is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
‘Getsie-datacenters-lelijk-energieslurpers-watertekort-AI-eng-big tech-bah!’ In principe zou dat een adequate, zij het wat beknopte, column kunnen zijn. ‘Roofkapitalisme’ kan er nog bij. We zouden het dan heerlijk eens kunnen zijn over de verwording van de wereld. Nog net zo snel wegzakkend in de misère, maar ten minste met een groot, bevredigend stuk gelijk op zak, om onderweg naar de verdoemenis af en toe eens aan te nibbelen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Och, wat zou het schelen als verstandige mensen hun eigen planeet hadden. Met alleen maar mooie, zelfgeschreven boeken, alom tolerantie en beekjes vol schoon drinkwater. Maar helaas, we zitten met z’n allen op deze. En op deze planeet heeft de EU zich vorige week geroepen gevoeld om een aanbesteding uit te schrijven voor maximaal zeven ‘AI-gigafabrieken’ in Europa. Onderdeel van het streven om technologisch soeverein te worden en van Europa een ‘AI-continent’ te maken.
De toevoeging ‘giga’ verraadt het een beetje, maar dit worden dus knoeperds van datacenters. Achttien lidstaten hebben ervoor getekend dat zij zullen inkopen bij deze fabrieken, om bedrijven te paaien met een afzetgarantie én om rekencapaciteit voor zichzelf te reserveren. Duitsland en Frankrijk, van Spanje tot Estland. Nederland niet.
Geen geld voor, had staatssecretaris Aerdts in april al aan de Tweede Kamer geschreven. Er zitten in Nederland voorlopig ook geen bedrijven die zo ontzettend veel rekenkracht nodig hebben, voegde zij daaraan toe, dus een geplande kleine AI-fabriek in Groningen is genoeg. En trouwens, het kabinet heeft liever dat ‘AI-gigafabrieken volledig door de markt worden gefinancierd’.
Teleurstelling bij man van de markt Han de Groot, een datacenterondernemer die werkt aan zo’n gigafabriek op de Maasvlakte in Rotterdam. Juist daar omdat de kabels van windmolens er toch al aan land komen, vertelde hij onlangs in de Volkskrant. Dan hoeft de stroom niet op transport en wordt het stroomnet minder belast. Eneco is partner. De Groot wil zijn plan zonder steun van Den Haag doorzetten. Het betekent alleen dat hij nog afhankelijker zal zijn van Amerikaanse big tech-afnemers. Of zoals UvA-hoogleraar Cees Snoek zei: ‘Wanneer je als overheid mee investeert, heb je er wat over te zeggen.’
Ook Pro-Kamerlid Barbara Kathmann – geen roofkapitalist, wel een van de weinige politici met digitale kennis – baalt dat Nederland niet meedoet. Van het benodigde bedrag leg je volgens haar ‘een paar kilometer snelweg aan’. Kwestie van prioriteiten. Kathmann is ‘niet vies’ van grote AI-datacenters want heeft door: we gáán ze gebruiken. De vraag is: welke, van wie en onder welke voorwaarden? De EU wil geavanceerde AI op eigen infrastructuur ontwikkelen en daarbij dingetjes regelen als gegevensbescherming, veiligheid en ethiek.
Op dit moment is het overgrote deel van de rekenkracht in commerciële, Amerikaanse handen. Alsof het was om te waarschuwen, liet de Amerikaanse overheid een paar maanden geleden al even twee krachtige modellen afsluiten voor alle niet-Amerikanen, toen dat zo uitkwam. Datacenters horen ook bij de poging om ons uit de wurggreep van Trump los te maken.
Daarbij heeft de observatie van staatssecretaris Aerdts dat Nederland geen bedrijven heeft die heel hard willen rekenen, een zeker kip-ei-gehalte. In een interessant stuk wijst techondernemer Ruben Nieuwenhuis erop dat Nederland veelbelovende start-ups heeft, maar dat die vertrekken zodra ze opschalen. Naar een plek – lees de VS – die daar wél de infrastructuur voor heeft.
Nieuwenhuis is gefrustreerd omdat het beeld van datacenters bepaald wordt door gehate opslagdozen zoals Microsoft die in Middenmeer heeft staan. Daar zijn we natuurlijk ook allemaal van geschrokken. Door de luchtige term ‘cloud’ kon het lijken alsof onze werkmails en selfies ergens vrij rondzweefden, terwijl ze zijn ondergebracht in oververhitte machines. En we krijgen er nog meer van die dozen bij, omdat die al eerder zijn vergund en er toen niet vooruit is gekeken.
Reden te meer om dat wel te doen nu het gaat over datacenters die niet zozeer opslagloodsen zijn als fabrieken. Waar nieuwe, geavanceerde modellen worden getraind die programmeerwerk en ontsluiting van kennis versnellen en die straks naar verwachting nodig zijn voor domeinen van gezondheid tot klimaat. Rekenkracht als nieuwe grondstof.
Nieuwenhuis probeert de discussie te verleggen van ‘moeten we die dozen bouwen?’ naar ‘wat moet er in die dozen gebeuren?’ Zijn visioen: ‘Wij bouwen binnen tien jaar de beste agri-intelligentie ter wereld op onze kassendata, de beste water-intelligentie op onze deltadata, en de logistieke intelligentie van Europa op onze haven- en luchthavendata. Op eigen rekenkracht, met eigen waarborgen, gevoed met Noordzeestroom. De restwarmte gebruiken we voor de wijken ernaast.’
Nieuwenhuis is geen neutrale waarnemer, maar ook NRC-verslaggever Marloes de Koning constateert in de verhelderende podcast Zo simpel is het niet dat interessante debatten over datacenters niet van de grond komen. Ze noemt het cliché-argument tegen datacenters dat die weinig banen opleveren. Juist goed voor een vergrijzende economie als de onze, stelt ze, met een chronisch tekort aan arbeidskrachten. Misschien slimmer ruimtegebruik dan voor de glastuinbouw, die nog meer energie verbruikt en waar talloze arbeidsmigranten voor nodig zijn.
Alle bezwaren tegen datacenters zijn op zichzelf waar. En de duizelingwekkende investeringen zijn een gok. Misschien lachen we over drie jaar om die grote gebouwen met stapels achterhaalde chips. Maar mopperend niksen is óók een gok. En in elk geval is er bij alle bezwaren en onzekerheid een onderliggend debat te voeren over strategie. Hoe hebben wij in een steeds kleiner wordend vrij en democratisch stukje wereld de grootste kans op een veilige, welvarende toekomst? Daar is alles op terug te voeren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant