Al swipend in onze For You-feeds bepalen wij tijdens onze ochtendkoffie al welke oorlogsbeelden we willen zien, en welke niet. Het cynische resultaat: steeds meer oorlogscontent met een hoge amusementswaarde.
In 2010 ging een video van een protest viraal op Facebook. In Tunesië nam dat jaar een politieagent de koopwaar van fruitverkoper Mohamed Bouazizi in beslag. Hij had namelijk geen vergunning om groente en fruit op straat te verkopen. Bouazizi was wanhopig en boos; de verkoop was voor hem de enige manier om geld te verdienen.
Hij liep naar een overheidsgebouw om bij de gouverneur te klagen, maar kreeg geen gehoor. Vervolgens stak Mohamed zichzelf op straat in brand als protest tegen het corrupte regime.
Timo Nieuwenhuis is podcastmaker, journalist en mediawetenschapper aan het Rathenau Instituut. Dit essay is geschreven op persoonlijke titel.
De mensen op straat zagen hoe Bouazizi’s lichaam veranderde in een grote vlam. Ter plekke ontstond een protest van honderden mensen, wat de neef van Mohamed filmde en deelde op Facebook. De video werd massaal gedeeld en wakkerde een storm van protesten aan in Tunesië.
Daarmee eindigde het brute regime van dictator Zine El Abidine Ben Ali. De wanhoopsdaad van Bouazizi ontketende daarna meerdere revoluties in het Midden-Oosten tegen onderdrukkende regimes.
Nog een voorbeeld: in 2010 mishandelden en doodden twee Egyptische politieagenten een 28-jarige blogger: Khaled Mohamed Said. Vervolgens werd door activisten de Facebookpagina ‘We Are All Khaled Said’ aangemaakt. Een vriend van Said deelde daarop een foto van diens gezicht: het was vervormd, rood van het bloed, zijn kaak was ontwricht en zijn voortanden ontbraken. Het leek een oorlogsfoto.
De Facebookpagina bereikte vier miljoen Egyptische gebruikers en was het startschot voor vele protestacties tegen het regime van president Hosni Moebarak.
De posts rond Bouazizi en Said, en de daaropvolgende demonstraties, waren niet de enige die circuleerden op Twitter en Facebook. Tijdens de Arabische Lente gebruikten burgers sociale media om zichzelf te verenigen en te mobiliseren in demonstraties, protesten en verzet. Burgers maakten met mobiele telefoons beelden van demonstraties en de gewelddadige reacties van de regimes. Die werden op sociale media geplaatst en vonden zo ook hun weg naar nieuwszenders als Al Jazeera en BBC. Niet voor niets sprak men ook wel over de Twitterrevolutie of Facebookrevolutie.
Deze beelden heb ik zelf niet gezien. Als destijds 14-jarige volgde ik geen accounts van mensen of nieuwskanalen in het Midden-Oosten.
Nu wel, nu sociale media worden aangestuurd door de huidige geavanceerde aanbevelingsalgoritmen. TikTok bestaat pas sinds 2016. Twitter introduceerde pas in 2015 – en Instagram in 2016 – de For You-page, die op basis van aanbevelingsalgoritmen content voorschotelt waardoor gebruikers eindeloos blijven scrollen. Er was nog geen hypergepersonaliseerde algoritmische werkelijkheid.
Nu drink ik op een maandagochtend mijn eerste koffie terwijl ik door mijn Instagramfeed scroll. Ik zie de trouwfoto van een jeugdvriend, een filmpje van een dansende kat met een paarse tovenaarshoed. En dan zie ik een man, rood van het bloed, lopen en schreeuwen terwijl hij een levenloos kinderlichaampje draagt: het is een Palestijnse vader wiens dochter is omgekomen door Israëlische bombardementen.
Ik voel mijn hartslag stijgen, een zwaar gevoel opkomen in mijn onderbuik, en swipe de video snel weg. Met twee vingertikken wissel ik van de Following-page naar de For You-page. Nu zie ik een man met buikspieren die harder lijken dan een betonnen vloer.
Mijn hartslag daalt. Ik kan gedachteloos verder scrollen.
Toch voelen deze beelden anders dan die van tijdens de Arabische Lente. Toen dienden socialemediaposts als stimulans voor saamhorigheid en de mobilisatie voor demonstraties. Oorlogsslachtoffers hoefden niet na te denken over of hun content alleen zichtbaar zou zijn in een Following-page.
