden nog ergens naartoe groeien. Nu wordt alles geanalyseerd, wat goed is, maar ik vind het belangrijk dat een sporter niet vergeet om ook te voelen. Ik haat triatleten die zich blindstaren op al die klokjes. Ze voelen niet wat een 1 minuut 10 op de 100 meter is. Weten hoe een bepaalde snelheid voelt, kan je helpen bij je indeling.’
Nederlands record in bezit, of afstaan?
‘Het is heel leuk om het nationaal record op de 100 meter vrije slag (Heemskerk zwom in 2015 naar 52,69 op het koningsnummer in het zwemmen, red.) in bezit te hebben. Maar ik was ook de eerste die Marrit Steenbergen en haar coach Patrick Pearson appte toen zij twee jaar geleden mijn record verbrak. Ik vond het echt geweldig dat het haar lukte.
‘Nu zwemt ze in de 51 seconden en brak ze laatst het wereldrecord. Marrit is technisch zo begaafd, dat is niet normaal. Maar ze heeft ook een zware periode gehad, jaren waarin het niet lekker ging. Ze had kunnen stoppen. Dat ze ergens in zichzelf toch iets heeft gevonden waardoor ze nu haar potentie benut en plezier heeft, daar geniet ik van.
‘Ik heb nog een nationaal record staan: de 200 meter vrij langebaan. Maar als Marrit die afstand een keer zwemt, is-ie voor haar.’
1987 Geboren in Roelofarendsveen
2005Debuut op hoogste internationale niveau
2008Olympisch goud op de 4x100 meter vrije slag
2014Goud 100 meter vrije slag, WK kortebaan
2014Nederlands record op de 200 meter wisselslag (2.10,21)
2015Nederlands record op de 100 en 200 meter vrije slag (52,69 en 1.54,68)
2021Goud 100 meter vrije slag EK langebaan
2021Beëindiging topsportcarrière
2022Begonnen bij Athenaeum Boekhandel in Amsterdam
2022Begonnen aan opleiding haptotherapie
2025Aangesteld als teammanager van de nationale zwembond (contract tot oktober 2028)
Femke Heemskerk woont samen met schrijver Maartje Wortel in Amsterdam
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant