Home

Het gaat bar slecht met de paling, maar in het Belgische palingrestaurant De Roste Muis is er nog volop ‘palingbeleving’

Ga een klein stukje het land uit en het voelt meteen als een uitstapje. Deze zomer bezoeken we plekken waar Nederlanders graag komen, op of net over de grens. Vandaag: een ‘palingbeleving’ in Sint-Laureins, België.

Gidi Heesakkers is chef van Volkskrant Magazine. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.

Palingbeleving. Twee kinderen gooien net hun hengel uit in het kanaal, bij het bordje waar dat gekke woord op staat. De pijl wijst naar de ‘palingbelevenisplek’, een grasveld aan de Oostpolderkreek in Sint-Laureins, met een picknickbank en informatie over het moeizame bestaan van een geliefde vis.

‘In de laatste vijftig jaar nam het aantal volwassen palingen af met 95 procent’, lezen we, ‘terwijl het aantal glasaaltjes sinds de jaren tachtig zelfs afnam met 99 procent.’

Ooit was de bedreigde Europese paling alomtegenwoordig in deze omgeving, het Meetjeslandse polder- en krekengebied in het uiterste noorden van Oost-Vlaanderen. De palingbeleving herinnert ook aan de curieuze cirkel die elke paling in zijn leven moet zien te maken: uit een eitje komen in de Sargassozee, opgroeien in Europa en jaren later weer duizenden kilometers afleggen om op de geboorteplek te paren en te sterven.

Een rost muisje

Minstens zo wonderlijk is de overlevering die we even later tegenkomen op onze placemats in De Roste Muis – een van de populaire palingrestaurants hier, ondanks alles. Komt-ie: ‘Vroeger kwamen de boerenknechten hier na het angelusgebed, om 11 uur, voor hun ‘noene’. Dit drankje bij de boterham kwamen ze nuttigen bij de roodharige Virginie Van Durme. Volgens de legende heeft een van de knechten daarbij haar muisje gezien toen zij op tafel danste. ‘Het was blijkbaar een rost muisje.’

De witgepleisterde Roste Muis staat midden in het rustgevende polderlandschap. Lege weggetjes, kronkelende kreken, dijken en weilanden, een watertoren in de vorm van een paddenstoel. Rust. Twee kilometer verderop ligt de grens, met aan de Zeeuws-Vlaanderen-kant het buurtschap met de beste naam ooit: Goedleven.

Toch laten zich deze zondag op de parkeerplaats vrijwel uitsluitend Belgische kentekens zien. ‘Je passeert hier niet zomaar’, zegt Peter Haegeman (54), sinds 31 jaar eigenaar. ‘Maar daar hebben wij geen last van.’

Kweekpaling

Het restaurant is een bestemming op zich; de mensen komen speciaal deze kant op, voor het eten en de setting. Vooral het oude gedeelte is sfeervol, met een zwart-witte tegelvloer, lage plafonds, kaarslicht en overal Mariabeelden. In de buurt runnen Peter en zijn vrouw Ilse een bed and breakfast.

‘Vanmiddag was het druk, vanavond zijn we volzet’, gaat hij verder. De helft eet paling: paling in ’t groen, paling op Provençaalse wijze, paling in roomsaus, paling met prei en garnalen, gebakken paling. Hij voegt eraan toe dat het kweekpaling is.

Gasten met gewetensbezwaren kunnen kiezen uit andere vis- en vleesklassiekers, zoals Vlaamse stoverij en vol-au-vent. Vegetarische hoofdgerechten heeft De Roste Muis niet. In de middag, tussen lunch en diner, zijn er pannenkoeken.

Resi Buijsse (63) uit Aardenburg, Roste Muis-ganger sinds haar 16de, zit aan een kabeljauwhaasje. De paling is bij haar ondergebracht in het laatje ‘foute vis’, hoe lekker ze ’m ook vindt. Onder de tafel staat een zak meegebrachte brokken voor herder Lotus, die ook wel een paar frietjes zou lusten. ‘Echt een broekzakhond’, zegt zoon Carl Daelman (44). ‘Ze wil er altijd bij zijn.’

‘Zunne snoek!’

Vroeger, vertelt zijn moeder, was het hier ’s nachts bal. De Roste Muis was dé afzakplek van de streek, de tent die nog open was als andere zaken dichtgingen – zeg maar waar de Belgen het woord ‘ambiance’ voor gebruiken. Hoe je vervolgens thuiskwam, met de auto? Laten we het daar niet over hebben.

O, vroeger, toen de paling met voortplantingsdrift niet werd gehinderd door allerlei aangelegde obstakels. Er zit volgens Peter nog wel wat paling in de kreken, maar wie op paling vist, mag de vangst niet mee naar huis nemen. Dat wil niet zeggen dat het nooit gebeurt. ‘Mag niet, nee. Maar goed, ja, je mag ook niet vloeken.’

Hij bezit een stukje grond aan de Boerekreek, waar hij soms met zijn kameraden gaat vissen en als jongen leerde windsurfen. Nog zoiets wat niet meer mag. Hij knikt naar een van de jongere krachten in de bediening, een vriendelijke jongen met een bril. ‘Die kwam onlangs met zunne snoek aanzetten! De jeugd vist weer.’

Het is intussen half 8 geworden, piekmoment. Druk baasje, die Peter. Misschien ook een beetje een midlifecrisis, grapt hij met een serieus gezicht. ‘Ik heb vrienden met een Porsche, ik heb vrienden die tegenwoordig motorrijden.’ Dan kun je beter hard werken, wil hij zeggen. ‘Da’s in elk geval goedkoper.’

Restaurant De Roste Muis, Drijdijk 2, Sint-Laureins. Donderdag tot en met maandag open van 12.00 tot 21.00 uur.

Erop en erover is een zomerrubriek van Volkskrant Magazine waarin onze verslaggevers rondkijken bij (toeristische) bestemmingen op of net over de grens met België of Duitsland.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next