Mijn Volgend-feed cureert andere content dan mijn For You-page. De eerste laat mij content zien van wie en wat ik volg, de tweede laat mij content zien die ik niet wegswipe.
Wat betekent de verschuiving van enkel een Following-page naar ook een For You-page voor de manier waarop oorlogscontent vorm krijgt, en voor hoe wij als toeschouwers oorlog beleven?
Op mijn Following-page zie ik content van Instagramprofielen als eye.on.llebanon en eye.on.palestine, die beelden delen van verwoestingen door Israëlische bombardementen. Op eye.on.llebanon zie ik bijvoorbeeld een video van een straat, roodgekleurd door bloed, en reddingsmedewerkers die een bewegingsloos, verwond persoon te hulp schieten. Ik zie auto’s en gebouwen die opgaan in vlammen.
Ik hoor het felle geluid van sirenes uitstijgen boven het Arabische achtergrondmuziekje. De post heeft de subtekst: ‘Live from the northern occupied territories following a rocket barrage launched from Lebanon.’
De beelden krijg ik niet zomaar van mijn netvlies. Maar ik heb geen idee of dit bombardement vandaag heeft plaatsgevonden, hoeveel gewonden en doden er zijn gevallen en waar in Libanon dit precies is gebeurd.
Video’s als deze zie ik niet in mijn For You-page. De algoritmen hebben snel door dat ik beelden van een bebloede vader met een levenloos kind in zijn armen wegswipe.
Dat is een verschil met sociale media tijdens de Arabische Lente: sinds 2015 bieden platforms For You-pagina’s, waardoor je als toeschouwer oorlogsbeelden bewust of onbewust kunt ontwijken.
Wanneer ik mijn For You-page open, zie ik geen beelden meer van gewonden, maar van influencers als ‘Aya_e_zed’ en ‘renadfromgaza’.
Aya Zaid, van het Instagramprofiel Aya_e_zed, woont met haar familie in Gaza. Aya heeft op Instagram meer dan een half miljoen volgers. Ze postte een video waarin ze in de buitenlucht, met op de achtergrond de verwoeste gebouwen van Gaza, maaltijden maakt voor Palestijnse kinderen. Je ziet stap voor stap hoe ze haar gerechten bereidt. Wanneer de maaltijden klaar zijn, zie je kinderen naar Aya rennen; ze deelt de maaltijden een voor een uit.
In de caption van de video bedankt Aya donateurs: ‘Thank you to the kind donor for the generous support. 🤍 You can also contribute to providing more meals, so we can reach as many children and families as possible.’ De video wordt begeleid door een vrolijk klinkend muziekje en heeft meer dan een miljoen likes.
In de bio van haar Instagramprofiel staat de tekst ‘To help Aya and her family’ 👇🏻, met daaronder drie links: een naar haar GoFundMe-pagina, een naar haar PayPal-pagina en een naar haar YouTube-kanaal.
Zou Aya doorhebben dat veel toeschouwers tijdens hun ochtendkoffietje een filmpje van levenloze kinderlichaampjes eerder wegswipen dan een ‘vrolijke’ kookvideo?
En zou Aya ook begrijpen dat algoritmen daarop inspelen?
Het is niet zo dat algoritmen ons ‘overkomen’. We hebben allemaal vrienden die zeggen ‘hun algoritme goed te hebben getraind’, waardoor ze alleen nog kattenfilmpjes te zien krijgen.
Mediaonderzoeker Taina Bucher noemt het bewust zijn van de werking van algoritmen ‘the algorithmic imaginary’. Sommige gebruikers zijn zich bewust van hoe ze zich online ‘moeten’ gedragen om algoritmen te bespelen. Ook als contentmaker kun je hierop inspelen, bijvoorbeeld door bewust content te plaatsen waarvan je weet dat die goed scoort binnen het algoritme.
De content van Aya lijkt vermoedelijk op die van Renad, de Palestijnse tiener met 1,6 miljoen Instagramvolgers die sinds vorig jaar in Nederland woont. Toen Renad nog in Gaza verbleef, maakte zij ook kookvideo’s; de gerechten maakte ze vaak met ingrediënten uit voedselpakketten. In een van die video’s deed de jonge influencer en genocide-overlevende de oproep: ‘If you would like to stand in solidarity with us, make the same type of bread and call it #Gaza_bread.’
Ook in de bio van Renad staat een link naar een website waarnaar toeschouwers geld kunnen overmaken.
Het lijkt me geen toeval dat de beelden van Aya en Renad hetzelfde lijken. Het is niet de eerste keer dat influencers foto’s maken met dezelfde achtergrond, dezelfde outfit en dezelfde pose. Influencers plaatsen namelijk content waarvan zij denken dat algoritmen die als ‘aandachtslokkertje’ beoordelen.
Het doet denken aan de aflevering Nosedive uit de dystopische sciencefictionserie Black Mirror. Die gaat over een jonge vrouw, Lacie Pound, die leeft in een maatschappij waarin mensen elkaars dagelijkse interacties beoordelen op een schaal van één tot vijf sterren. Iemands score bepaalt zijn toegang tot voorzieningen en sociale kringen, zoals vliegtickets, appartementen en bepaalde feestjes.
Het gevolg is dat mensen zich voortdurend performatief gedragen naar wat sociaal wenselijk is. Lacie begint met een hoge score en de bijbehorende privileges, maar verliest die snel wanneer ze zich door stress niet langer aanpast aan sociale verwachtingen.
Het gedrag van mensen op sociale media lijkt hierop. Wij passen ons op deze platformen niet aan naar wat sociaal wenselijk is, maar naar wat we denken dat algoritmisch wenselijk is.
Is het erg dat influencers op sociale media hetzelfde doen als Lacie in Nosedive? Als je het hebt over een fashionvlogger misschien niet. Die doet het om geld te verdienen voor een luxe levensstijl. Maar mensen als Aya en Renad doen het tijdens een oorlog, om geld in te zamelen voor eerste levensbehoeften zoals brood en water. En dus bepalen wij tijdens ons ochtendkoffietje indirect wat oorlogsslachtoffers als Aya en Renad moeten posten om gezien te worden, en daarmee de kans te vergroten om de oorlog te overleven.
Met ons swipegedrag trainen wij algoritmen welke content ze zichtbaar maken. Hiermee is de dynamiek tussen toeschouwer en oorlogsslachtoffer op sociale media als die van een overlevingsspel.
Oorlogsbeelden krijgen een andere functie dan in een krant of documentaire: het is een versie die is afgestemd op entertainmentwaarde. Je zou kunnen zeggen dat overleven tijdens een oorlog hiermee transformeert naar een Black Mirror-aflevering. Of is de realiteit van Aya en Renad nog dystopischer?
In 2025 won Bits of Freedom, een stichting die opkomt voor digitale burgerrechten, een rechtszaak tegen Meta. De uitslag: Instagram en Facebook moeten de gebruiker de optie bieden de Following-page als standaardfeed in te stellen.
Voorheen sprong de feed constant automatisch terug naar de For You-page. Dat is een mooie overwinning. Maar toch vraag ik me af: willen velen van ons niet stiekem gewoon domme kattenfilmpjes zien op sociale media?
Als ik eerlijk ben: ik gebruik zelf nog steeds de For You-page. Deze voorziet mij ongelimiteerd van fragmenten van mijn favoriete series, films en knappe mannen. Ik kijk op sociale media voor afleiding en entertainment, als vluchtige ontspanning tijdens het schrijven van een saaie e-mail.
Maar het punt is: ik bekijk die beelden binnen deze context van verstrooiing. De vraag is of de oorlogsbeelden die ik op sociale media zie daarmee ook worden getransformeerd tot entertainment.
Iedereen zal zelf moeten kiezen tussen een chronologische tijdlijn die alle gruweldaden laat zien of een algoritmische tijdlijn die een versie van de situatie in het Midden-Oosten laat zien waarvan je geen nachtmerries krijgt. Hoe cliché ook: de keuze tussen een chronologische Following-page en een algoritmische For You-page is als de keuze tussen een blue pill en een red pill uit de sciencefictionfilm The Matrix.
Je kunt er trouwens ook voor kiezen iedereen te ontvolgen die content deelt over oorlog. Zo kun je alsnog je Following-page ontdoen van de harde realiteit.
Vraagje. Komen oorlogsbeelden die we zien op sociale media wel echt binnen? Als ik bijvoorbeeld de World Press Photo-tentoonstelling bezoek, kies ik er bewust voor stil te staan en langer te kijken naar een foto. Ik maak bewust ‘contact’ met de foto en het verhaal dat zij vertelt.
Op sociale media is diezelfde foto een van de honderden beelden die voorbijflitsen. Heb je dan daadwerkelijk de ruimte om de foto te bekijken, te begrijpen en er iets bij te voelen?
Het begrijpen van een oorlog vereist context en uitleg. De dynamieken van sociale media zijn snel en vluchtig. Deze voeden ons met korte, contextloze filmpjes van oorlogsbeelden die geen recht doen aan de verhalen van de mensen achter deze fastfoodcontent.
In haar essay ‘Looking at War’ (2002) bevraagt schrijver en filosoof Susan Sontag de rol van fotografie in oorlogsverslaggeving. Fotografie heeft volgens Sontag twee contrasterende krachten: zij kan gebeurtenissen documenteren, maar kan diezelfde gebeurtenis daarmee ook gieten in een esthetisch kunstjasje. Hierdoor kan de aandacht verschuiven van de ernst van een gebeurtenis naar de esthetiek van de foto.
Sontag betoogde dat een oorlogsfoto zodoende niet alleen ‘stop deze gruweldaden’, zegt, maar ook ‘wat een spektakel’. Toen ik keek naar de kookvideo’s van Aya en Renad zag ik niet alleen de verwoestingen, maar ook het bizarre van hun content. Die combinatie intrigeerde me en maakte dat ik bleef kijken.
Sontag zei ook dat een oorlog als uitzondering moet worden gezien wil hij aandacht krijgen van de internationale gemeenschap. Een foto moet meer vertegenwoordigen dan de botsende belangen van de partijen in het conflict.
Sontag vroeg zich ook af wat de zin is van het plaatsen van foto’s over welbekende gruweldaden uit het verleden. Leren die beelden ons echt iets nieuws? Of bevestigen deze beelden niet juist wat we al weten of wat we willen weten?
Deze vraag is opnieuw, en misschien wel sterker dan ooit, relevant bij oorlogsbeelden op sociale media. Socialemediafeeds, algoritmisch of niet, laten ons zien wat we wíllen zien, in plaats van wat we zouden móéten zien om de ernst van een conflict te begrijpen. En het verschil tussen oorlogsfoto's uit de tijd van Sontag en de huidige oorlogsbeelden op Instagram is dat de laatste gepersonaliseerd zijn: afgestemd op ons swipegedrag. Deze beelden zijn niet alleen bevestigend, maar ook nog ‘verzacht’, ze worden gecureerd op basis van wat wij ‘aankunnen’.
Dit is zorgelijk. Foto’s maken een oorlog namelijk ‘echt’, aldus Sontag. Zo hebben de foto’s die socialemediafeeds laten zien invloed op de catastrofes en crises waaraan we aandacht besteden, die ons aan het hart gaan, en uiteindelijk: hoe we deze conflicten beoordelen.
Het is belangrijk dat we grip krijgen op welke realiteiten de Following- en For You-pagina’s van sociale media construeren. Sontag constateerde dat we in een ‘spektakelmaatschappij’ leven waarin alles moet worden getransformeerd tot een spektakel om echt te zijn. Het voorbeeld van de Palestijnse tiener Renad die tijdens de genocide kookvlogs bleef maken is een voorbeeld van zo’n hedendaags ‘spektakel’.
Misschien was haar leven pas ‘echt’ – of spectaculair – genoeg voor ons toeschouwers omdat ze haar kookvideo’s maakte te midden van een genocide.
De algoritmisering van oorlogscontent helpt ons niet om betrokken te zijn, maar maakt van ons passieve en verwarde toeschouwers. Dit in contrast met hoe de journalistiek werkt: een krant plaatst geen beelden op de voorpagina om je te entertainen, maar om je wakker te schudden. Beelden die je confronteren met de werkelijkheid en je wereldbeeld niet bevestigen maar verruimen.
Het gruwelijke aan algoritmische oorlogsbelevenissen is dat deze niet alleen effect hebben op ons toeschouwers. Oorlogsslachtoffers verhouden zich met hun verhalen tot ons, die hun leed makkelijk wegswipen als het geen spektakel is.
Ze strijden dus niet alleen met de agressor, maar ook met de algoritmen. De realiteit van influencers als Aya en Renad is daarmee dystopischer dan een serie als Black Mirror.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant