Home

Tussen het graan van Groningen wordt ‘De graanrepubliek’ opgevoerd, met een speciale rol voor vrouwen in de klassenstrijd

In Oost-Groningen gaat zaterdag in een graanveld De graanrepubliek in première, een muziektheaterbewerking van het gelijknamige boek. Meer dan het boek zoomt de voorstelling in op de rol van vrouwen tijdens een historische klassenstrijd tussen machtige herenboeren en communistische landarbeiders.

schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.

Ruim voordat je onder de blote hemel de tijdelijke theaterlocatie in Oostwold bereikt, zie je voorbij het Oldambtmeer de horizon ‘opbollen’, zoals dat zo fraai heet. In dit binnendijkse gebied tussen de watermassa van de Dollard en de Duitse grens bij Bad Nieuweschans liggen zo ver het oog reikt gemaaide graanvelden te glanzen in de zon.

Hier en daar pronkt een herenboerderij. In deze voormalige graanschuur van Europa speelde zich een eeuw geleden een klassenstrijd af tussen steenrijke herenboeren en straatarme landarbeiders.

Die komt de komende maand weer tot leven tijdens het vijfde theaterproject van Zummerbühne. Dit initiatief van componist Reinout Douma en acteur Marcel Hensema strijkt elke zomer op een andere plek neer in de provincie Groningen.

Na Hollands hoop (2022), Ripperda (2023), De grote vloed (2024) en Gronieken (2025) is het nu de beurt aan De graanrepubliek (2026), een muziektheaterbewerking van het gelijknamige boek van Frank Westerman, dat zich afspeelt tegen die ‘opbollende’ horizon van Oostwold (een dorp in de gemeente Oldambt).

Acht acteurs, 24 musici en 51 amateurs (zangers en spelers) vertolken met steun van honderd vrijwilligers het verhaal in een speciaal ingezaaid graanveld van liefst 8 hectare. Op looppaden tussen de dikke halmen met volle aren voltrekt zich een clash tussen de rijke familie Barkhof en het arme gezin Staak, een gefictionaliseerde botsing die verwijst naar de waargebeurde strijd.

In het boek uit 1999 schetst Westerman een indringend portret van het Groninger Oldambt gedurende meerdere decennia, vanaf de late 19de eeuw tot ver na de Tweede Wereldoorlog, toen de mechanisatie van de graanbouw grote verdeeldheid creëerde.

In Oost-Groningen waren de lonen het allerlaagst. En tijdens de transformatie van kleinschalige landbouw naar industrieel machinewerk botsten de belangen van rijke herenboeren op de noden van hun knechten, die als vaste arbeiders werden uitgebuit, onderbetaald en uitgespeeld tegen dagloners, die alleen werden ingehuurd als er werk op de akkers was.

Daarom brak in het Oldambt, precies op de plek waar de muzikale theaterbewerking wordt gespeeld, op 1 mei 1929 een van de langste stakingen in de Nederlandse geschiedenis uit. De bittere armoede van de arbeiders versus de rijkdom van de hooghartige herenboeren bleek een ideale voedingsbodem voor het ontstaan van een vroeg, sovjet-georiënteerd communisme.

Een portret van Vladimir Lenin hangt dan ook aan een steiger in het buitendecor, als markeerpunt van het kamertje van het vakbondsbestuur. En, niet te missen, bij de oprit van de voorstellingslocatie torent een bronzen beeld van de Russische revolutionair hoog uit boven de goudgele graanvelden.

De 9 meter hoge sculptuur van 17 duizend kilo, vermaard in de regio en uitgeleend door een Groninger ondernemer, is deze week met zwaar materieel afgeleverd op het terrein van De graanrepubliek. Met zijn arm strijdbaar geheven wijst Lenin over de graanvelden naar de horizon, terwijl enkele meters verderop bij ondergaande zon volop wordt gerepeteerd aan het gedramatiseerde verhaal over vader Ludo (Steyn de Leeuwe) en moeder Jantje Staak (Rosa da Silva). Het berooide gezin raakt verwikkeld in een gevecht om macht en rechtvaardigheid.

Waar Westerman in zijn boek de hele regio tot hoofdpersoon maakt, zoomt Tom de Ket (67) in zijn toneeltekst in op persoonlijk drama. Daarbij geeft hij extra ruimte aan de rol van vrouwen: ‘Niet dat we een feministische voorstelling maken. Maar de krachtige vrouwen vormen wel een mooie spiegel voor de hypocrisie van de mannen. Zij pikken het niet langer en dwingen in dit toneelstuk hun mannen tot keuzes.’

Zo is Ludo een gepassioneerde man van linkse idealen, maar hij wordt door zijn vrouw gewezen op de vaderlijke verantwoordelijkheden die hij uit het oog verliest door zijn blinde gedrevenheid. Jantje steunt hem wel, maar staat er thuis, met hun verstandelijk beperkte zoon (Corné Kosse), alleen voor. Bovendien moet ze elders in de huishouding werken om de armoede het hoofd te bieden. Hun verliefde puberdochter Aletta (Shelley Bos) snakt naar vrijheid en groeit uit tot voorvechter van het verzet.

Samen komen ze in conflict met hun werkgevers: het rijke herenboerengezin Barkhof (gespeeld door Gusta Geleijnse en Peter Drost) met NSB-sympathieën. Plus een verboden liefde tussen hun zoon Tjark (Jip van den Dool) en de vrijgevochten meid Aletta. ‘Want het is wel theater’, lacht De Ket.

Ook historicus Sanne Meijer (33), co-schrijver van het boek Vraauwlu (2022), over inspirerende vrouwen in de Groninger geschiedenis, benadrukt dat vrouwen er in de geschiedschrijving bijna altijd kariger van afkomen, omdat die doorgaans is gedocumenteerd door mannen en gekleurd door een mannelijke blik.

‘Omdat ze vrouw, arbeider en Gronings waren hadden ze driedubbel pech in de geschiedschrijving. Maar dat betekent niet dat ze er niet toe deden. Ook hier in de regio hebben ze een grote rol gespeeld. Vrouwen deden bijvoorbeeld mee met vakbondsstakingen of organiseerden zelf wilde stakingen, zoals in 1969 in een sigarenfabriek in Pekela, 25 kilometer hier vandaan.’

In de voorstelling begint Ludo een staking, ook al verliest hij meer dan hij erbij wint. De regio Oldambt, met dorpen als Finsterwolde, Beerta en Nieuweschans, was vorige eeuw decennia lang het toneel van politiek tumult, met socialistische wethouders die communistische stakers durfden te belonen maar door landelijke regeringscommissarissen werden teruggefloten.

Niet voor niets werd de regio de ‘rode driehoek’ genoemd; de Communistische Partij Nederland (die opkwam voor de rechten van landarbeiders) behield tot in de jaren vijftig en zestig een ongekend grote aanhang in ‘dit Kremlin van Nederland’.

Herenboeren werden tijdens de crisis van de jaren dertig lid van de NSB en kwamen met de verheerlijking van de nazistische filosofie rond Blut und Boden lijnrecht tegenover het Nederlandse verzet van hun landarbeiders te staan. Sporen van dit tumult vormen nog altijd splijtzwammen in dorpen en families, zeker sinds in juli vorig jaar het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) gedeeltelijk is opengesteld met dossiers over collaboratie.

Dat laatste krijgt ook een plek in de voorstelling: actrice Lotte Dunselman vormt als verteller de motor van het drama: ze blijkt een nazaat van de Barkhofs en wil weten welke rol haar familie heeft gespeeld in de jaren rond de Tweede Wereldoorlog. Daarom duikt ze in de archieven, op zoek naar informatie over collaboratie. Schaamte over het familieverleden is háár trauma.

