Reparateurs tikken, trekken en duwen in Amersfoort de deuken weg die de hagelstorm van eind juni veroorzaakte. Het is een van de drie tijdelijke ‘straten’ die herstelbedrijf Hagelschadenet inrichtte om de drukte op te vangen.
Hagelschadereparateur Paul Ciumacenco timmert met zijn glimmende hamertje voorzichtig op de lak van een grijze Toyota. Met opperste concentratie tuurt hij langs de hoek van het dak, waar zojuist nog een deukje zichtbaar was. Hij focust op de lichtinval. Vervormt de lichtstraal in de lak? Dan is de auto niet glad genoeg en is zijn werk nog niet klaar.
Normaal is de zomer het rustseizoen voor Nederlandse autoschadeherstelbedrijven, maar vandaag klinkt in deze loods in Amersfoort een onophoudelijk getik boven de radio uit. Eind juni liepen bij een onverwacht zware hagelstorm, die van Zeeland naar Groningen trok, zo’n veertigduizend auto’s schade op. Dylan Webbe (34) richtte al een paar dagen later samen met andere herstelbedrijven drie tijdelijke ‘straten’ in. Een van die hagelschadestraten is in Amersfoort, in de buurt van het zwaar getroffen Hilversum.
Ciumacenco schakelt naar de volgende deuk. Met een klodder hete lijm maakt hij zijn deuktrekker vast. Hij trekt hard aan het langwerpige instrument, en de plek waar eerst de deuk zat, puilt daarna juist licht uit. Het hamertje komt weer tevoorschijn, en in enkele minuten tikt Ciumacenco de plek vakkundig recht.
Dit is echt specialistenwerk, vertelt Marco Boelhouwers (35), directeur van World Hail Solutions, het bedrijf dat is ingehuurd om de schade te herstellen. ‘Voordat je op zo’n tempo kunt werken, ben je jaren aan het leren. Alles gaat op gevoel.’
De Roemeense Ciumacenco (39) leerde het vak zeven jaar geleden in Duitsland. ‘De eerste maanden mocht ik alleen maar met reserveonderdelen werken en had ik meerdere mental breakdowns’, lacht hij. ‘Maar nu verdien ik goed, ik mag niet klagen.’
De haastig ingerichte loods doet denken aan de teststraten tijdens de coronapandemie. Een klant die zit te wachten op haar offerte vertelt dat haar hele wijk in Hilversum-Zuid getroffen werd. Ze laat zien hoe groot de hagelstenen waren door een rondje te maken met haar duim en haar wijsvinger. Vijf centimeter, schat ze. Haar rode Mazda, net nieuw, heeft het uiterlijk van een poffertjespan.
Een andere klant, een stadgenoot, heeft de offerte voor haar grijze Peugeot net binnen. ‘Het valt me mee’, zegt ze. ‘We kunnen over anderhalve week al terecht.’ Ook bij haar in de straat werd niemand gespaard.
In totaal meldden zich veertienduizend gedupeerden bij Hagelschadenet, waarin een aantal schadebedrijven samenwerkt. Voor het eind van het jaar moeten alle auto’s gerepareerd zijn.
Het is niet de eerste keer dat het bedrijf tijdelijke hagelschadelocaties opent, zegt Webbe. ‘Maar dit steekt er echt met kop en schouders bovenuit.’ Eerder waren er bijvoorbeeld straten in Helmond (2016), Rotterdam (2019) en Limburg (2025). ‘Omdat hagel vaak plaatselijk valt, is dat een goede oplossing.’ Deze keer zijn er noodlocaties geopend in Goes, Rotterdam en Amersfoort.
Boelhouwers en zijn team van specialisten reizen het hele jaar Europa door, de hagel – en dus het werk – achterna. ‘Toen ik van de bui in Hilversum hoorde, ben ik meteen in de auto gesprongen om in de straten naar de situatie te kijken’, zegt de directeur. ‘Ik kwam aanrijden en zag auto’s met de impact van kanonskogels in de motorkap. Toen wist ik meteen: dit is serieus.’
De meeste auto’s die binnenkomen in de loods in Amersfoort hebben meer dan honderd kleine ronde putten overgehouden aan de storm. ‘Honderd is nog aan de lage kant’, zegt Boelhouwers. ‘We zien ook auto’s met wel vierhonderd deuken.’
De hele ochtend komen er auto’s aan. De meeste klanten moeten even wachten voordat ze verder kunnen rijden, en er vormt zich een bescheiden rij aan personenwagens voor de deur. Eenmaal binnen rijden de auto’s door een scanapparaat, een lichtgevende boog voorzien van meerdere camera’s. Die identificeert met behulp van AI-software feilloos alle schadeplekken.
Het apparaat is een van de redenen dat ze deze hersteloperatie nu zo snel hebben kunnen opzetten, zegt Webbe. ‘Vroeger moest je alle deuken met de hand tellen. De grote zie je nog wel, maar bij de kleinere moet het licht maar net goed vallen.’ Door deze boog is de eerste telling gereduceerd tot een proces van dertig seconden. ‘Bovendien is het objectief, waardoor de verzekering het makkelijker accepteert.’
Na het tellen worden de plekken nog wel nagelopen om een schatting te kunnen maken van de reparatiekosten. Die kunnen een paar honderd euro bedragen, maar ook tienduizend. ‘Zo’n hageldeuk is eigenlijk puur cosmetisch, maar als de kosten boven de dagwaarde uitkomen, is je auto alsnog total loss’, zegt Webbe.
Ciumacenco is inmiddels aanbeland bij het dak van de auto. Omdat de hemelbekleding eruit gewrikt is en hij van binnenuit bij de plek kan die hij nu gaat repareren, heeft hij zijn deuktrekker niet nodig. In plaats daarvan duwt hij met een ander instrument voorzichtig van onderen de deuk uit het dak. Opnieuw haalt hij zijn hamertje tevoorschijn. Het werk zit er nog lang niet op.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant