Tegenpolen die elkaar aantrekken? Die vonk bij de eerste ontmoeting? Een groeiende stapel onderzoek toont een ander beeld over romantische liefde. ‘Liefde begint vaak met vriendschap.’
schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
Bij het ontstaan van liefdesrelaties denken we vaak aan een bekend scenario: twee vreemden ontmoeten elkaar, voelen direct een klik en beginnen te daten.
Maar volgens Australisch onderzoek klopt dat beeld niet. Veel liefdesrelaties beginnen namelijk helemaal niet tussen onbekenden, maar tussen vrienden. Van de bijna negentienhonderd ondervraagden zei ongeveer twee derde dat hun romantische relatie begon als vriendschap. Gemiddeld waren mensen bijna twee jaar bevriend voordat de relatie een romantische wending kreeg. Opmerkelijk genoeg hadden de meesten aanvankelijk niet eens de intentie om een relatie met elkaar te vormen.
‘Het kiezen van een partner is een van de belangrijkste beslissingen die mensen nemen’, zegt Adam Bode, onderzoeker aan de Australian National University (ANU). ‘Hoe meer informatie je over iemand hebt, hoe beter je kunt inschatten of die persoon bij je past. Als je eerst vrienden bent, krijg je een completer beeld dan wanneer je op een app vooral naar foto’s kijkt. Je weet hoe die persoon zich gedraagt tegenover vrienden, hoe hij omgaat met conflicten of hoe hij of zij zich kleedt op verschillende gelegenheden.’
Toch blijft deze route onderbelicht in de wetenschap. Ongeveer 80 tot 90 procent van het onderzoek richt zich op dating tussen relatief onbekenden, zo blijkt uit bovenstaande studie, terwijl slechts 5 tot 18 procent kijkt naar relaties die ontstaan uit vriendschap. ‘Dit geeft een vertekend beeld van hoe mensen in werkelijkheid een partner vinden’, aldus Bode.
Psycholoog Iliana Samara, die aan de Universiteit Leiden onderzoek doet naar de psychologie van aantrekkingskracht, herkent dat beeld. ‘Het idee dat liefde begint als een vonk komt uit Hollywood. Factoren die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van een relatie zijn gelijkenis, nabijheid en verbondenheid. Als je bevriend bent met iemand, zijn al die dingen er vaak al. Je begrijpt elkaar, interacties verlopen soepel en je voelt je op je gemak bij elkaar.’ Bovendien ontbreekt de spanning van een eerste date. ‘Je bent minder nerveus. Je kunt ontspannen en jezelf zijn. Daardoor verloopt het contact vaak veel natuurlijker.’
Vriendschap als begin van de relatie: dit gegeven staat lijnrecht tegenover de aanpak van datingapps, die de nadruk leggen op een directe vonk en dating. ‘Het idee dat iedereen zijn partner via onlinedating ontmoet, is een mythe’, zegt Bode. ‘Mensen vinden elkaar nog steeds vaak via hun sociale netwerk, hobby’s, studie of vriendenkring. Wie een partner zoekt, kan dus beter niet alleen swipen, maar ook gewoon onder de mensen komen.’
Hoe vriendschap precies omslaat in romantiek is nog onduidelijk. ‘Soms is er al aantrekkingskracht voordat de vriendschap begint, soms ontwikkelt die zich pas later’, zegt Samara. ‘Waardoor precies iemand op een bepaald moment anders naar een vriend of vriendin gaat kijken, is een vraag waarop we nog geen duidelijk antwoord hebben.’
Bestaat liefde op het eerste gezicht dan helemaal niet? ‘Nee’, antwoordt Samara stellig. ‘Het idee dat twee mensen elkaar zien en direct weten: wij zijn voor elkaar bestemd, komt uit films.’ Intense fysieke aantrekkingskracht op het eerste gezicht bestaat wel. ‘Maar liefde vereist een heleboel dingen die je niet kunt weten als je iemand amper kent.’
Met die eerste fysieke aantrekkingskracht is overigens niets mis. ‘Soms denken mensen dat het oppervlakkig is, alsof het alleen over het uiterlijk zou gaan. Dat hoeft niet. Die aantrekkingskracht is een belangrijke eerste stap.’
Mannen vallen op schoonheid en een jeugdig uiterlijk, vrouwen zouden vooral letten op status en macht. Het is verleidelijk om te denken dat er universele normen zijn die bepalen of iemand aantrekkelijk is.
Onderzoek suggereert dat aantrekkelijkheid heel anders werkt. Bij een experiment beoordeelden studenten elkaar op aantrekkelijkheid aan het begin van het semester, toen iedereen nieuw was, en aan het eind van het semester. Wat bleek? De overeenstemming over aantrekkelijkheid nam flink af naarmate mensen elkaar beter leren kennen.
Paul Eastwick, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Californië in Davis en betrokken bij het onderzoek, legt het uit: ‘Op de eerste dag vindt iedereen die ene jongen aantrekkelijk. Maar vervolgens leren we zijn gevoel voor humor kennen. Sommige mensen vinden dat geweldig, anderen knappen er juist op af.’
‘We zijn het slechts gedeeltelijk eens over wie aantrekkelijk is en wie niet’, zegt Eastwick, die onlangs het boek Bonded by Evolution: The New Science of Love and Connection publiceerde. Hij vergelijkt aantrekkelijkheid met een mixdrankje dat uit een aantal ingrediënten bestaat. Een daarvan is consensus: de mate waarin mensen het met elkaar eens zijn over iemands aantrekkelijkheid.
Bij een eerste ontmoeting zijn mensen het in ongeveer twee derde van de gevallen eens over wie aantrekkelijk is en wie niet. ‘Dat betekent ook dat een derde van het oordeel vanaf het begin al persoonlijk en subjectief is. En dat persoonlijke deel groeit naarmate mensen elkaar beter leren kennen.’
Twee processen spelen daarbij een rol. ‘Naarmate we meer tijd met iemand doorbrengen, ontdekken we eigenschappen die tijdens een eerste ontmoeting verborgen blijven’, zegt Eastwick. ‘We zien dat iemand attent is, betrouwbaar, grappig of juist arrogant. Die eigenschappen beïnvloeden hoe aantrekkelijk iemand voor ons wordt.’
Het tweede proces is subtieler. Mensen bouwen samen een geschiedenis op. ‘Misschien hielp iemand je toen je het moeilijk had. Misschien ontstonden er inside jokes of een gevoel van vertrouwdheid.’
Voor dat aspect is volgens Eastwick lange tijd te weinig aandacht geweest. ‘Wetenschappers waren vooral geïnteresseerd in eigenschappen: welke kenmerken zoeken mensen in een partner? Welke eigenschappen voorspellen een succesvolle relatie?’
Maar volgens hem zijn mensen meer dan een verzameling kenmerken. ‘Wanneer we iemand écht leren kennen, wordt die persoon minder een lijstje eigenschappen en meer een verzameling herinneringen en verhalen.’ Daardoor ontstaan ook koppels die voor de buitenwereld verrassend zijn.
Volgens de ‘theory of assortative mating’ kiezen mensen vaak een partner die op belangrijke punten op hen lijkt: hoogopgeleiden eindigen vaker met hoogopgeleiden, extraverte mensen kiezen vaker andere extraverte types en aantrekkelijke mensen gaan voor andere knappe mensen.
Dat betekent niet dat mensen bewust op zoek gaan naar iemand binnen de eigen league. ‘Het is ook een kwestie van aanbod’, zegt Eastwick. ‘Mensen gaan om met gelijkgestemden, dat is dus ook de vijver waaruit ze vissen. Dat geldt in elk geval voor zaken als opleiding, leeftijd, sociaal-economische status, religie en intelligentie.’
Fysieke aantrekkelijkheid vormt daarop een uitzondering. ‘Doorgaans trekken mensen niet op in aparte groepen op basis van aantrekkelijkheid, los van misschien een fase op de middelbare school.’
Uit onderzoek blijkt dat koppels vooral matchen op fysieke aantrekkelijkheid als ze elkaar kort kennen voordat ze gaan daten. Als mensen elkaar al langer kennen vóórdat er romantiek ontstaat, verdwijnt dat patroon grotendeels.
Stellen die eerst vrienden waren, blijken veel minder vaak op hetzelfde niveau van fysieke aantrekkelijkheid te zitten dan stellen die snel zijn gaan daten.
Mensen proberen vaak romantische aantrekkingskracht te voorspellen op basis van gedeelde interesses. ‘Natuurlijk is het leuk dat jullie een passie voor buitenlandse films delen’, zegt Eastwick. Maar zowel overeenkomsten als verschillen blijken geen betrouwbare voorspellers voor een echte klik.
Daarbij komt dat het in onderzoek lastig is vast te stellen wat er eerst was: overeenkomst of relatie. ‘Stellen hebben de neiging zich te richten op de dingen die ze gemeen hebben en naar elkaar toe te groeien’, zegt de hoogleraar. ‘Compatibiliteit wordt vaak ontdekt, niet van tevoren bepaald.’
Vrouwen zeggen vaker dan mannen dat zij een voorkeur hebben voor een partner met financiële zekerheid en status. Nu vrouwen steeds vaker meer verdienen dan mannen, zou dit tot een crisis kunnen leiden. ‘En er zijn zorgen dat rijke, hoogopgeleide vrouwen geen man kunnen vinden tot wie ze zich aangetrokken voelen’, zegt Bode van de Australian National University.
Een nieuwe studie toont dat het zo’n vaart niet loopt. In een experiment kregen ruim zeshonderd deelnemers uit vijf landen een fictieve samenleving voorgeschoteld met scenario’s waarin de inkomensverdeling tussen mannen en vrouwen en hun eigen economische positie varieerde.
Vervolgens werd gevraagd welke eigenschappen deelnemers belangrijk vonden in een ideale partner, zoals financiële zekerheid, ambitie en fysieke aantrekkelijkheid. Een kanttekening: veel onderzoek naar romantische aantrekkingskracht is gedaan onder heteroseksuele deelnemers. Daardoor is onduidelijk of dezelfde patronen ook gelden voor homoseksuele, lesbische en biseksuele relaties.
De onderzoekers vonden dat partnervoorkeuren flexibel zijn en gevoelig voor economische omstandigheden. Wanneer vrouwen in de fictieve samenleving economisch minder afhankelijk waren van mannen, nam hun voorkeur voor een financieel sterke partner af en werd het verschil tussen mannen en vrouwen kleiner. De omgeving beïnvloedt dus tot wie we ons aangetrokken voelen.
‘Deze studie suggereert dat we ons minder zorgen hoeven te maken over de zogenoemde partnercrisis’, zegt Bode. ‘Wanneer vrouwen zelf meer verdienen, geven ze minder prioriteit aan het inkomen van een partner. Dan gaan ze andere eigenschappen belangrijker vinden.’
Volgens Eastwick is er bovendien een misverstand over wat mensen zeggen te willen. Wanneer vrouwen zeggen dat zij een goed verdienende partner aantrekkelijk vinden, beschrijven zij vaak simpelweg de gemiddelde eigenschappen van de mannen die zij tegenkomen.
‘Ze beschrijven de groep potentiële partners waaruit ze kunnen kiezen. En de gemiddelde man verdient van oudsher nou eenmaal meer dan een vrouw’, zegt hij. ‘Dat is iets anders dan een echte voorkeur die bepaalt met wie je wel of niet wilt daten.’
Hetzelfde mechanisme speelt volgens hem bij fysieke aantrekkelijkheid. Mannen zeggen vaak meer waarde te hechten aan uiterlijk dan vrouwen, maar ook dat kan deels een weerspiegeling zijn van de eigenschappen die zij gemiddeld in potentiële partners om zich heen zien.
De angst dat mannen en vrouwen elkaar minder zullen vinden vanwege inkomensverschillen, is overdreven, meent Eastwick.
Onderzoek naar relaties laat zien dat koppels waarbij de vrouw meer verdient tegenwoordig niet vaker uit elkaar gaan dan andere stellen. Waar dat vroeger, voor de jaren negentig, nog wel het geval was, lijkt inkomen tegenwoordig geen belangrijke risicofactor meer. Uit een aantal speeddate- en relatieonderzoeken blijkt bovendien dat ambitie en gedrevenheid door zowel mannen als vrouwen aantrekkelijk worden gevonden.
‘Het echte probleem is niet het verschil in inkomen, maar het sociale isolement van mannen, vooral bij praktisch geschoolde mensen’, zegt Eastwick. Zij hebben minder vrienden, nemen minder deel aan sociale activiteiten en ontmoeten daardoor minder potentiële partners.
Aantrekkingskracht bepaalt niet alleen wie we leuk vinden, maar ook hoe we gedrag van anderen interpreteren. In een speeddate-experiment met 67 deelnemers onderzochten wetenschappers van de Universiteit Leiden hoe goed mensen kunnen inschatten of een potentiële partner hen aantrekkelijk vindt. De belangrijkste uitkomst: mensen, en vooral mannen, die zelf sterk geïnteresseerd zijn in iemand, projecteren die interesse vaak op de ander. Zij gaan er sneller van uit dat de aantrekkingskracht wederzijds is. Mannen die zelf weinig interesse hadden in hun date, bleken juist relatief accuraat in hun inschattingen.
Vanuit de evolutionaire psychologie wordt dit verklaard met de theorie van sexual overperception bias. Het idee is dat het evolutionair gezien voor mannen voordeliger was om optimistisch te zijn en af en toe ten onrechte seksuele of romantische interesse bij de ander te veronderstellen, dan om een kans op voortplanting te missen.
Voor vrouwen zouden de kosten van een verkeerde inschatting groter zijn geweest, bijvoorbeeld door zwangerschap of langdurige zorg voor kinderen. Daardoor zou voorzichtigheid evolutionair zijn beloond.
Toch plaatsen onderzoekers kanttekeningen bij die verklaring. De context van modern daten is fundamenteel anders dan de omstandigheden waarop deze theorie gebaseerd is. ‘We leven niet meer op de savanne’, zegt Samara. ‘Vrouwen hebben toegang tot anticonceptie en zijn veel minder afhankelijk van een partner dan vroeger. Die oude asymmetrie is sterk verminderd.’
Eastwick sluit daarbij aan: ‘De situatie waarin aantrekkingskracht wordt ingeschat is belangrijk. Veel evolutionaire theorieën gaan uit van situaties met grote risico’s. Op een date in een veilige omgeving, met andere mensen om je heen, heb je meestal weinig reden om daar bang voor te zijn. Al zijn er natuurlijk uitzonderingen.’
Volgens hem draait het mechanisme vooral om motivatie. ‘Als je iemand leuk vindt, ben je gemotiveerd om te geloven dat dit wederzijds is. Dat kleurt hoe je gedrag leest.’
Samara vult aan: ‘Als je erg geïnteresseerd bent in iemand, worden je handen klam, het voelt alsof je hart heel snel klopt, en je beoordelingsvermogen raakt vertroebeld.’ Wie verliefd wordt of sterke aantrekkingskracht voelt, kijkt door een gekleurde bril naar de ander.
Hoewel het mechanisme bij iedereen voorkomt, lijken mannen gemiddeld iets sneller geneigd om romantische interesse te veronderstellen. ‘Mannen zijn amoureuzer dan vrouwen’, zegt Eastwick. ‘Wat eigenlijk best verrassend is, gezien dat romantische komedies altijd gericht zijn op vrouwen.’
Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mannen eerder zeggen verliefd te zijn dan vrouwen, gemiddeld ongeveer een maand eerder. ‘Dat klinkt als een klein verschil, maar in relaties kan er veel gebeuren in één maand’, zegt onderzoeker Bode. Mannen zeggen ook eerder ‘ik hou van je’. En ze zijn vaak degenen die als eersten een volgende stap willen zetten in de relatie.
Volgens Eastwick hangt dat samen met verschillen in sociale netwerken. Mannen zouden gemiddeld minder sterke sociale vangnetten hebben buiten romantische relaties, waardoor zij sneller geneigd zijn een relatie te verdiepen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant