Home

‘Bijna alle bedden voor mogelijk besmette patiënten in de stad liggen al vol’

In de Congolese stad Beni neemt het aantal ebolabesmettingen snel toe. Medisch coördinator Ronald Kremer voelt de stress dat het behandelcentrum open moet en gaat zelf aan de slag met de apotheek. ‘Het is alsof het virus ons langzaam insluit.’

is buitenlandredacteur van de Volkskrant.

Ik ben vannacht lang wakker geweest omdat we enorm onweer hadden. Het knetterde echt en de regen kwam met bakken uit de hemel. Die stortbuien maken de bouw van het ebolacentrum soms onmogelijk. Toen we daar om 7 uur ’s ochtends aankwamen, was het een soort bouwput in de klei. Mijn voeten zonken weg.

We hebben flink vertraging opgelopen. Ik voel stress dat het centrum open moet. In de omliggende gezondheidsregio’s stijgt het aantal nieuwe besmettingen de laatste weken heel snel. Het is alsof het virus ons langzaam insluit. Vorige week werden ook in Beni ineens zeven mensen positief getest binnen één dag. Bijna alle bedden in het ziekenhuis en in de gezondheidscentra van de stad voor mogelijk besmette patiënten liggen al vol. Ik ben hier pas één andere hulporganisatie tegengekomen, het International Medical Corps, die het lokale ziekenhuis ondersteunt.

Verpleegkundige en medisch coördinator Ronald Kremer (64) doet deze zomer voor de Volkskrant verslag vanuit een ebolakliniek van Artsen zonder Grenzen in de stad Beni in de Democratische Republiek Congo.

Niet ver van het hotel waar we verblijven, staat een klein gezondheidscentrum. Achterop het terrein, in een gebouwtje waar normaal patiënten met malaria of een longontsteking worden opgenomen, zijn zes isolatiekamers ingericht. Twee mensen in beschermende kleding namen bloed af bij een vrouw om haar op ebola te laten testen. Er lag een kindje dat een infuus kreeg en erg moest huilen. De verpleegkundige vertelde dat het uitgedroogd was.

Ik zag ook twintig vrouwen die voor zwangerschapscontrole kwamen. Ik moest controleren of de ebola-activiteiten veilig verlopen, maar ik was vooral heel blij om te zien dat die vrouwen zich niet door de uitbraak laten afschrikken om naar de kliniek te komen. Artsen zonder Grenzen steunt het centrum ook met medicatie en materialen voor de reguliere zorg, omdat het heel belangrijk is dat die door blijft gaan. Er gaan nog steeds meer mensen dood aan malaria en aan complicaties bij een bevalling dan aan ebola.

Ik heb samen met Marius, een arts, Ahmed, een apotheker, en zes dagwerkers de apotheek van het ebolacentrum gebouwd. Eigenlijk is het mijn werk niet om mee te bouwen, maar voor mijn gevoel heeft dat nu de hoogste prioriteit. De dagwerkers komen allemaal uit Beni. Elke ochtend staan er massa’s mensen bij de poort van het centrum, die hopen die dag wat te verdienen. We proberen elke dag andere mensen de kans te geven, maar het is een chaos.

De apotheek is een tent in een tent. Het voelt als een Ikea-pakket met allemaal verschillende verbindingsstukken voor de onderkant, de hoeken en de deur. Daarmee moesten we in een tent een groot frame bouwen, waar een soort aluminiumfolie overheen gaat. Daarbinnen komt een airco en rekken voor alle medicijnen. Het lijkt het meest op een heel grote koeltas.

Ahmed moest een half uur weg en precies toen bleek dat het frame net niet in de tent paste. De vloer moest er eerst weer uit, maar Ahmed had net die zware, rubberen tegels met een paar anderen neergelegd. Zij grapten al: ‘Wat zal Ahmed zeggen als hij zo terugkomt en al die tegels er weer uit zijn?’ Ik zei: ‘We gaan heel hard naar hem wijzen en naar de bodem en dan beginnen we te lachen.’ Ze kwamen niet meer bij.

Op het terrein gebeurt veel tegelijk. Mensen staan bovenop de balken om netten te spannen tegen de zon. Er wordt gewerkt aan de latrines in de patiëntenkamers. Er wordt gebouwd aan een ambulance-ingang waar ambulances ook schoongemaakt kunnen worden.

Als het centrum straks af is, moeten er enorme bergen aan meubels en materialen naar binnen. Daar gaat nog heel veel werk in zitten. Ik heb met Ahmed een lijst gemaakt van alle medicijnen en medische benodigdheden die we op het terrein willen hebben. Op die lijst staan 440 items, van verschillende soorten antibiotica tot zuurstofapparaten. Nu moeten we nog besluiten hoeveel we van elk item op voorraad willen hebben.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next