De Ket, die Westerman nog kent van hun middelbareschooltijd in Assen – ‘hij zat op het christelijke, ik op het openbare college’ –, besloot een vrijere bewerking van het historische boek te maken, met verwijzingen naar huidige trauma’s, toen hij zich realiseerde dat ‘de wereldgeschiedenis hier echt om de hoek ligt en de wonden nog voelbaar zijn.’

Tien jaar geleden maakte De Ket in Veenhuizen een succesvolle muziektheatervoorstelling van het boek Het pauperparadijs (2008), geschreven door Suzanna Jansen, toen nog Westermans echtgenote. ‘Zo leerden wij elkaar beter kennen en gaf Frank mij alle vrijheid ook zijn boek te bewerken.’

Meijer, die in Ter Apel is opgegroeid, in Groningen studeerde en sinds een paar maanden in alle rust dicht bij zee op een kwartiertje rijden van de theaterlocatie woont, tekent voor het randprogramma bij de voorstelling, met lezingen, talkshows, proeverijen en rondleidingen. Ook daarin geeft ze extra aandacht aan verhalen van vrouwen, die vaak mondeling zijn overgeleverd.

Ze benadrukt dat herenboeren het belangrijk vonden dat hun dochters en vrouwen onderwijs kregen, omdat dit goed was voor hun aanzien. Met als impliciet doel dat ze daardoor hun mannen beter konden bijstaan en hun zonen beter konden opvoeden.

‘Ze ontwikkelden zich dus wel. Toen in 1919 het actief kiesrecht voor vrouwen werd ingevoerd, behaalden zowel boerinnen voor de liberalen als arbeidsters voor de sociaaldemocraten en communisten in deze regio direct een zetel in een gemeenteraad.’

Zelf merkt Meijer dat de diepgewortelde pijn van vroegere klassenverschillen tussen arm en rijk nog steeds suddert in onderhuidse trauma’s, bijvoorbeeld bij stevige confrontaties tussen communisten en andere partijen in de lokale politiek.

Maar ook in positieve zin: omdat Groningers merkten dat de landelijke overheid hen vaak in de steek liet, waren ze op elkaar aangewezen – wat tot het geroemde nabuurschap leidde.

‘Ik kom zelf uit een socialistische familie. Mijn overgrootmoeder van moeders kant steunde haar echtgenoot, een vakbondsman. Haar dochter, mijn oma dus, leed op het laatst aan dementie, maar zong nog moeiteloos het strijdlied De Internationale. De discussies gaan nu over of de regio na het graan en het gas nu moet opdraaien voor de energievoorziening van Nederland door de bouw van kerncentrales toe te staan.’

Ondertussen probeert de regio door middel van het Koepelproject Graanrepubliek 2.0 het erfgoed van de landbouw en hun boerderijen te behouden. Het kopen en herbestemmen van boerderijen maakt daarvan deel uit. In een karakteristieke Oldambster boerderij wordt een bezoekerscentrum ingericht, met informatie over de manier waarop het communisme wortel schoot in Oost-Groningen en dit verleden nog altijd de mentaliteit beïnvloedt.

Ook het beruchte woon- en natuurproject Blauwestad in Oldambt, dat door de kredietcrisis gedoemd leek te mislukken door leegstaande kavels en wegblijvende kopers, leidt bijna twintig jaar later alsnog tot de gewenste, nieuwe bevolkingsaanwas. Van de beschikbare kavels rond recreatie op voormalige landbouwgrond is inmiddels ruim twee derde verkocht.

Zou de regio meer gebaat zijn bij een theatervoorstelling die deze succesverhalen echoot, in plaats van trauma’s over arm versus rijk? De Ket vindt van niet: ‘Je kunt het verleden niet ontkennen. Het is altijd zinvol om door middel van theater trauma’s bespreekbaar te maken. Je ziet de ongelijkheid nog steeds terug in het landschap, met rijk geornamenteerde boerenvilla’s naast benauwde arbeidershuisjes.’

Ook Meijer beaamt dat deze verhalen nog niet vaak genoeg zijn verteld. ‘Je merkt het aan de respons. Vrijwilligers, amateurs, iedereen doet mee. En de eerste reeks voorstellingen is al uitverkocht.’

Dan barst aan het begin van de avond een regenbui los en wordt er verder gerepeteerd met poncho’s en plastic zakken ter bescherming van de nieuw gemaakte rode en blauwe kostuums.

Uit de vruchtbare kleibodem kruipen tussen het graan duizenden naaktslakken tevoorschijn. Wolken muggen en vliegjes omhullen de acteurs. Tegen de horizon rijden maaiers af en aan, wanneer richting het eind koor en cast zingen: ‘Je oogst wat je zaait/ Je oogst wat je haat/ Je oogst wat je kwaad/ Je haat wat je zaait.’

Dan klinken weer de gezongen verwijzingen naar een rode driehoek, een gele zon en een blauwe stad en sterft de beat weg. Het graan wuift als stil applaus.

De graanrepubliek door Zummerbühne, Tekst en regie Tom de Ket. Muzikale leiding en compositie Reinout Douma. Première 8/8, Oostwold. Aldaar t/m 6/9.

Lotte Dunselman (47), in 2021 genomineerd voor een Theo d’Or voor beste vrouwelijke hoofdrol voor haar theaterrol in De Poolse bruid, speelt verteller Wieteke Barkhof, die zich het verhaal van deze theateravond toe-eigent. ‘Bij het lezen van het script voelde ik meteen de uitdaging van het vertellen van al die feitjes. Haar geheime drijfveer, waarom ze deze geschiedenis zo enthousiast wil delen, maakt de rol extra interessant. Ze doet onderzoek naar haar jeugd en wil haar familie beter begrijpen. Met die motor stuw ik het verhaal en ren ik door het graan.’ Dunselman let bij een rol altijd op dat ze niet in een hokje wordt gestopt van het hardnekkige culturele cliché van hoer, moeder of heilige. ‘Deze rol is behoorlijk complex. En ik neem ook enkele bijrollen voor mijn rekening.’

Gusta Geleijnse (60) speelt de rol van manipulatieve Hermina Barkhof, die haar Duitse jeugdtrauma probeert te camoufleren door zich als rijke adel te gedragen. ‘Ik heb natuurlijk aan de keukentafel bij Tom invloed uitgeoefend op haar rolinvulling (Geleijnse en De Ket zijn een stel, red.). Het leuke is dat ik met veel humor Hermina’s decorum moet zien hoog te houden. Ze wil een goede huwelijkskandidaat voor haar zoon Tjark, maar die wordt verliefd op een arbeiderskind. Dan besluit ze uit opportunisme dit meisje in huis te nemen, zodat ze haar kan verheffen en kneden tot haar ideaalbeeld.’

Rosa da Silva (39) speelt moeder Jantje Staak, die ondanks honger, verlies en vernedering overeind moet zien te blijven: ‘Ik ben altijd bang dat een historische rol vooral ‘de vrouw van de held’ betreft. Maar Jantje is veel meer. Ze begrijpt waar haar man voor staat, ze steunt hem, maar wil ook dat haar gezin overleeft. Ze gaat net als haar dochter bij het verzet omdat ze niets meer te verliezen heeft. Daarmee kan ik haar karakter mooi tegenkleuren. Bovendien kan ze haar emoties kwijt in liederen, zoals De toekomst is rood, Hoop is een kwelling en Trots. Ik zing graag. Verder let ik altijd op wie er meedoen aan een project.’

Shelley Bos (31) speelt dochter Aletta Staak: ‘Ik vind de spanning tussen haar grote dromen en haar puberale gedrag heel leuk om te spelen. In haar drang om te breken met de beperkingen van hun armoedige omstandigheden radicaliseert ze. Fysiek eist ze haar plek op, ook door letterlijk steeds meer rechtop te gaan staan. Totdat dit wordt afgestraft. Ik vind het heerlijk dat ik zo veel mag zingen. Van Schuberts Die Krähe als aankondiging van onheil, een ode aan het Groninger land tot een duet met Tjark met de titel Zwieren en zweven.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next