Home

Lekker de natuur in? Dan moet je juist in de stad zijn, waar planten zonder landbouwgif welig kunnen tieren

Van de stokroos tot harig knopkruid: twee derde van onze natuurlijke flora huist in steden. Veel van die planten zijn echte doorzetters, geschikt voor een leven vol straatvuil, stikstof en de ammoniak van honden- en dronkenmansplas.

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.

Van de stokroos tot harig knopkruid: twee derde van onze natuurlijke flora huist in steden. Veel van die planten zijn echte doorzetters, geschikt voor een leven vol straatvuil, stikstof en de ammoniak van honden- en dronkenmansplas.

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.

Naar buiten, lekker de natuur in? Dan moet je dus in de stad wezen. Anders dan de plattelandsidylle wil doen geloven, is juist de stad een oase van plantjes en beestjes. Meer dan ooit. Waar op het boerenland het leven wegkwijnt onder de gifspuit, verdroging en eenvormig raaigras, leeft de steenwoestijn van een stad volop.

Vraag het Ton Denters, stadsecoloog en zo ongeveer de grondlegger van het besef dat de stadsflora bloeit en boeit. ‘De getallen spreken’, schrijft hij in het onlangs verschenen boek Wild Amsterdam – De natuur van de stad (Uitgeverij Noordboek). Twee derde van onze natuurlijke flora huist in steden. Amsterdam hoort tot ‘de floratop van Nederland, waarbij de stad wedijvert met de plantenwalhalla’s van Zuid-Limburg en de duinen’, aldus Denters.

De stad is voor bloemen en planten precies zoals die voor mensen is: een pleisterplaats voor passanten, dolende zielen en warmtezoekers die zich geborgen weten te midden van lot- en soortgenoten. Gedragen door de wind of door onze reiskoffers komen ze vanuit alle richtingen en strijken ze neer op een stenige plek waar niemand acht op ze slaat, om zich met enig geluk (en een opwarmend klimaat) definitief te vestigen in de marge van het bestaan. Onder een bruggetje, in de voegen van een oude muur, op een braakliggend stukje niemandsland van een bedrijventerrein, of zomaar tegen een winkelgevel.

Een hard bestaan, dat stadsleven. ‘De steenvoeg vormt een schuilplaats in een wereld van verdrukking’, aldus Denters. ‘Het is een leven tussen klinkers en straatstenen dat alleen is weggelegd voor diehards. Waar andere planten het laten afweten, waardoor ruimte vrijvalt, bezit de voegenflora de kwaliteiten om juist hier succesvol te zijn. Hun welzijn gaat samen met straatvuil, organische stof en pekelzout.’

Of wat te denken van de steenkruidkers, ‘een plant met een luchtje eraan’. Hij voelt zich het lekkerst tussen steen, in de voegen van plaveisels, langs muurkanten en rond straatmeubilair.

Eigenlijk zou je moeten zeggen: langs pispaaltjes. Want de steenkruidkers is een uitgesproken liefhebber van ammoniakhoudende grond. Precies de plekken waar hond en dronkenlap nogal eens tegenaan wateren.

Het is de puristen onder de floraliefhebbers een doorn in het oog dat de inheemse natuur vervaagt door exoten en vreemde elementen, maar het is onmiskenbaar en onomkeerbaar een teken des tijds. Dan kun je er maar beter van genieten. De gestaag groeiende lijst van stadsplanten telt nu ruim 2.200 soorten. Kom daar maar eens om op een gemiddelde Friese weide.

Alleen de namen al zijn om vrolijk van te worden. We citeren nog even dankbaar uit Wild Amsterdam: ‘De top 20 van veelvoorkomende stadsplanten telt liefst vijftien kosmopolieten, in essentie stikstofminnaars. Voorop gaan: liggende vetmuur en straatgras, gevolgd door fervente straatgangers als varkensgras, vogelmuur, gewone raket, harig knopkruid, herderstasje, klein kruiskruid, schijfkamille en dominante grassen als Europese hanenpoot, harig vingergras en kruipertje.’

Poëtische namen voor deze verworpenen der aarde. Ze verdienen onze warme aandacht.

Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next